Alzheimer en de liefde (6)


Een kleine week geleden werd ik ziek. Griep. Al snel kreeg ik flinke koorts. Ik kwam het bed niet meer uit. Alleen nog maar ziek.Als kind ben ik vaak ziek geweest met hoge koorts. Ik heb zo’n beetje alle kinderziektes gehad plus difterie. Altijd ging de koorts gepaard met, zoals ik het nu noem, inzichten. Ik beleefde dat Jezus eraan kwam en zich over mij uitstrekte, maar hij was te zwaar voor mij, ik kon hem niet dragen en ik dreigde onder zijn gewicht te bezwijken. Mijn ouders zeiden dat ik aan het ijlen was en dat was ik natuurlijk ook, maar tegelijkertijd gebeurde het ook echt. Ik noem het mijn eerste psychedelische ervaringen. Zonder een pilletje.

Wanneer ik koorts had, ervoer ik ook heel vaak dat de wereld en vooral de tijd gebroken was, tot fragmenten versplinterd. De tijd was, wist ik, eigenlijk een onmetelijke tuin met bergen en dalen, waar bronnen opwellen en beekjes de rivieren voeden. Die tuin, dat landschap lag nu in scherven. In de hitte van de koorts sloot niets meer aan. Niets was meer vloeibaar, alles ging met horten en stoten, overal tussenstappen, stations, wachtkamers, en alles duurde zo lang. En dan liepen er door alles zwarte lijnen, waar het kwaad omhoog stuwde en het geheel dreigde te overmeesteren. Uit die donkere breuklijnen kwam de pijn omhoog, de hoofdpijn, de spierpijn, de keelpijn, het ongemak, de verwarring.
Net zoals in mijn kindertijd gebeurde het ook nu weer. Ik ben wat jaartjes ouder geworden en ik raak minder snel in paniek, maar de koortsdroom was hetzelfde. Alles ging met horten en stoten, niets was soepel, en waar was toch dat wat alles verbindt? Maar nu had ik, anders dan vroeger, een duidelijke opdracht. Het was aan mij om in deze hel van de gebroken tijd het punt van rust en stilte en liefde te zoeken. Dat was nodig voor mij en voor mijn wereld, want alles wat ik liet schieten, liet ik ook schieten voor mijn wereld. Het ging niet alleen om mij. Dus zocht ik de eenvoud en de koelte en de rust tussen de scherven en wanneer ik die gevonden had, legde ik mijn hoofd daar neer, op de rand van het kussen, in het stille punt, en dan spreidde de vrede zich uit. Een nieuw landschap, waarin de breuklijnen samenvielen met het landschap. Totdat, ja, totdat, want alles is eventjes in deze eeuwigheid.

*

Hanneke, mijn vrouw, kwam regelmatig de slaapkamer inlopen, waar ik bezig was met het grote werk van het helen van de tijd. Ze stond in de deuropening, zag mij in bed liggen en zei: ‘Wat doe jij nou in bed? Ga je slapen?’
Ik zei: ‘Ik ben ziek,’ alsof ik het voor de eerste keer zei, maar ik zei het elk uur wel één of twee keer, want ze vergat het steeds weer.
‘Ben je ziek? Wat heb je dan?’
‘Griep,’ zei ik weer, want dat van die tijd was te ingewikkeld.
‘Griep, oh, dan kom ik bij je liggen.’
Altijd knus, samen in bed, alleen niet als ik koorts heb en alles pijn doet. ‘Nee, doe maar niet.’
Dat zei ik ook steeds weer, dat moest ik wel, want zij wist het echt niet meer. Hanneke heeft namelijk alzheimer en leeft zeer in het moment. Dat is voor veel mensen een mooi streven. Voor haar is het geen streven. Zij heeft het doel bereikt en het blijkt een handicap te zijn.

