Olifanten en schildpadden (2)

In mijn vorige blog beschreef ik hoe wij mensen geneigd zijn om alles terug te brengen naar een eerste oorzaak, een oer-reden voor ons zijn hier op aarde en voor de kwaliteit van ons zijn hier op aarde. Zo’n eerste oorzaak – de ‘schildpad’ waar alles op rust – menen we onder andere te vinden in onze verklarende wetenschappelijke, theologische, politieke en psychologische geloofssystemen. Maar voordat we ons bekennen tot zo’n systeem, is er het veel kleinere familiesysteem als de basis van alles. Ook in dit kleinere systeem kan een verklaring worden gevonden voor hoe we zijn en niet te vergeten voor de problemen die we hebben.
In mijn boekje Het lot & de liefde ga ik in op de familie als fundamenteel systeem. Het centrale thema hierbij is het loslaten van de familie als ‘onderste schildpad’. De hoofdlijn die ik persoonlijk in dit boekje volg is de verhouding tot mijn vader. Maar natuurlijk was het loslaten van mijn moeder, alles wat ik aan mijn moeder toekende, net zozeer noodzakelijk als het loslaten van alles wat ik aan mijn vader toekende.
De beroemde zen-koan ‘Toon mij je oorspronkelijke gelaat nog voordat je ouders geboren werden’ had het motto voor mijn boekje kunnen zijn. Het is zeker een van de motto’s voor deze reeks artikelen.

Die andere
Mijn moeder is deze week bijna 37 jaar geleden overleden. Ik gedenk haar ieder jaar. Ik ben haar dankbaar voor wat ze mij gaf, de woelige hartstochtelijke persoon die zij was, de verhalen die zij mij vertelde, de schoonheid die zij zag in het spel van licht en donker. Ik heb veel van haar geleerd, ik heb met haar gestreden, vuur tegen vuur, en ik heb haar liefgehad.
De laatste 10 jaar van haar leven werd haar brein in toenemende mate aangetast door een van die kwalen waardoor nagenoeg alles wat persoonlijkheid is kan oplossen. In die jaren heb ik op een nieuwe manier contact met haar gekregen, met de vrouw, het wezen dat zij was achter de gezichten die ik altijd had gekend. Ik merkte in die periode hoe vanzelf ik met haar, die in dit alles aanwezig was, contact had. Dat heeft mij zeker vele jaren later gesteund toen mijn vrouw Hanneke alzheimer kreeg. Ook bij Hanneke zag ik de gezichten wegvallen en ‘die andere’ doorkomen. En ook bij Hanneke zag ik in alle verschrikking schoonheid en beleefde ik geluk.

Een paar dagen voor haar dood was ik bij mijn moeder. Ik kwam de kamer in waar zij op bed lagen begroette haar. Ik boog mij naar haar toe, zoals ik dat altijd deed, om haar te zoenen, maar ditmaal kwam er geen enkele reactie, terwijl zij wel wakker was. Er was niets. Geen herkenning. Geen genegenheid. Geen afkeer ook. Ze keek mij aan, zij zag mij en ik riep niets meer bij haar wakker. Het was leeg en het bleef leeg.
Ik zat bij haar bed, eerlijk gezegd eerst met een zekere verontwaardiging omdat zij mij niet herkende en omdat zij mij daar zo onthand liet zitten, en wat later in het besef dat dit het afscheid was. Ik wilde op een goede manier afscheid van haar nemen, zoals ik mij altijd had voorgesteld dat ik van mijn ouders afscheid zou nemen. Ik wilde laatste woorden tegen haar zeggen, laatste woorden van haar horen, met haar zijn, haar steunen en als het even kon door haar gezegend worden, maar het was allemaal in het niets. Zoon die moeder zoekt. Moeder die geen moeder meer is. Ik pakte haar hand, maar ook dat wilde zij niet. Dit was het. Haar lichaam was haar grens. Zij deed niets meer voor het goede doel.

Niet van mij
Ik keek naar haar, ik kende haar langer dan iedereen en ik zag nu, misschien wel voor het eerst echt, dat zij, deze vrouw die daar te lijden lag, niet mijn moeder was. Zij was niet mijn moeder, want mijn moeder is van mij, en zij was niet van mij. Zij was van niemand, met niets en niemand te vergelijken. Hijgend, hoestend, lijdend en onaangedaan.
Ik zat bij haar en wist niet meer wat te doen. We hadden het altijd goed met elkaar kunnen vinden, ook in de laatste jaren toen zij dementerend was. Er waren altijd nog contactpunten geweest, grapjes, kleine gebaren, ons kent ons. Niets van dat alles verbond ons nu. Zij was een vreemde, en toch niet.

