Hulp (3)

Ik ben in de oorlog geboren, in 1943, en ik heb  slechts een paar herinneringen aan die periode. Ik herinner mij hoe rond mijn moeder en mijn vader een donkere wolk hing, alsof de kamer vol rook stond. Pas later heb ik begrepen dat het angst was wat ik zag. Dat is mijn allereerste herinnering. Mijn vader werd weggehaald door de Duitsers en mijn ouders waren bang, omdat hij werd meegenomen en zij niet wisten wat er zou gebeuren, maar vooral omdat ze vreesden dat de Duitsers de twee mannen zouden vinden die bij ons ondergedoken zaten. Dat gebeurde niet. Wat ik mij herinner is dat mijn vader daar in die kamer is met mijn moeder en twee mannen, waarschijnlijk Duitse politie. Het licht was aan en toch was het donker. De strootjes van het matras waarop ik lag prikten in mij. Meer herinner ik mij niet.

Mijn ouders vertelden vaak aan mijn broer en mij over de oorlog. Ik was trots op hen en dus ook op mijzelf, omdat wij twee onderduikers hadden gehad. De ene onderduiker was een jood, de andere was een gedeserteerde SS’er. Dat was een rare combinatie. Nog vreemder was dat de joodse man een slecht mens was, terwijl de gedeserteerde SS’er juist vriendelijk en zachtmoedig was. Daar klopte helemaal niets van. De slechte was goed en de goede was slecht.

De oorlog was de maat der dingen. In de oorlog zag je hoe iemand werkelijk was. Ik vroeg mij vaak af hoe ik zou zijn geweest, zonder daarop een antwoord te vinden, en ik trachtte de mensen die ik ontmoette met mijn oorlogsogen te taxeren. Zou het een goed mens zijn, een held misschien, of een lafaard, een verrader, een middelmatige? Zou ik bij hem of haar ondergedoken willen zijn? Zou ik hem vertrouwen als ik in het verzet zat?
Ik las toen ik ouder was alles wat ik maar te pakken kon krijgen over de oorlog, tot en met de dagboeken van Joseph Goebbels. Ik kon niet begrijpen wat de aantrekkingskracht was geweest van het fascisme, van Hitler met die hoge overslaande stem, en toch voelde ik een zuigende kracht. Het was een demonische kracht, afstotelijk en aantrekkelijk.
Ik droomde van Duitsers en Engelsen die met elkaar in gevecht waren, nacht na nacht. Het waren koortsige dromen. Duitsland was Duivelsland en Engeland was Engelland, daarover bestond geen twijfel. De Duitsers waren sterker dan de Engelsen. De modder overdekte alles.

Ik was 20, 21. De oorlog woedde nu in mij. De hemel was zwart boven het bezette gebied. Ik dook diep onder. Ik kwam de deur niet meer uit. Het leek uitzichtloos. Ik zag niet wat er met mij aan de hand was.
Gelukkig was er een familielid dat zich om mij bekommerde, de broer van mijn vader. Hij bracht mij in contact met een psychiater, een zielendokter, die mij hielp de depressie in te gaan, te doorleven en de onderduik te beëindigen.
De psychiater noemde het geen onderduik, hij noemde het desertie. Dat was inderdaad een betere term. Het punt was niet dat de machten van het duister het op mij voorzien hadden, het punt was dat ik het duister opriep doordat ik mijn plek niet innam, mijn plek in het licht.
Hij beloofde mij geen gouden bergen, maar hij zei wel dat er hulp was, dat ik het niet alleen hoefde te doen. Hij zei heel voorzichtig dat er wordt opengedaan als je klopt. Als je handelt in overeenstemming met wat je ten diepste weet, is er altijd hulp, zei hij. Omdat hij het mij niet schreef, maar tegen mij zei, wist ik niet dat hij sprak over Hulp met een hoofdletter, maar ik vermoedde het wel. Het stoorde mij niet, omdat hij zo’n oprechte man was en zo stil met mij in mij keek.
Hij liet mij lezen en studeren. Hij scherpte mijn intellect. Veel Engelse boeken, nog meer Duitse – van en over goede Duitsers, hoe zij in de oorlog waren, hoe zij terugkeken, hoe zij geleden hadden en toch licht waren gebleven. Wakker in een dictatuur, wakker in de angst, niet op macht gericht, weerloos. Ontvankelijk voor de Hulp.

Weerloos. Dat was wat de nazi’s verachtten. Voor de nazi’s draaide alles om macht. Macht boven macht, een piramide van macht. De verworpenen der aarde waren verwerpelijk. Weerloosheid was verachtelijk.
Het was niet macht tegen macht. Communist tegen fascist. Dat was niet de oplossing. Voor mij in ieder geval niet. Het was het erkennen van de totale machteloosheid en daarin zijn en bewogen worden, zoals de geest komt.
Weerloosheid was niet het einde, het was het begin.

(wordt vervolgd)

Geplaatst in Hans' weblog
16 reacties op “Hulp (3)
  1. Jobi van Veen schreef:

    … hoe zij geleden hadden en toch ‘ licht’ waren gebleven

  2. Anita schreef:

    Als je handelt in overeenstemming met wat je ten diepste weet is dat altijd hulp …

  3. Manjudhi Stoltenkamp schreef:

    Dag Hans, wat fijn dat je het woord ‘weerstand’ niet meer gebruikt (ik kan me overigens niet herinneren dat je dat ooit gedaan hebt, maar ik ga meestal steigeren als anderen dat doen). Het geeft inderdaad blijk van het beter denken te weten dan de persoon die je voor je hebt en van misschien niet genoeg respect voor waar die ander zich bevindt.
    Dank voor dit mooie verhaal over een weg van verduistering naar licht. Ik hoop dat zo’n weg zichtbaar en toegankelijk mag worden voor wie daar ook maar naar verlangt.
    Dank ook voor je lezing in de ‘soundcloud’ ‘Wat van mij is is van jou, en wat van jou is is van jou’ – als samenvatting van wat Hanneke en jou ‘beweegt’.
    Hartelijke groet,
    Manjudhi

  4. Elizabeth schreef:

    Ik vinduw verhalen heel mooi. Maar op p. 128/129 staat wel 9 keer ‘ weerstand’ en dat wekte bij mij weerstand op Is er een herziene druk? Deze is van 1992
    U hoort van mij.