Zij is zo gehandicapt dat zij het contact dreigt te verliezen met alles wat dit moment en deze plek te buiten gaat. Het vorige moment is er niet meer. Een heleboel vorige momenten zijn er niet meer. En dan hangen er toch tussen al die vorige momenten een paar herinneringen die opeens belangrijk worden. Van een paar weken geleden, een paar jaar geleden of nog veel langer geleden, toen zij een kind was. Het lastige is dat ook alles wat wij mensen hebben geleerd herinnering is en in ieder geval niet op dit moment ontstaat. Zij vergeet dus niet alleen herinneringen, maar ook hoe je met apparaten moet omgaan, vooral met apparaten die zij pas later in haar leven heeft leren bedienen, zoals een computer en een telefoontje en een koffiezetapparaat. Zij vergeet namen en gezichten, dat is al een tijd aan de gang, en de laatste tijd ook woorden. Zo nu en dan spreken we een smurfentaal. ‘Toen dinges naar dinges ging,’ zegt zij dan. ‘Welke dinges bedoel je,’ vraag ik. Zij geeft een omschrijving en omdat ik haar verleden goed ken, die hele archiefkast met herinneringen in de loop van de tijd met haar heb doorgespit, kan ik haar meestal wel op weg helpen. Ach, zo hebben wij eigenlijk altijd gepraat, samen zoekend, elkaar op weg helpend. Maar als meer woorden dinges worden, kan ik het op een gegeven moment niet meer bijbenen, vrees ik.

Maar hoe gehandicapt ook, de humor blijft. Ze kwam eergisteren bij mij binnenlopen terwijl ik in bed lag en zei: ‘Moet je luisteren: Het bewijs dat ik heb wat ik heb is dat ik niet meer weet hoe het heet wat ik heb.’
Geweldig. Een goede grap, die ook nog eens waar is. Het woord alzheimer is haar ontvallen, maar zij weet dat het haar is ontvallen en ze weet dat dat het gevolg is van de ziekte waarvan ze naam niet meer weet. Ze weet ook dat zij dat weet en dat dit weten niet is aangetast door de ziekte.
Via de koker waar het uit komt wordt commentaar geleverd op de koker waar het uit komt. En meteen getuigt zij er dus van dat zij niet alleen die koker is, terwijl zij hem toch ook weer wel is.

*

Zo’n zes jaar geleden, een jaar voordat de diagnose alzheimer werd gesteld, droomde ik dat er een atoombom ontplofte. Hanneke en ik stonden buiten. Eerst leek het ver weg. Toen drong tot mij door dat de ontploffing veel dichterbij plaatsvond dan ik had gedacht, op een afstand van zo’n vijf, zes kilometer. Een hete wind stak op, de zon werd verduisterd door as. Dikke flarden as woeien ons tegemoet. Het was duidelijk: er was geen ontkomen aan. Ik zei tegen Hanneke: ‘Kom maar hier, mijn liefje. Nu gaan wij sterven.’ Wij gingen op de grond liggen en ik sloeg mijn armen om haar heen. Heel rustig. Constaterend. Verdrietig. Vooral teder. Wij waren niet bang. Het moment was gekomen.
Zo lief en teder zonder meer liggen wij tegenwoordig vaak in bed. Dat deden we toen niet. Dat hebben we geleerd. Je kunt ook zeggen: dat is vrijgekomen. Want al die onttakeling is niet alleen negatief. Dankzij de kernexplosie is veel weggenomen en leven we in het verlies, de stormwind die niets laat zoals het was, maar er is ook veel goeds bloot komen te liggen in deze slijtageslag.
Ik zou een gat in de lucht springen wanneer een wondermedicijn werd ontdekt. Maar ik zou tegelijkertijd niet terug willen naar de situatie zoals hij was. Nee, alsjeblieft niet. Liefde is de grondstof van ons bestaan en we zijn nog nooit zo gelukkig geweest als nu. Zo intiem. Elkaar zo nabij. Het is heel raar, maar het is wel waar.

Zij is van de week twee keer gevallen. Dat is een veeg teken. De tweede keer in het donker van de trap. We waren er van alle kanten al voor gewaarschuwd. Maar wat kun je eraan doen? We wonen hier, Hanneke weet hier de weg, het is de plek in het universum die precies op haar aansluit. Als we zouden verhuizen naar een veilig huis (maar wat is een veilig huis? de eerste keer viel ze van een stoel!) zou ze voortdurend in verwarring leven. Dan maar liever zo. Ik zei wel met nadruk tegen haar (want dat werkt soms) dat ik liever had dat ze de volgende keer dood viel dan dat zij van alles zou breken. Ik zei: ‘Dan heb ik verdriet omdat ik zonder jou moet leven, maar dat heb ik liever dan dat jij nog verder gehandicapt raakt en je niet meer kunt bewegen.’ Het is heel grof om zoiets te zeggen, maar ik heb inmiddels wel geleerd dat fijnzinnig niet altijd het juiste is. Zij was het trouwens met mij eens.