Ik zat lange tijd bij haar bed. Ik hoorde hoe zij raspend ademhaalde. Haar ogen waren open. Dat was het. Verder gebeurde er niets. En toen gebeurde het in mij, want in die leegte kwam een besef van het onmetelijke en onbegrijpelijke dat aan het gebeuren was en begon ik iets geheel anders te voelen, een uitgestrektheid en een rust die niets meer met mij van doen had. Het gevoel van gemis en in de steek gelaten worden loste op en daarvoor in de plaats kwam, ik kan het niet anders zeggen, een gevoel van eerbied voor het ontzagwekkende.
Ik besefte dat deze vrouw oneindig veel meer was dan mijn moeder of de vrouw van mijn vader, oneindig veel meer dan wat ik ooit in haar had gezien. Ik zag hoe roerloos zij was en dat zij in deze roerloosheid haar weg tot dit einde was gegaan. En ik boog mij voor de grootse onkenbare die zij was. Ja, letterlijk, ik boog mijn hoofd en ik boog mij vanbinnen. Ik liet los zoals ik haar meende te kennen, wat ik over haar meende te weten, en zat stil bij haar.
Het was leeg. Eindelijk leeg. Zonder begin en zonder oorzaak. Leeg en licht.

Net zoals wij allemaal werd mijn moeder in alle vormen die zij vervulde, in al haar rollen, aangestuurd door naamloze essentie, de druppel uit de oceaan die altijd verbonden blijft met de oceaan. Op het eind was er bijna alleen nog maar dit naamloze dat zich met wat er nog restte aan tijdelijke vorm toevertrouwde aan het onmetelijke. Zij verliet deze aarde en zij was al bijna niet meer hier. Het was aan mij – voor haar was het niet meer belangrijk – om haar te laten gaan.
Twee dagen daarna werd ik gebeld omdat het zover was. Zij was al dood toen ik aankwam. Weer boog ik voor haar. Voor haar, mijn moeder, en voor die ene die de vrouw die daar lag door de gangen van de tijd had bewogen.

(wordt vervolgd)

PS Wanneer je geïnteresseerd bent in mijn plan om sprookjes en Bijbelverhalen voor te lezen en nader toe te lichten, vind je nadere informatie op de pagina <Agenda> hier op de site.

Geplaatst in Hans' weblog
9 comments on “Olifanten en schildpadden (2)
  1. Jeanet Damink schreef:

    Beste Hans,
    Ik volg je blog met openheid.En vaak stromen tranen over mijn wangen omdat je zo de diepte van ‘zijn’ en leven weet te beschrijven.
    Ik voel intens wat er gaande kan zijn in en om je heen.
    Ik voel dat ik nu moet reageren op Peter die de aanname heeft dat er alleen maar slechte of nog slechtere verpleeghuizen zijn.
    Mijn zusje werkt al 40 jaar met mensen die lijden aan dementie.
    Hoe ik haar hoor en zie praten over de mensen waarmee ze werkt vol aandacht, energie en liefde. Dan kan ik niet anders dan opkomen voor mijn zusje en voor al die medewerkers die met diezelfde intentie hun intensieve werk doen.
    Het is een roeping om dat werk met zoveel geduld en liefde te doen.
    Daar heb ik diep bewondering voor.
    En hoe goed ik ook begrijp hoe verlies door dementie voelt.
    ( Onze vader is overleden na 9 jaar aan de gevolgen van dementie.)
    en wat dit allemaal oproep in jezelf.
    Mijn zusje en al fijne mensen die met dezelfde intentie hun werk doen verdienen oprechte waardering. Bij deze.
    En het zijn niet de handen aan het bed die het zo schraal kunnen maken in verpleeghuizen maar alle regelgeving, burocratie , managementstrategieen halen de werkbaarheid, menselijkheid en mogelijkheid uit het werk.

    • Hans Korteweg schreef:

      Dank je, Jeanet. Een terechte aanvulling en nuancering. Dit komt ook overeen met mijn ervaring, ook met het verpleeghuis waar mijn moeder verbleef. De organisatie was rampzalig, de verzorgsters en verpleegkundigen waren toegewijd en zorgzaam. Hartelijke groet, Hans

  2. Willem van 't Erve schreef:

    Hans, ik volg je nog niet zolang, maar ben nadat een familielid mij attendeerde op jouw verhalen, een stille bewonderaar geworden. Ook ik wordt geconfronteerd met een partner bekend met dementie. Ze vergeet veel, is soms boos, erg verdrietig, gaat dwalen, wil dood, voelt dat de onmacht bezit van haar gaat nemen.
    Ik voel de gelijkwaardigheid tussen mij en haar veranderen in volwaardigheid. Ik loop met haar mee maar struikel over wat de dementie aanricht.
    Jouw verhalen en reacties hierop geven steun en maken mij wijzer. Nu de wereld zo in brand staat, worden veel zaken in perspectief gezet. Ik wil het klein houden, maar het wordt groter en groter. Somber maar ook veel meer genieten van momenten van wel gelijkwaardigheid.
    Ook wij hebben het traject van euthanasie doorlopen en zijn pijnlijk geconfronteerd geworden met de wettelijke regelgeving dat niet (meer kunnen) meewerken met de route naar euthanasie uiteindelijk een opname oplevert in een (zeer ongewenste) plek in een verpleeghuis.

