In de bus (4)

Aan het begin van de joodse Bijbel wordt beschreven hoe alles is begonnen en, zoals de kabbalist zegt, hoe alles steeds weer opnieuw begint. Het begint niet, zoals je misschien zou verwachten, op een mooie verantwoorde manier met een liefdevolle stem en een alles doordringend licht. Nee, er is na de aanhef (In het begin schiep God de hemel en de aarde) om te beginnen pure chaos. De Statenvertaling zegt het zo: De aarde nu was woest en ledig en duisternis was op de afgrond. Martin Buber en Franz Rosenzweig vertalen die eerste regels als volgt: Die Erde aber war Irrsal und Wirrsal. Finsternis über Urwirbels Antlitz.
Er is om te beginnen chaos, verwarring, leegte, duisternis, afgrondelijkheid. Dat is niet alleen zo in de joodse Bijbel, ook volgens de Griekse mythologie begon alles met chaos, de leegte, het niets. Ik citeer uit Wikepedia: Chaos wordt wel voorgesteld als een bodemloze leegte waar alles eindeloos ‘valt’; niet naar beneden, want er is geen enkele oriëntatie mogelijk, maar alle kanten op.

Dat vind ik een goede beschrijving van het onbeschrijflijke. Vallen in de bodemloze leegte, zonder oriëntatie, alle kanten op.
De chaos wanneer alle houvast is wegvallen. Als een geliefd iemand plotseling sterft. Als je opeens bedrogen blijkt te zijn door iemand waarvan je zielsveel houdt. Als je hoort dat je ongeneeslijk ziek bent. Als je geliefde bij je weggaat. Als Donald Trump toch president blijkt te zijn geworden. Het kan niet en toch gebeurt het. Je wordt teruggeslingerd naar het begin voordat je iemand werd. Voordat je een naam had en wist wie je was. Geen houvast meer. Geen oriëntatie. Irrsal und wirrsal.
Woest en ledig. Duisternis op de afgrond. Het zijn de belangrijke periodes in het leven. Hoe kom je daar doorheen? Wat vind je voor antwoord? Vind je wel een antwoord?
Is het het einde? Of juist een nieuw begin?

Woest en ledig is het begin van schepping. We leven in huivering en als we de huivering duurzaam trachten te bezweren, droogt de stroom op en raken we versteend in onze gewoontes.

*

Een leraar in een ver, ver land legt aan de klas uit dat de wereld plat is en dat hij wordt gedragen door vier olifanten, die op hun beurt weer staan op de rug van een reusachtige schildpad. Het slimste jongetje van de klas steekt zijn vinger op en zegt: ‘Maar, meester, waar staat die schildpad dan op?’ De leraar knikt waarderend, hij hoopte al dat die vraag zou komen. ‘Een goede vraag,’ zegt hij. ‘Het antwoord is heel eenvoudig: vandaar is het schildpadden tot beneden aan toe.’

Ik heb deze filosofische grap op een aantal verschillende manieren horen vertellen. En terwijl ik de clou al kende, moet ik er toch steeds weer om lachen. Het is een echte grap. Je kunt ook zeggen: het is een grap en het is echt.

We proberen voortdurend het onbegrijpelijke met begrijpelijkheid te vullen. Met ketens van oorzaak en gevolg. En op gevoelsgebied met reeksen van schuld – mijn schuld, jouw schuld, hun schuld. Van big bang tot Adam en Eva tot mijn ouders, de juffrouw op school, mijn baas en de regels. Zo zitten we nu eenmaal in elkaar. En dan, als we menen dat we het allemaal kunnen thuisbrengen, breekt opeens dat andere door. Zo zitten we ook in elkaar. We weten van oorzaak en gevolg en we weten van de oneindigheid waarbinnen we weten. Midden in het weten valt alle weten weg. En is er dat besef. Zonder omlijning of volgorde.

Daar op dat punt, in het aangezicht van het oorzaakloze, het schuldloze, is er vrijheid. Zijn we een stofje in het licht, buitelend van paradox naar paradox. Van vorm naar leegte, van leegte naar vorm. Lege vorm. Volle leegte.

Van dit alles hebben tirannen en betweters geen kaas gegeten. Zij houden zich verre van de regenboogbrug die, al is het maar voor een moment, het niets overspant. Terwijl de mystici en de kunstenaars (en daaronder versta ik ook de levenskunstenaars) daar steeds weer naar terugkeren. Eén voet in de leegte, één voet op de vaste grond. Staand in mededogen.

(wordt vervolgd)

Geplaatst in Hans' weblog
3 reacties op “In de bus (4)
  1. Basil schreef:

    In dit onbegrijpelijke licht bestaat mijns inziens geen ‘mijns inziens’

  2. Martien Janssen schreef:

    Dank je voor je Bus verhaal en alle blogs die je hier schrijft.

    Toen mijn moeder 10 maanden geleden aan Alzheimer stierf moest ik vaak aan jullie denken. Ze stierf omdat ze het verlies van haar eigen woning, haar vrijheid, niet meer kon dragen.

    Toen in 2015 Alzheimer bij haar werd gediagnosticeerd, nadat ze van de straat was opgepikt omdat ze niet meer wist waar ze was, moest ze worden opgenomen, vonden mijn broers en zusters. Ik was het daar niet mee eens en besloot om vanuit Dortmund naar Eindhoven te komen om met haar samen te wonen.

    Het was een goede tijd die we hadden: ze vertelde me veel over vroeger, we gingen samen naar Luxemburg waar ze oorspronkelijk vandaan kwam en bezochten de verschillende busstations uit haar leven. Na een half jaar was moest ik weer terug naar Dortmund omdat mijn geld op was. Ik had een oppas uit Polen geregeld, die ik een paar weken begeleidde in de hoop haar in mamas leven te kunnen integreren, maar zodra ik vertrokken was, werkte mama haar binnen de kortste keren de deur uit.

    In november 2016 werd ze tegen haar wil opgenomen omdat mijn moeder ook de tweede Poolse dame het huis uit gepest had. We bezochten Margot zo vaak we konden, maar iedere keer dat ik haar zag was ze nog verdrietiger, hopelozer en bozer. Diep in mijn hart wist ik, dat wanneer ik gebleven was, zij er zo niet aan toe zou zijn. Dat iemand met Alzheimer, die nog thuis woont in een kring van vrienden, kinderen, een partner, gelukkig zijn leven kan leven omdat het verlies van identiteit door allen gedragen wordt

    Toen ze op 10 april 2016 stierf waren we er allemaal. In een jaar tijd waren we als broers en zussen naar elkaar toegegroeid, meer dan ooit tevoren met elkaar in liefde verbonden. Samen strooiden we mama’s as in de Moezel en volgende weekend komen we weer in Eindhoven bij elkaar om linzensoep en aardappelpannekoekjes te eten en onze nieuwe band te vieren.

  3. Hans Willem de Wolff schreef:

    Als ik stel dat je valt in een bodemloze leegte, dan wordt mijns inziens zwaartekracht verondersteld en val ik naar beneden, een richting.
    Als ik zweef in een oneindige ruimte, kan ik het stellen met het doelloze doel, wat me bevrijdend veel speelruimte geeft.

    Hans Willemde Wolff

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*