Ik sprak er na het heengaan van Hanneke met mijn huisarts over. Hij zei: ‘Kon je merken de laatste tijd voor haar dood, dat zij zich op de een of andere wijze aan het voorbereiden was op een volgende incarnatie?’ Het was een merkwaardige vraag, maar ja, het is dan ook een bijzondere huisarts. Op zijn onnadrukkelijke wijze kwam hij diep mijn bestaan binnen. Hij belde mij – in de maanden voor haar overlijden en ook na haar dood – met een zekere regelmaat om te vragen hoe het met mij ging. Dat waren verblijdende en ontroerende contacten, een prettig samenkomen van distantie en vertrouwdheid. Tijdens een zo’n gesprek vroeg hij dus of Hanneke zich in de laatste tijd voor haar dood had voorbereid op een volgende incarnatie. Had ik daar iets van gemerkt? Ik antwoordde: ‘Ze bereidde zich niet voor, ze leefde een volgende incarnatie.’
’Hoe dat?’ vroeg hij.
‘Ze heeft weleens gezegd, tamelijk vaak eigenlijk, dat zij, als er zoiets als een volgende incarnatie bestond, in een volgend leven graag zangeres zou worden. Liever dan psychotherapeut was ze in dit leven al zangeres geweest, maar ze had een ander talent, dat zij zoals ze wist niet mocht begraven. De laatste periode van haar leven toen bijna al het vertrouwde was weggevallen, klopte dat andere aan en, ik kan het niet anders zeggen, overmeesterde haar. Zij had altijd al graag gezongen, maar nu deed ze niets anders meer. Als ze niet zat te suffen of sliep, zong ze. Tot midden in de nacht, dat was niet fijn voor haar medebewoners, maar het was alsof ze een heel leven moest inhalen. Dus ja, dat volgende leven heeft ze al gehad. En ik weet niet of er nu nog wel een volgend incarnatie nodig is.’
Hij ging er niet verder op in. Ik ook niet. Maar mijn antwoord bleef in mij naklinken.
Ik ben verleden week 83 geworden en ik moest rond mijn verjaardag steeds aan dit voorval denken. Ik vroeg mij af: rest mij nog iets in dit leven, dien ik nog iets te doen wat ik nog niet eerder heb gedaan? Iets nieuws, iets anders? Ik leid een vredig bestaan, maar ook in mij is het lente, eerlijk gezegd mijn hele leven al, en op dit punt in het jaarritme neemt het stuwen en kiemen extra toe. Daar doet de leeftijd niets aan af.
Ik zet liever mijn fiches niet in op een volgend leven na dit bestaan. Maar een volgend leven in dit bestaan? Ja, waarom niet. Dus is er iets dat ik in deze laatste fase van mijn leven nog wil doen – nog niet heb gedaan, niet volledig in ieder geval? Met andere woorden: wat wil ik worden wanneer ik groot ben?
Ooms en tantes vroegen dat toen ik jong was, steeds weer, er waren hoge verwachtingen: ‘Hans, wat wil je worden wanneer je groot bent?’ Ik zei: ‘Dierenarts’ en wat later ‘Archeoloog’ en weer wat later ‘Ontdekkingsreiziger’. Dat laatste kon op weinig waardering rekenen van mijn ene oma, de christelijke lerares, die graag wilde dat ik de familienaam eerde door dominee te worden of minister-president. Mijn andere oma, die het niet zo nauw nam met fatsoen en carrière, zei: ‘Als je maar gelukkig bent.’ Ik vond haar het liefste mens van de wereld, maar ik vroeg mij af of het zo eenvoudig was.
Ik weet nu dat het zo eenvoudig is. Niet voor niets noem ik haar mijn eerste levensleraar. Geluk is de graadmeter, niet de vorm of de functie. Ik weet inmiddels dat ik mij kan laten leiden door wat mij blij maakt. Niet door wat blijdschap belooft, maar wat blij maakt in het moment en een lichtende stippellijn uitzet in de tijd.
