Ingesloten (2)

Tekening Hanneke – juli 2020

De nare dingen die kunnen gebeuren zijn toch niets in verhouding tot de inkapseling en de depressie waarmee je je kunt afwenden van wat het leven geeft. Die duisternis, die gevangenis, is erger dan welk noodlot ook.
Er zijn ontelbare gruwelijke dingen te bedenken, waar je niets aan kunt doen en die vreselijk lastig zijn. Maar al die mogelijke gruwelijke dingen bij elkaar zijn nog niet de rechtvaardiging voor een trap tegen een kat. Hoe je ook geleden hebt, je trapt die kat of je trapt hem niet. Daarin ben je vrij. Door al dan niet te handelen uit haat, wrok, zelfmede­lijden, angst, begeerte, enzovoort bepaal je of je een rechtvaardig mens bent of niet. Dat ligt niet vast, en niets of niemand anders bepaalt het voor je. (Uit Zonder Einde, hoofdstuk 5)

En dan komt dat prachtige gedicht van Jalal ad-Din Rumi (1207-1273), de Sufi-wijze:
De gehele dag denk ik erover, in de nacht zeg ik het.
Waar kom ik vandaan en wat dien ik te doen?
Ik heb geen idee.
Mijn ziel komt ergens anders vandaan – daarvan ben ik zeker,
en ik ben vast van plan om daar te komen.
(…)
Wie kijkt naar buiten met mijn ogen? Wat is de ziel?
Ik kan niet ophouden met vragen.
Als ik maar één nipje van een antwoord kreeg,
zou ik kunnen uitbreken uit deze gevangenis voor dronkaards.
Ik ben hier niet uit eigen beweging gekomen, en ik kan zo ook niet wegkomen.
Degene die mij hier bracht, wie het ook is, zal mij naar huis moeten brengen.

Over die laatste zin heb ik lang nagedacht. Dat is de sleutel.
De langpootmug is in de badkamer gekomen doordat ik het raam heb opengezet.
Daar is niets verkeerds aan. Zo gaat het.
Maar als het even kan is het wel aan mij om hem weer naar huis te brengen.

Zo kan alleen de oorsprong van wat ik ben, van wat ik mijzelf noem, mij weer naar huis brengen.
De oorsprong van dit lichaam, deze psyche, deze wereld, de voortdurende grond van dit alles, brengt mij weer naar huis. Is mijn huis.
En dat niet alleen, want ik, wat ik mijzelf noem, ben niet een dood gewicht dat van a naar b kan worden verschoven. Ik kan gehoorgeven. Ik kan gaan of in elkaar duiken. Ik heb benen, handen, een stem, gezond verstand en een hart dat de liefde kent.
Ik ben van dezelfde substantie. Ademend dezelfde stilte. Trillend van leven.

Nog even terug naar de herinnering aan de rioolbuis, waar ik met mijn vriendjes doorheen kroop.
Dat was geen straf, het was ook geen boosaardig noodlot, het was spel, avontuur. Spel dat in angst kan stagneren en tot een nachtmerrie worden.
Maar het is toch ook een kenmerk van spel en van avontuur dat het riskant is en dat je niet van tevoren volstrekte veiligheid kunt garanderen. Zo gaat het. Daar is niets verkeerds aan.
De omhulling, de verharding van de omhulling, de verlorenheid, het hoort er allemaal bij. De eenzaamheid, de vervreemding, de angst, de gespletenheid. Het is deel van de regenboog.
Het hoort erbij. En toch zet je de ramen open als je het ziet.
Voor een ander en voor jezelf.

Ga ik met mijn benen de weg? Of zit ik mij met mijn benen in de weg?
Neem ik met mijn handen de hand aan? Of houd ik mijzelf vast?
Spreek ik met de stem die mij gegeven is de woorden die ik hoor?
Laat ik de oude gedachten varen die mij nooit meer hebben gebracht dan oude gedachten?

Weet je?
Er is een raam dat openstaat.
En het wenkende licht dat ik al ken zolang als ik ben.
Jij toch ook?

 

Geplaatst in Hans' weblog
12 reacties op “Ingesloten (2)
  1. Leo schreef:

    – insluiten – afgesloten – en dan weer open gaan –

    Het herinnert me aan het Tibetanse Dodenboek.

    de mens komt alleen te staan
    om weer door het gaatje te gaan
    afscheid moet worden genomen
    doe het nu of in je dromen

    Ik ervaar nog meer hulp door aktief de mythe van Isis en Orsiris te beleven.
    Sir Budge noemt het Egyptische Dodenboek de eeuwigdurend gang van opnieuw op te staan.

