Levenskracht en besef (2)

De angstige voorspeller van de toekomst, die zich in mijn hart wilde vestigen, heb ik de toegang ontzegd. Niet omdat hij geen recht van spreken heeft, maar omdat hij zijn plaats moet weten. Hij heeft niets in mijn hart te zoeken, maar hoort thuis in mijn bovenkamer, waar hij een stoel heeft aan de vierkante tafel waar diverse deskundigen zich beraden op de volgende stappen. Daar heeft hij een stem, de stem van het gezonde verstand die de lijn van gisteren doortrekt naar morgen. En ook daar aan die vierkante tafel moet hij alle zorgen voor morgen laten varen, omdat angst de helderheid verstoort en de proporties uit het oog doet verliezen.

Zoals er een vierkante tafel staat in mijn bovenkamer, zo staat er een ronde tafel in de ruimte van mijn hart. Over deze ronde tafel heb ik een tijd geleden een droom gehad.
Ik droomde dat ik een gebouw betrad, waar een opleiding zou worden gegeven. Ik meldde mij aan bij een lange tafel, waar mijn naam werd gecontroleerd en ik vervolgens werd verwezen naar een grote zaal met allemaal ronde tafels. ‘Daar, die deur door.’ Er waren al veel mensen aangekomen. Ik schoof aan bij een tafel, maakte kennis met de mensen die daar zaten. Er kwamen nieuwe mensen bij en we raakten langzamerhand met elkaar in gesprek. Het was een boeiend gesprek, maar ik dacht: ‘Wanneer begint de opleiding nou?!’ Na een tijdje werd dat het thema van het gesprek. We werden ongeduldig, we keken naar de deur, het duurde en het duurde maar. En toen opeens, eigenlijk tamelijk gemeenschappelijk, beseften we dat er geen leraar zou komen. Dat wij het met elkaar moesten doen. Daar aan die ronde tafel. We keken niet meer naar de deur. We keken naar elkaar. En toen begon het, de uitwisseling. Dat was de opleiding. Einde droom.

We keken niet meer naar de deur, we keken naar elkaar. Dat was, om het technisch te zeggen, de overgang van hiërarchisch systeem naar weefsel. Van strevend onderweg zijn naar een veld van communicatie waaraan ik deel heb, maar dat ik niet bezit en niet beheers.
Daarin richt het hoofd zich naar het hart.

*

Het is zo belangrijk dat het hart vrij is en zonder benauwenis, omdat er dan werkelijk een huwelijk kan komen tussen het diepste weten en het concrete denken, tussen intuïtie en gezond verstand. Dan ben ik niet meer geïsoleerd in mijn individualiteit, maar deelgenoot en kan alles wat zich voordoet materiaal zijn voor het essentiële menselijke vermogen: mededogen. Mededogen dat helpt zinvolheid te vinden in chaos en lijden.
Dit openbaart zich vaak in een crisissituatie. In de schok wordt de oude omhulling gebroken en komt het nieuwe vrij, dat er eigenlijk altijd al was.

Alleen op energie redden wij mensen het niet. Misschien wel in de strijd tegen anderen, maar niet in het leven mét anderen. Daar is meer voor nodig, namelijk besef. Besef dat ik niet het middelpunt ben van dit universum, dat ik niet op mijzelf besta en dat ik als deelgenoot een helpende functie heb in dit bestel. Zo word ik, wanneer ik mij niet laat bepalen door wat moet en niet moet, een functie van mededogen.

Ik reed een keer mee met een vrouw naar een groep die ik ging leiden. Ik zat achterin de auto. We reden op een provinciale weg, zoekend naar de oprijlaan van de groepsruimte. ‘Oh, hier is het,’ riep zij, trapte op de rem en draaide zonder de weg te overzien naar links. Ik zag vanuit de tegenovergestelde richting een motor op ons afstormen, wierp mij voor de bank op de bodem en het volgende moment was er een enorme klap. We werden opzij geworpen en stonden scheef op de weg. Ik krabbelde overeind, het glas zat in mijn schoenen, maar ik was ongedeerd. Het eerste wat ik hoorde was het schreeuwen van de zwaar gewonde motorrijder. Ik stapte uit de auto, ik weet niet meer hoe dat ging, maar daarna weet ik het precies. Aan beide kanten van de weg waren auto’s gestopt, de chauffeurs kwamen naar ons toe en het volgende moment waren we met elkaar efficiënt bezig om te doen wat er gedaan moest worden. Alsof we van tevoren geoefend hadden en we elkaar al jaren kenden nam iedereen een taak op zich. Het verkeer aan beide kanten werd gewaarschuwd, de vrouwen die voor mij zaten werden opgevangen, we zaten bij de motorrijder en spraken met hem, hielden contact met hem, tot de politie arriveerde, en ook die bleek deel uit te maken van het weefsel.
Het was heerlijk om te doen. Er was een stilte en een diepe rust, waarin we vanzelf met elkaar waren, we handelden en spraken puur adequaat. Ja, dat was het, ik voelde me volkomen op mijn plaats en ik was volkomen adequaat, zonder bijgedachten en zonder onnodige handelingen. Zo verging het de anderen ook, meende ik te zien.