    Het blijft een complexe zoektocht naar aanvaarding.

  3. Marga schreef:

    Prachtig.
    Balsem voor mijn ziel

  4. Martha van Nederpelt schreef:

    Ik vind het een hele mooie moeder-zin: “Zij deed niets meer voor het goede doel.” En dat zoiets, tegen het moederhart ingaand, zulke onuitsprekelijk brede consequenties had waardoor de zoon verrijkt verder kon.

  5. peter de Leeuw schreef:

    Beste Hans,
    Als lotgenoot en collega schrijf ik jou. Ook mijn moeder had een vorm van dementie. Overigens vind ik het vreemd dat ook jij de werkwoordsvorm “dementerend” gebruikt. Je zegt toch ook niet: “Mijn vrouw is kankerend”. Mijn vrouw en mijn moeder leden aan verschillende vormen van “dementie”. Mijn moeder leed aan vasculaire dementie. Mijn lieve Joke kreeg in 2014 de diagnose Alzheimer. Wij zijn dus echt lot- en ervaringsgenoten. Dit los van het feit dat ik ook nog mijn lieve schoonmoeder verloor aan een niet gediagnostiseerde vorm van dementie. Twee van mijn beste vrienden stierven aan Alzheimer. Zij waren leeftijdgenoten. Een van oktober 42 en een december 42. Beide stoere kerels stierven binnen 5 jaar na de diagnose. Mijn lieverd deed er 11 jaar over. De enige troost die ik mocht ervaren bij haar sterven is dat ik haar mocht verzorgen tot dat zij niet meer wie zijzelf was, wie ik was en waar zij was. Jij beschikt over het Afscheidsboekje dat ik schreef over mijn Joke. Daarin komt ook een stukje voor, waarin zij al zwaar dement zijde plotseling een ontzettende huilbui kreeg. Toen zij uiteindelijk uitgehuild was zei zij: “Ik ben zo vreselijk bang dat ze mij een verpleeghuis stoppen”. Dat ik dit uiteindelijk toch deed was, omdat onze huisarts mij waarschuwde dat ik het risico liep eerder te sterven dan mijn zieke vrouw.
    Wij wisten beiden dat er alleen maar slechte en erg slechte verpleeghuizen bestaan. Mijn vrouw zat gelukkig ineen tehuis dat nog lang niet het slechtste was. Maar iedere dag als ik haar bezocht vroeg ik mij af wat ik nu weer voor tekortkomingen in haar verzorging zou vaststellen.
    Een geliefde verliezen is vreselijk. Zeker als het personen zijn als je moeder en de vrouw, waarmee bij haar sterven je 52 jaar getrouwd was. Van die 52 jaar leefden wij 47 jaar samen.
    IK had gehoopt dat mijn rouwproces na haar dood minder zou worden. Immers ik leef al sinds 2019 als een soort “weduwnaar”. Niet s is minder waar. Bij het sterven van mijn moeder kon ik het boek dicht doen. Haar lichaam was ook op. In feite geen echte rouw. Het lijkt wel of ik mijn vrouw steeds meer mis. Zelfs die dagelijkse contacten met een wezenloos persoon die nauwelijks op mijn aanwezigheid reageerde mis ik steeds meer.

    Peter

    • Marga schreef:

      Prachtig.
      Balsem voor mijn ziel

      Vraag:
      Waarom accepteren we bijna dat de verpleeghuizen zo slecht zijn?
      Mede zoals Peter beschrijft.
      Als ik jullie verhalen lees is mijn wens om tot de laatste adem te leven, alleen door de slechte verzorgingstehuizen wil ik graag als het zover is net voor het tehuis Euthanasie.
      Kun je over Euthanasie eens een blog schrijven Hans?

      • Hans Korteweg schreef:

        Dag Marga, Dank je voor je reactie.
        Niet alle verpleeghuizen zijn slecht. Ik ben diep geraakt geweest door de rustige zorg en aandacht die Hanneke kreeg in het verpleeghuis. Zorg niet alleen voor haar, maar ook voor mij. Ik heb daarover ook hier geschreven, o.a. in mijn blog van 17 maart 2024, getiteld ‘Laat begaan’ (een paar dagen voor het overlijden van Hanneke).
        En iets schrijven over euthanasie. Ja, ik heb een paar keer op het punt gestaan. Dank je voor de aansporing
        Hartelijke groet, Hans

  6. Hella Hertogs schreef:

    Dank je wel Hans,ontroerend mooi. en zo waar. De leegte waaruit ales ontstaat en waar alles weer in verdwijnt. Een leegte, vol van niets. En vol van liefde.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*