    Orsiris is onze helft die in het verborgene leeft,
    Isis is ons dagbewustzijn,
    zij, Isis, onderneemt de speurtocht naar de verloren delen (Orsiris),
    brengt deze weer bij elkaar,
    Isis verenigt zich met Orsiris,
    en van daaruit wordt Horus geboren.
    De tegenstander ( Seth ) wordt gedoogd,
    om gezamenlijk de Chaos te weren.

    Sommige mensen krijgen aan het eind van hun leven de mogelijkheid om vol continu
    deze zoektocht aan te gaan. Ze worden ingesloten (en hopelijk niet gedrogeerd) en kunnen dan
    alleen nog communiceren in zichzelf.

    Ieder kan dit proces zelf starten door elke avond voor het slapen gaan de entiteit Anubis om hulp te vragen.

  2. Debbie schreef:

    Prachtige tekst; hartelijk dank hiervoor.

  3. myriam kuyper schreef:

    De tekst ga ik nog een keer lezen. Wat een prachtige tekening van Hanneke. Horizontaal zie ik er een gezicht in. Ik weet niet waarom ik er zo door ontroerd word, maar ik hoef niet alles te weten.

  4. Paul Jeunhomme schreef:

    “Hoe je ook geleden hebt, je trapt die kat of je trapt hem niet. Daarin ben je vrij. Door al dan niet te handelen uit haat, wrok, zelfmede­lijden, angst, begeerte, enzovoort bepaal je of je een rechtvaardig mens bent of niet. Dat ligt niet vast, en niets of niemand anders bepaalt het voor je”

    Hoe waar, Hans. Ik realiseer me dit pas sinds kort ten volle. Daarvoor ben ik 67 jaar geworden! In mijn persoonlijke ervaring van nu heeft de vrijheid waar je op wijst een toegang, een opening, een ruimte waarin zij zich manifesteert en realiseert. Ik stond gisteren met weerzin op, het soort uitgesmeerde weerzin tegen heel het bestaan, heel de alledaags weerkerende ronde. In de loop van de ochtend herinner ik me dat ik de tegenzin gewaar kan worden, en heel gewoon erbij kan blijven. Dat volstaat om er niet uit te ageren, om niet blind te grijpen naar wat haar maar verdringt. Ik kon er telkens naar terugkeren. In de ruimte die openging kon ik mijn intentie te binnen brengen om in plaats van reactief open in te gaan op wat zich aandient. Ik ging er rechter van zitten en reageerde, in plaats van afwerend, direct positief op het voorstel van mijn vrouw om kleren te gaan kopen en te bespreken welke nieuwe kleren in nodig had (geen vanzelfsprekendheid!). Heel de dag klaarde op. Behalve nieuwe mooie kleren, had de dag nog allerlei verdere hartopeningen in petto. Vanochtend ben ik met goede moed opgestaan, opnieuw gelovend in de weg die ik in vrijheid ga en heb te gaan. Dank.

  5. Ria3ver schreef:

    Ja, Hans, het wenkende licht ken ik gelukkig inderdaad zolang ik ben.
    Ook het wenkende donker ken ik; mijn vader was (net als al z’n 9 broers en zussen) manisch depressief; het wenkende donker zat verankerd in mijn opvoeding. Gelukkig is het wenkende licht bij mij het sterkst gebleken.

  6. Gail schreef:

    Dank je, Hans, voor de prachtige verwoording. En de eveneens beeldende tekening van Hanneke.

  7. Basil schreef:

    Ja Hans, ik ook. Heimwee. En mogelijkheid tot wederkeer.

  8. Marina schreef:

    Troostrijk

  9. Miomi Pront schreef:

    lieve Hans,
    dat raam dat openstaat,. of dat je open kunt zetten ..als je in de stilte de stem van je bewustzijn mag horen ..en de roep om alle angsten naar buiten te laten gaan ,door ze te erkennen en te verlossen uit je eigen gevangenis..; om daarna bevrijd het leven te omarmen in al wat het is.! dank je voor de prachtige verwoording en de citaten;
    liefs Miomi

  10. Tine Hoitsma schreef:

    Prachtig, Hans!
    Dank je wel.
    Het wenkende licht, wat nooit ophoudt met wenken!
    Het is een wonder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*