Het noodzakelijk zwart (5)

Er waren n.a.v. mijn vorige blog twee vragen.

@Anna Hoekstra: Het plaatwerk is ontleend aan o.a. Chymisches Lustgärtlein, Stoltzius von Stoltzenberg, Franckfurt, 1624 (mijn editie Wissenschaftliche Buchgesellschaft, Darmstadt, 1964); Les douze clefs de la philosophie, Frère Basile Valentin, Traduction, Introduction, Notes et Explication des Images par Eugène Canseliet, Les Éditions de Minuit, 1956. Meer recent biedt de bundeling Alchemie & mystiek een rijke verzameling aan plaatwerk: Alchemie & mystiek, Alexander Roob, Taschen/Librero, 1997.

@Johanna van Fessem (Wat bedoelt hij met ‘de afgrond van de leegte’? Als ik probeer geen aandacht te geven aan gedachten en gevoelens tijdens meditatie, omdat ik denk dat alleen in De Leegte het echte diepe leven te vinden is, ben ik dan op een dwaalspoor?): Ik zal proberen hierover iets te zeggen. Ik zeg ‘proberen’, omdat het zo snel een spel met woorden wordt.
Er is natuurlijk een verschil tussen mediteren op de leegte en gefixeerd zijn op het niets. Longchenpa noemt dit laatste ‘een nihilistische opvatting van openheid’.
In onze cultuur is het mode om een nihilistische opvatting van openheid te koesteren en uit te dragen. Men zegt dat alles kan, dat alles mogelijk is, dat het criterium is dat jij het prettig vindt en dat de ander er niet te veel last van heeft. Er zijn geen diepere restricties. Er is immers niets. Dat laatste wordt dan vaak triomfantelijk gezegd. Er is niets – geen God, niets na de dood, niets voorbij het brein. Liefde is een soort chemische reactie en het geweten is een ouderwetse term voor sociale conditionering. Er is slechts dit lichaam en deze psyche (dat eigenlijk een lichaamsdeel is), daarmee doen we het, dit samenstel van erfelijkheid en omgevingsfactoren, zolang als het duurt.  Enzovoort.
Dat is iets volkomen anders dan mediteren op de leegte. Als je mediteert op de leegte, houdt geen omlijnde gedachte stand. Er is geen gehechtheid, niet aan een iets en niet aan een niets. De concepten en veronderstellingen lossen op. Dat is niet niets. Het is ruimte. Expressieveld van mededogen. Volle leegte.

*

Het afgelopen weekend had ik een retraite hier in mijn werkkamer. Ik vind dat heerlijk. Ik ontvang de mensen in mijn werkkamer, waar ik nu ook zit te schrijven, en we zijn met elkaar als vrienden, zoals Ben Bullington het zingt op de laatste cd die hij maakte vlak voor zijn dood: ‘Like four friends smoking on the midnight porch.’ Een basaal rustig samenzijn. Ik hoef niets voor te bereiden of in te vullen. Er is ruimte en in de ruimte vindt manifestatie plaats. Alles kan aan de orde komen en alles kan oplossen in het licht. Dat is een retraite. De dingen zijn zo eenvoudig.

En als ze niet eenvoudig zijn? Want dat gebeurt ook. Wat te doen als je om wat voor reden dan ook in de war bent en in de donkere afgrond kijkt en je daarvan niet meer los kunt maken, wat te doen als je geannexeerd dreigt te worden door de nihilistische opvatting van openheid, wanneer de angst je overweldigt?
Op die vraag geeft Longchenpa in Het Juwelenschip een antwoord. Hij zegt: Wanneer het zicht is geblokkeerd door deze fixatie, die is als een donkere afgrond, richt dan smeekbeden tot de spirituele gids, vertrouw op zuiver inzicht, beoefen liefde en mededogen, en train je geest in het gewaarzijn van het niet-permanente en de karmische consequenties van je daden.