Over euthanasie hebben we na die eerste keer nooit meer gesproken. Dat is gewoon haar ding niet.
Zij zegt: ‘Ik leef het leven zoals het is.’ Dat is niet ideologisch, nee, dat is Hanneke. En het is Jezus. De weg, de waarheid en het leven. Alleen zal het Hanneke een zorg zijn of het Jezus is.
Zoals de Japanse dichter Basho al zei: ‘Zoek niet de wegen van de ouden, zoek wat de ouden zochten.’ Nou, dat heeft zij gedaan. Ik zie haar niet meer zoeken. Zij zegt: ‘Dit is mijn leven, dat leef ik tot het einde. Dit is mijn waarheid. Zo is mijn weg. En of ik dat morgen nog net zo vind, dat zal morgen wel blijken. Daar kan ik mij nu niet mee bezighouden.’
Mijn vrouw, die niet van mij is. Jongens, hebben jullie ook zo’n vrouw, die niet van jou is, maar wel geheel de jouwe is?

 

 

Geplaatst in Hans' weblog
16 reacties op “Alzheimer en de liefde (6)
  1. Marie jose schreef:

    Tranen van ontroering en een diepe buiging voor jullie!

  2. fr schreef:

    ja dit is Hans zoals hij is, enja, dit is inderdaad ook Hanneke, ook wanneer haar volgtijdelijke scherpte haar bijkans in de steek laat

  3. Debbie schreef:

    Wat ontroerend; zo stoer en teer tegelijkertijd hoe jullie samen zijn.

  4. Paul van Olffen schreef:

    Ik ben elke keer weer geraakt door hoe je schrijft over wat er met jou/jullie gebeurt. Ik vind het werkelijk bewonderenswaardig. Het zijn geen mooie woorden over de liefde, het is een vertolking van liefde in waarheid, dat vind ik zo mooi.

  5. Nel schreef:

    Ik ben sprakeloos van ontroering….

  6. Inge Prevoo schreef:

    Sprakeloos en zo waar Hans,
    Ik heb niet zo’n fysieke partner,
    Het leven en al mijn geliefden geven mij dit.
    Liefs Inge

  7. Mariëtte schreef:

    Woorden als parels aanéén geregen.
    Wonderschoon,
    een ode aan de liefde,
    jullie liefde.

  8. Caroline schreef:

    Geen vast verblijf tussen hemel en aarde
    Twee gezellen, samen op reis

    Zo las ik zojuist in het boek De smalle weg naar het noorden van Basho.
    Dat gaat over jullie, dacht ik meteen. Wat je beschrijft is pijnlijk mooi.

  9. liny schreef:

    ‘De liefde dorst je tot je naakt bent’ staat ergens in De Profeet.
    Daarvan getuigen jouw verhalen.
    Lieve Hans, wat ga je mij voor in de liefde.

  10. Victorine schreef:

    Ah wat ontroerend mooi.
    Zo kan de liefde zijn, glashelder, doorsnijdend, een diamant.
    Wat is het fijn jullie te kennen.

  11. Peter schreef:

    Zeker, Hans, zeker.

    Dank je, voor wat je schrijft.

  12. Joan schreef:

    En jij schrijft het leven precies zoals het is, dat is Hans. Indrukwekkend Joan

  13. Arthur schreef:

    Wat een nietsontziende helderheid. Wat een kracht en hoe fijntjes ook.
    Liefde, liefde, liefde.

    Ja, deze jongen heeft ook zo’n vrouw, die niet van mij is, maar wel geheel de mijne is.
    Een zegen.

  14. ceciel Funnekotter schreef:

    adembenemend mooi, in alles wat ook niet mooi is..
    dank

  15. Wim Hutten schreef:

    Allemachtig Hans, dit is schrijven op het scherp van de snede!

    Enorm goed: precies, ontroerend, schokkend, ontregelend ..

    Nou ja, geweldig dus.

    Dank!

    Wim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*