Zo heb ik ook met Hanneke kunnen zijn in de jaren van alzheimer. Ik heb weleens gezegd dat lotsverbondenheid het mij mogelijk maakte om met zoveel plezier en aandacht voor haar te zorgen, maar ik besef nu, twee jaar na haar dood, dat het toch vooral blijdschap was. Blijdschap van ons beiden, blijdschap in onszelf en blijdschap met elkaar. Licht dat licht ontmoet.
Na de dood van Hanneke is mijn oude leven afgebroken en is mijn nieuwe leven (deze volgende incarnatie?) begonnen. Ik had een jaar of twaalf voor haar gezorgd, de laatste acht jaar intensief. Het had veel van mij gevraagd, ik had geen reserve meer. Ik dacht dat het nu voorbij was, ook voor mij, alles. Zij was weg, maar ook voor mij was dit het einde.
Ik was moe, leeg, uitgeput, maar ik was niet alleen opgebrand, ik was ook klaar. Ik had alles gegeven, ik had mijn taak vervuld, dit was het einde. Veel mensen, die hun geliefde tot aan de dood hebben begeleid, kennen dit gevoel.
Zij is er niet meer, hij is er niet meer, maar ook ik die met hem of haar was is er niet meer. Als ik een trap afloop, probeer ik degene die naast mij loopt tegen te houden, zodat zij niet valt, maar zij is het niet, ik loop hier alleen.
Er is niets meer te doen, de vlakte is leeg, tot aan de horizon leeg. Niets dat wenkt. Een nieuwe wetenschap. Tijd zonder belofte.
Tijd zonder belofte. Dat is gebleven. Ik kan ook zeggen: het is ontdekt en niet meer toegedekt.
Twaalf jaar met iemand zijn van wie je houdt, dichtbij, dag na dag, in de wetenschap dat hij of zij niet beter wordt, integendeel. Twaalf jaar zonder de belofte van herstel. Dat is een goede training in dit onwerkelijke bestaan van ons waar groei de norm en de eis is. Zonder belofte, zonder depressie, kan een knop dieper dan succes en voldoening zich openen. De knop van eenvoudig zo-zijn.
Een vriend schreef mij op mijn verjaardag: 83 years, still burning, still burning free – wat the heart has always known, the mind can finally see. Dank je wel, lieve vriend. Inderdaad, ik wist het, het weten was de kiem, en nu, in deze nieuwe incarnatie, zie ik dit en is het ook het beginpunt. Zonder belofte, zonder streven, is dit alles speelveld.
En weer leer ik, net zoals aan het begin van dit leven, met dit gestel, dit lichaam, deze psyche, mij te bewegen, mij uit te drukken, taal te vinden voor deze nieuwe wereld.
Ik ben een man van 83. Ik kom net kijken

Hoeraaaaa!
Ik las: “ zonder belofte, zonder sterven, is dit AL een speelveld ”
(Ipv: “ zonder belofte, zonder streven, is dit alles speelveld ”) .. en ik dacht; “ wat fijn dat Hans al zoveel en zo vaak is “gestorven” in dit leven.. al die aannames die je mocht doorgronden, mocht begraven, achter je kon laten. Wat een rijkdom.. is ons daarmee gegeven. Hoera! Ik vier dat jij er bent!
Dag Hans, Bedankt voor je mooie tekst! En nog van harte gefeliciteerd! Wat mooi om je af te vragen welk leven nog vraagt om geleefd te worden. Voor mij lijkt het erop dat je nu die ware ontdekkingsreiziger kunt zijn. Zolang je schrijft wandel ik op afstand met nieuwsgierigheid en verwondering even met je mee. Fijn dat dit zo kan!
Wow, dat is nog eens leven. Leven met hoofdletters. Daar kan je alleen maar zoiets eenvoudigs als ‘amen’ op zeggen. Dank voor je inspiratie!