Beleeftijd

Ik heb geluk gehad. Ik ben 83 jaar en ik heb daar 83 jaar over mogen doen. Leeftijd en beleeftijd zijn hand in hand gegaan. Ik ben zo oud als ik ben én ik ben leeftijdsloos. Ik zeg dat terwijl ik mijn broer gedenk, die jong overleed, hij was 47. Mijn broer, die nooit 40 is geweest, nooit 30 is geweest. Eigenlijk heeft hij net de 20 gehaald.
Hij kreeg namelijk toen hij 20 was een vorm van lymfklierkanker. Hij overleed er niet aan, maar ik heb hem toen in een paar maanden tijd heel oud zien worden. Veel ouder ook dan 47, de leeftijd waarop hij aan een hartaanval overleed. Hij was aan het leven onttrokken, tot vlak voor zijn dood. Hij leefde voort, maar hij was er niet.

Ik begreep dat hij bang was en ik probeerde daar met hem over te praten. Dat lukte ook wel, maar er bleef toch altijd iets onuitgesprokens. Ik wist niet wat het was en pas na zijn dood ben ik gaan beseffen hoezeer hij in de rouw was. In de rouw, omdat hem door de artsen was verzekerd dat zijn vorm van lymfklierkanker ongeneeslijk was. Dat bleek niet het geval te zijn, hij was de uitzondering op de regel, een verblijdend wonder eigenlijk, maar hij kon het wonder niet geloven en wendde zich van het leven af. Hij rouwde, maar hij wilde niet rouwen, en daardoor vrat de rouw zich in hem in.
Ik zie dat nu, maar ik zag het toen niet. Ik kende het zelf nog niet dat je jezelf verdoft om het verlies niet te hoeven ondergaan. Daar speelt angst wel een rol in, maar het gaat veel verder dan angst, want het is opstand – opstand tegen de dood die eigen is aan het leven, dat het leven zo is, en dus ook opstand tegen onmacht en weerloosheid. Het is deze opstand die mijn arme broer uit de tijd deed treden. En wanneer je dat doet, word je heel, heel oud, hoe jong je ook bent.
Ik sprak met hem over zijn angst, maar de woede was groter, de vloek die hij in zijn borst verborgen hield, rond zijn hart. En daarover spraken we niet. De opstand bleef geheim. Tot het laatste jaar van zijn leven, toen hij plotseling zijn vrouw had verloren. Zij lag dood in de badkamer. Een hartaanval. Nu was het lijden niet meer gedempt, hij brak open, woede, verdriet, lachen, verwondering, alles was er weer. We spraken weer van hart tot hart met elkaar. Hij rouwde nu openlijk en daarin loste de geheime rouw op.  Hij werd jonger en jonger. Hij was bijna weer 47 toen hij overleed.

Ik moet hieraan denken door het contact dat ik de laatste tijd heb met een kleinzoon, die zijn vader drie jaar geleden heeft verloren. Mijn kleinzoon heeft aan de dood van zijn vader de eerste tijd weinig aandacht besteed. Hij had zoveel te doen en stond volop in het leven. Hij was in van alles geïnteresseerd, leerde Japans, was heel sportief, speelde gitaar in een band, schreef gedichten, voeg daarbij de liefde die toesloeg, en dan was er natuurlijk ook nog school. Maar het laatste jaar woelde toch het gemis in hem omhoog en kwam het verlies van zijn vader centraal te staan. Hij vond de gedichten terug, die zijn vader op zijn ziekbed had geschreven, hij las ze, hij herinnerde zich van alles en vroeg zich ook van alles af. Hij was in de rouw. In de levende rouw.
Soms was de spanning te groot, het verlies, het onbegrijpelijke. Wat hem hielp en helpt, is over het verlies te schrijven en te spreken. Zo is hij nu bezig om voor school een werkstuk te schrijven over rouwen en rouwverwerking. Hij heeft mij een outline van het werkstuk opgestuurd met de vraag of ik een voorwoord wil schrijven. Het ontroert mij dat hij mij dat vraagt, ik vind het ook een eer, en ik vind het heel fijn dat we hierover contact kunnen hebben.