    • Hans Korteweg schreef:

      Er is een herziene druk, uit 2010, meen ik. Ik vind die pagina’s over weerstand ook niet een hoogtepunt van het boek (understatement), overigens net zoals de pagina’s over fasen van inwijding. We hebben dat boek 30 jaar geleden geschreven. Zo’n jaar of 5 geleden wilde ik het uit de handel halen omdat grote delen ervan al geruime tijd niet meer strookten met mijn kijk en leefwijze. Onze uitgever heeft mij toen dringend verzocht om het boek nog een tijd in de handel te houden, omdat, zoals hij zei, het zoveel mensen zo goed doet. Ik ben daar toen in meegegaan, om hem een plezier te doen, vanwege de jarenlange goede relatie.

      • Elizabeth schreef:

        Dank voor de reactie. Ik heb een concrete vraag. Kan ik met u corresponderen zonder dat al uw volgers meelezen?

  5. Elizabeth schreef:

    Geachte mijnheer Korteweg, heel recent heb ik De Grote Sprong in handen gekregen. En gelezen. Ik ben van 1942. Ik heb me ingeschreven voor de weblogs. Maar ik voel me zo’n buitenstaander. De dierbare mails van mensen die het allemaal begrijpen. Ik begrijp er niets van. En al die weerstand, begrijp ik uit het boek, is mijn eigen probleem. Ook dat nog. Te laat zeker. Ik ben gepokt en gemazeld in de gereformeerde leer. En waarom schrijf ik dan? Het boek heeft me toch geraakt en ik heb veel verlangen.

    • Hans Korteweg schreef:

      Beste Elizabeth, Ik ben ongeveer net zou oud als u, aan de leeftijd kan het niet liggen. Waar dan wel aan? Ik weet het niet, ik kan mijzelf niet verklaren in algemene zin. Ikzelf gebruik de term weerstand eigenlijk nooit (meer), ik vind dat zo’n duidende term, ook nog eens vanuit een superieure positie. Ik ga ervan uit dat uw ervaringswerkelijkheid een andere is dan de mijne en dat parallel daaraan uw taal ook een andere is dan de mijne. Kennelijk heb ik met mijn woorden toch een verlangen in u aangeraakt, een verlangen dat niet helemaal wordt gedekt door uw ervaringswerkelijkheid. Dat kan het begin van een contact zijn. Als u een gerichte vraag hebt, hoor ik dat graag. Vriendelijke groet, Hans Korteweg

      • Elizabeth schreef:

        Dat is aardig van u, dank u wel. Ik ga het boek nog eens lezen en zal dan concrete vragen proberen te stellen. Ik ben idd aangeraakt maar ook onrustig geworden. Maar dat schijnt niet erg te zijn.

  6. Peter de Leeuw schreef:

    Beste Hans, Mooi verhaal. De wijze waarop je dit weet te beschrijven geeft mij opnieuw reden voor enige bescheidenheid. Ik ga niet in details treden. Opnieuw ontdek ik weer raakvlakken in onze levens. Geboren in Den Haag in 1942 heb ik ook diverse herinneringen aan de oorlog en de bevrijding. Echter niemand gelooft mij. Sommige herinneringen kon ik alleen plaatsen door navraag bij mijn ouders. Ook zij twijfelden, in hoeverre dit mijn eigen herinneringen betrof. Een metafysische herinnering, zoals jij beschrijft heb ik niet. Ik ga in deze reactie niet te veel in detail treden. Daar is deze blog van jou niet voor bedoeld. Ik kan wel stellen dat de tweede wereld oorlog voor mij in 1945 niet was geëindigd. Eigenlijk nog steeds een rol speelt in de achtergrond van mijn wezen. Groeten, je collega Peter

  7. Debbie schreef:

    Wat een mooi verhaal! Vooral ook het inzicht dat het om de verachting van de weerloosheid ging bij de nazi’s.

    En ik lees het als een eerbetoon aan de goede professionele hulpverleners. Een paar jaar geleden ben ik zelf ook zo enorm goed geholpen door twee jaar therapie bij een heel kundige en warmvoelende psycholoog. Met de wijsheid erbij die ik meekreeg van jou en van de opleiding bij het ITIP, zijn dit levensgeschenken waarop ik nog steeds teer.

  8. Dag Hans,

    Leuk dat je schrijft over de oorlog. Voor mij is dat ver voor mijn tijd en ik vind het fijn om zo een inkijk te krijgen in hoe het toen was. Raar om woorden als leuk en fijn te schrijven als het gaat over oorlog. Gek genoeg ervaar ik het wel zo. Het heeft iets puurs en onontkoombaars. Wat een realiteit en beproeving die je als mens in tijd van oorlog moet doorstaan. Dank voor dit schrijven en ik ben benieuwd naar deel 4!

    Hartelijke groet, Tom

  9. E.A.Muldrr schreef:

    Dag Hans,
    Wat een bijzonder artikel, het geeft weer veel inzicht en antwoord op mijn vragen.Ontvankelijk voor de hulp? Zeer zeker!
    Dank u wel alvast.

    Kijk uit naar uw reactie, Fijne dag toegewenst

    Warme groet,
    Eveline

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*