Later zei ik dat we waren opgenomen in een weefsel van mededogen. Ik probeerde toen ook de ervaring te beschrijven door te zeggen dat het leek alsof ik achter mijzelf stond en door mijzelf heen keek en vandaaruit handelde. Ik vertelde regelmatig in lezingen over deze openende gebeurtenis en het bleek dat ik niet de enige was die zo’n ervaring had gehad. Veel mensen kenden dit.

Mensen die het niet kenden interpreteerden hetgeen we beschreven vaak als een shockreactie en spraken het vermoeden uit dat er een vorm van dissociatie had plaatsgevonden. Eerst protesteerde ik daartegen alsof men mij een mooi cadeau probeerde af te nemen, maar na enige tijd begreep ik dat het juist was.
Er was inderdaad een schok geweest, een fysieke en psychische schok die mij had wakker geschud. En er had inderdaad ook een vervreemding plaatsgevonden, alleen was dit niet een vervreemding van de wereld en de directe werkelijkheid, want die was juist heel dichtbij, maar een vervreemding van mijn gebruikelijke gedachtepatronen, mijn zich met van alles bemoeiende zelf-reflecterende ‘ik’. Het was een vervreemding die mij uit mijn oude systeem tikte en mij nader bracht tot mijzelf en de mensen om mij heen.

(wordt waarschijnlijk vervolgd)

Geplaatst in Hans' weblog
7 reacties op “Levenskracht en besef (2)
  1. Leo schreef:

    Dankjewel Hans

  2. Tity Kuiken schreef:

    Dag Hans.
    Je blog raakt me diep. Eind deze maand hebben we een CIZ gesprek om voor Henk de lijnen naar de toekomst uit te zetten. We zijn aan het ontvlechten, met pijn in het hart. Hans ik heb behoefte je te vertellen dat ik je al heel veel jaren volg. Je bent voor mij – maar ook voor veel van mijn naasten- een rijke bron van persoonlijke ontwikkeling. Ook nu geef je me handvatten om niet met angst aan de vierkante tafel te zitten maar samen met anderen de levendige rust te vinden aan de ronde tafel. Ik ben je heel dankbaar. In hartelijke verbondenheid. Tity Kuiken

  3. Tino schreef:

    Man, man, man, wat kun jij mooi en wijs schrijven….

  4. Daan schreef:

    Beste Hans,
    Weefsel van mededogen, wat een mooi beeld en wat een mooie en herkenbare ervaring!
    De complementaire waarde van rond en vierkant is ooit de aanzet geweest om een 9 hoekige tafel te construeren waarbij de tafelgasten nooit tegenover elkaar komen te zitten met als doel zo optimaal mogelijk de dynamiek en en dialoog in het gesprek te faciliteren…

  5. Theo Steur schreef:

    Fijn Hans, dat je hier op reageert. Ik heb het verhaal gehoord van Frans Tijsterman, de man van Wijntje. Goed dat ik nu van jou het verhaal uit de eerste hand hoor. Ik heb veel affiniteit met de Noord Amerikaanse medicijnmannen en hun vooral op de natuur gebaseerde wijsheid. Ik heb er een aantal ontmoet, maar Sunbear heelaas niet.

  6. Theo Steur schreef:

    Dag Hans,
    Wat een prachtig stuk over een weefsel van mededogen.
    Je stuk doet mij denken aan een ontmoeting uit de jaren ‘80.
    Wijntje deed in die tijd een training bij de Noord Amerikaanse medicijnman.
    Sunbear. Toen die in Nederland was wilde ze graag dat jullie elkaar zouden ontmoeten. Voor Wijntje liep die ontmoeting teleurstellend af.
    Al heel snel in jullie gesprek ging het over rond en vierkant.
    Sunbear gaf aan dat rond de ideale vorm was. Voor jou was dat vierkant.
    Daarna was van een echte ontmoeting geen sprake meer.
    Fijn dat in je droom een ronde tafel staat voor de ruimte in je hart.

    • Hans Korteweg schreef:

      Leuk, Theo, dat jij je dat herinnert. Het was meer dan 30 jaar geleden, we woonden toen in Rossum. Ik heb er nog vaak aan teruggedacht en het is in mijn herinnering iets meer genuanceerd dan jij het beschrijft. Sunbear zou bij ons een lezing geven voor deelnemers aan onze levensschool. Voorafgaand aan de lezing hadden we een ontmoeting. Hij kwam naar mijn werkkamer en wilde daar met mij op de grond zitten. Dus dat deden we, we zaten tegenover elkaar en toen wees hij om zich heen en zei dat deze hoekige ruimte niet goed was voor de geest, dat de enige goede menselijke ruimte rond was als een tipi, meen ik. Dat ging mij te ver. Ik zei dat het mij ging om de ontmoeting tussen rond en vierkant en dat vierkant ook iets goeds te bieden had. Dat wees hij af. Daarop kwamen we niet echt meer tot een open communicatie. Ik had als gastheer niet zo gedecideerd moeten zijn, dat was niet nodig, maar eigenlijk vind ik nog steeds dat ik wel gelijk had. Sunbear en ik, we waren toen beiden te vierkant.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*