Ik ben, zoals ik al eerder heb verteld, een boek aan het schrijven over verlies, afscheid en schoonheid. Wat mijn kleinzoon mij vraagt om te schrijven sluit precies aan bij wat ik zelf aan het schrijven ben.
Het merkwaardige doet zich nu voor dat ik in het hierin met hem zijn even oud ben als hij. Ik schreef hem in een brief, die als voorwoord kan dienen: ‘Jij, mijn kleinzoon, en ik, wij beleven dit nu. Jij bent 17, ik ben 83, maar in dit opzicht zijn we even oud. Rouwend zijn wij twee mensen die elkaar kunnen aankijken en in elkaar de liefde en het verlies herkennen – de zachtheid van de liefde en de rauwheid van het verlies, het onbegrijpelijke’.
En even verder: ‘Jij hebt je vader verloren, waar je veel van hield, die je ook eert en die je steeds beter leert kennen, ook na zijn dood, onder andere door zijn gedichten. Ik heb twee jaar geleden na een lang ziekbed Hanneke verloren, mijn lieve vrouw en jouw oma. Wij beiden kennen het, zoals de dichteres Vasalis het zo treffend zegt, dat niet het snijden zo’n pijn doet, maar het afgesneden zijn. En het wonderlijke is, dat we in dat herkennen bij de ander juist niet afgesneden zijn. In het herkennen van het verlies, in het tonen van het verlies zijn we verbonden. Ik ervaar het terwijl ik je werkstuk lees.’
Mijn broer wilde niet in de tijd leven en werd daardoor lange tijd veel te oud en eigenlijk levenloos. Mijn kleinzoon en ik beleven het verlies, kijken elkaar aan, en worden daarin leeftijdsloos. Hij is 17, ik ben 83, maar hierin is geen jeugd, geen ouderdom. Het verlies van een geliefde, vader, moeder, partner, vriend, vriendin, is niet te begrijpen en niet te verdragen, maar kan wel geleefd worden. Waar we het verlies leven, jong of oud, ons niet afwenden, het niet toedekken, leven we het leven, zijn we 17, zijn we 83, precies zoals we zijn.
Het leven levend, zien we ook, dat rouwen een wijze van liefhebben is.

Daarmee beëindig ik mijn brief aan hem:
‘Ja, als we niet liefhadden zouden we ook niet rouwen. En net zoals de liefde is de rouw een uitdaging, misschien is uitnodiging een beter woord, om geheel te doorleven wat er met je gebeurt. Wanneer je je niet afwendt van het verlies – ik spreek uit ervaring – blijkt het gemis ook een knop te zijn. Een knop die kleuren bevat die tot dusver niet in je vrij waren gekomen. Kleuren die jou en mij in het verlies worden aangereikt en ons op een nieuwe wijze verbinden met degene die is heengegaan.’

Ik schrijf het aan hem. Ik schrijf het aan mijzelf. En nu schrijf ik het jullie.

Geplaatst in Hans' weblog
23 comments on “Beleeftijd
  1. Joke Beers schreef:

    Hans bij het lezen van je mooie tekst komen er dierbare herinneringen.
    Ik was 12 jaar(nu ben ik 84)toen mijn moeder stierf. Dit jaar ben ik 2x zo oud als mijn moeder is geworden.
    Op haar bidprentje stonden 2 regels uit het gedicht:
    Stervenspijn van Alice Nahon Vlaamse dichteres 1896-1933
    “Gij die me leven hebt geleerd, God leer me sterven.
    In het gedicht heb ik mijn moeder leren kennen en voel me zo verwant met haar.

  2. Dolphine Grijns schreef:

    Heel veel dank Hans…

  3. my schreef:

    Samen het verlies durven beleven en daarin als 17 en 83 jarige leeftijdloos worden. Prachtig, tranen in mijn ogen.

  4. Gerard Janson schreef:

    Nu al ruim 5 jaar leef ik verder, zonder mijn vrouw die mij na 51 jaar liefhebbend samenleven ontviel, omdat haar lichaam niet meer verder kon.
    Het rouwen wint nog steeds aan intensiteit, hand in hand met mijn liefde voor haar. Zo had ik het niet verwacht.
    Het blijkt ondraaglijk fijn, het proces dat onvoorwaardelijke en tijdloze Liefde aan het licht brengt.
    Liefde voor het volle leven, ogenschijnlijk tussen geboorte en dood, maar feitelijk daar voorbij.
    Leven voor een liefde, waarover Kahlil Gibran lang geleden trefzeker schreef in ‘De Profeet’. Parafraserend: liefde is niet voor watjes.
    “Dat geeft de burger moed”, houd ik mezelf voor op momenten dat de intensiteit me lijkt te overmannen.

    Jouw woorden getuigen voor mij van een soortgelijke liefde voor het leven, met alles erop en eraan. Dank voor je vermogen woorden te vinden die het onbevattelijke dichterbij brengen Hans.