Dat vind ik zo’n goed antwoord. Zo zorgzaam vanwege de tips die hij geeft. Zo vriendelijk ook, dat hij het vergeten niet afkeurt maar zich richt op het weten dat toch alle vergeten doordringt. Dit weten, dit centrale licht, spreekt hij aan.
Hij gaat er impliciet vanuit dat het nihilisme niet alles doordringt en dat je kunt merken dat je erdoor dreigt te worden aangetast terwijl je het eigenlijk niet bent. Op het moment dat je het ziet, ben je het niet. Het is alsof je de deur van je huis opendoet en daar tegenover je iemand ziet die je iets wil verkopen. Dan kan het nog heel moeilijk zijn om te onthechten, er zijn heel slimme verkopers, maar dat zien, dat primaire besef, is het licht in het duister. Daar gaat de geest het zwart in en daarbij kan je hulp krijgen. Je moet er wel om vragen, je moet dus afstappen van je podium:
Richt smeekbeden tot de spirituele gids.

De spirituele gids. Wie dat ook is. Het kan je kat zijn. Je geliefde. Jezus Christus. Boeddha. Een leraar. Iemand die jij vertrouwt, die je hart raakt en je helderheid geeft.
Buig je daarvoor. Vraag om hulp. Niet morgen, maar nu. In de angst, de kou, de scepsis, vraag om hulp aan wie jou het liefst is. Vertrouw op zuiver inzicht. Beoefen liefde en mededogen.
Dan lost de angst op. De kou wijkt. Je wordt weer deel van het weefsel. De afgrond, het peilloze niets, blijkt sprekende leegte. En daarin worden de kou en de angst met het licht samengesmeed tot een onverwoestbare kern.

Zo gaat de scheppingskracht (of de liefde of het weten, of hoe je het ook wilt noemen) door het duister. De witte duif doordringt het zwart, zoals op deze afbeelding uit het werk van Robert Fludd (1574-1637).
Hierin vindt de overgang plaats naar de volgende fase van het Grote Werk.

Geplaatst in Hans' weblog
5 reacties op “Het noodzakelijk zwart (5)
  1. Anita Hamburg schreef:

    Het laatste stuk….richt smeekbeden tot je spirituele gids ….dankjewel Hans nu weet ik wat me te doen staat …voor mij is dat Jezus Christus …ben niet gelovig opgevoed …maar Hij was er op de een of andere manier altijd ! dankjewel xxx

  2. Johanna van Fessem schreef:

    Dank je wel Hans, voor je antwoord: ‘De afgrond van de leegte’ uitgelegd als ‘modern nihilisme’. Daar word ik -altijd op zoek naar wat de ‘echte’ waarheid is – soms ook door verleid.
    Maar je legt het heel duidelijk uit. “Er is natuurlijk een verschil tussen mediteren op de leegte en gefixeerd zijn op het niets. Longchenpa noemt dit laatste ‘een nihilistische opvatting van openheid’.
    Leegte “is niet niets. Het is ruimte. Expressieveld van mededogen. Volle leegte.”

    En het volgende:

    (citaat) “Wat te doen als je om wat voor reden dan ook in de war bent en in de donkere afgrond kijkt en je daarvan niet meer los kunt maken, wat te doen als je geannexeerd dreigt te worden door de nihilistische opvatting van openheid, wanneer de angst je overweldigt?”

    Die toestand ken ik zelf ook zo goed!
    Na jaren oefenen heb ik nu een modus: Actief afwachten tot het Goddelijke mij weer in balans brengt. Trouw vasthouden aan die wens. Ook als ik op dat moment niet meer in God geloof. Dwars door dat ongeloof heen gaan en aan God aanhaken met een dun lijntje, een strohalm, zelfs als Hij niet bestaat. Het is een beslissing, niet iets dat je ‘voelt.’
    En tot nu toe is het altijd gebeurd en kwam ik terug in balans na twee uur, of twee dagen, twee maanden, en zelfs een keer twee jaar.

    (Citaat): “Dan lost de angst op. De kou wijkt. Je wordt weer deel van het weefsel. De afgrond, het peilloze niets, blijkt sprekende leegte. En daarin worden de kou en de angst met het licht samengesmeed tot een onverwoestbare kern.”

    Dank je wel.

  3. liny schreef:

    De spirituele gids. Het kan je kat zijn. Ik zou er niet opkomen. Maar het is waar. Dankjewel Hans.

  4. Nel schreef:

    Ik dank je vanuit de grond van mijn hart!
    Het is wérkelijk preciés wat ik nodig had/heb op dit moment dus NU….
    Dank daarvoor en liefs!

  5. Peter schreef:

    Kort en goed. Dank je, Hans.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*