  5. Angela Kok schreef:

    En ik schrijf aan u dat ik niet kan wachten dat het boek af is. Dit is precies waarom ik u heb uitgenodigd. Zo duidelijk en mooi beschreven.
    Angela

  6. Josine Foreman echtegenote van Johan Kos schreef:

    Een jaar diep in de rouw nu, na het plotselinge verlies van mijn maatje en man. Rauwe rouw die vele kleuren en nuances blijkt te hebben. Het verbijsterende onbegrijpelijke is wat me het meest bespringt, bij tijden. Soms lijkt het nauwelijks te dragen maar ik blijkt het toch te kunnen. Als mensen me vragen ‘hoe gaat het” antwoord ik soms, ik leef nog, maar ik weet eigenlijk niet meer zo goed hoe ik dat eigenlijk doe.

  7. Truus Peters schreef:

    Zo mooi beschreven en troost en verbinding voor je kleinzoon.

  8. Marc schreef:

    Bijzonder Hans, terwijl ik dit lees lig ik op bed bij te komen van een grote huilbui. Het gebeurde zojuist toen ik mijn vriend me 17 jaar samen in straat te hebben gewoond hielp verhuizen. We hadden z’n piano in elkaar gezet en hij begon erop te spelen. Ik besefte me dat nu hij muziek in z’n nieuwe huis speelde zijn nieuwe huis zijn thuis was geworden. En ineens stond ik daar te huilen als een jongetje. Ik heb het mezelf maar gewoon gegeven. Ik weet dat we vrienden zullen blijven en hoe intens veel ik van hem houd, maar de straat zal nooit meer hetzelfde zijn. En ook, het is goed. Het is het leven, we zijn vrij, ik mag en ook hij. Ik blijf achter in deze straat en ga verder, maar eerst is er wel een reeel moment van vertrek en dat doet zomaar toch wel heel veel pijn. Dank je.

  9. Hetty Esseveld schreef:

    Prachtig Hans hoe je beschrijft wanneer rouwen zich verbindt met liefhebben.

  10. Marjo Korrel schreef:

    Dank je, Hans.

  11. Wilma Post schreef:

    Lieve Hans. 2 jaar geleden ben ik met een geopereerde maag carcinoom palliatief thuis afgeleverd. Daarna zonder nazorg gewacht met een prognose van 4 tot 6 maand overlevingstijd. Toen ik het wachten zat was na meer dan 2 jaar,heb ik in het UMCG een second opiion aangevraagd. Raad eens. Ik ben genezen! Na 2 jaar voorbereid te zijn geweest om afscheid te nemen met de kno weer om. Ik vind het heel erg moeilijk om de vrede van het afscheidnemen te transformeren tot het perspectief van ‘levenswil’ te transformeren. Vraagt ineens veel meer van me. Het lijkt mij dat lolaten een eenvoudigere weg is dan levenswil. Teminste bij mij. In ieder geval ben ik er weer ben ik blij dit met je te delen.De rest komt wel

  12. Niels schreef:

    Prachtig verwoord, ik kan het voelen.

    Dankjewel.

  13. Marianne schreef:

    Ontroerend hoe je rouw beschrijft en ervaart …
    Dank

  14. Jeanet schreef:

    Beste Hans,
    Bij het lezen van je geschrevene stromen de tranen over mijn wangen.
    Ik rouw mee als 60 jarige met dezelfde rouw, rouw van verlies, veel verlies, tranen van gemis, van heimwee naar samen.
    Alles doorleven is een levenskunst.

  15. Roza Boer schreef:

    Prachtig..Hoe alles en iedereen wordt ingesloten. Voorbij tijd en ruimte..rouw is ten diepste liefdeswerk. Een uitnodiging van het Leven om liefde het laatste woord te laten hebben.

  16. leo schreef:

    dank je, Hans

  17. Malou van Oers schreef:

    Beste Hans,

    Wat komt dit binnen, hoe je over je rouw en die van je kleinzoon schrijft. De laatste jaren heb ik veel dierbaren verloren.. ik voel me gesteund door jouw stuk, door hoe jij het ervaart, door jouw metaforen …en die bloemknop, die herken ik! Dank je wel voor het delen.

  18. Martha schreef:

    Wat mooi, rustig beschreven Hans. Precies, beleeft.

  19. Simon Rijser schreef:

    Ik ben hier stil van. Ga het de komende weken weer opnieuw bemediteren
    Soms denk ik: Heb ik eigenlijk wel gerouwd om mijn ouders? Om mijn dierbare vrienden. ?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

De opname van de verhalenavond van woensdag 22 april is beschikbaar en je kunt je nu aanmelden voor de verhalenavond op woensdag 10 juni.