Ik was 14, ik zat in de tweede klas van de middelbare school. We gingen een Kerstspel opvoeren, De Ster van Bethlehem van Martinus Nijhoff, en ik was de Tweede Herder. Er waren drie herders, dat waren drie niet zulke grote rollen, bijna figuranten, die leunend op een stok de ‘couleur locale’ vertegenwoordigden en een enkel wijs woord spraken. Mijn laatste woorden waren: ‘Hij is het levend water dat de bronnen voedt’.
Na mij zei de Derde Herder: ‘Hij is mijn eenzaamheid en elk mens die ‘k ontmoet’.
Dat rijmde op elkaar, ik begreep dat dat moest, want het was literatuur, maar ik was toch blij dat ik niet de Derde Herder was, want ik begreep werkelijk niet wat die woorden met het kindeke Jezus te maken hadden.
Alles ging goed. Tot het laatste moment. Mijn laatste moment. Toen gebeurde er iets vreselijks, ik deed mijn mond open en er kwam geen woord uit, alleen een krakend, kwakend geluid. Een kikker in de keel, heet dat. Ik frommelde de woorden daarna er nog uit, maar het kwaad was geschied, iedereen had het gehoord, ook het meisje waarop ik verliefd was. Mijn klasgenoten lieten mij nog dagen later graag horen hoe die kikker in mijn keel had geklonken. Het was goedmoedig, maar ja, ik ging af, zoals een jongen van 14 kan afgaan. Brandende schaamte.
Tien jaar later zat ik tegenover mijn leraar. Het woedde in mij, de knoppen van het weten gingen open, maar mijn lippen waren verzegeld. Ken je dat, dat je de woorden in je voelt, maar dat je ze niet kunt zeggen? Altijd te laat, want achteraf weet je ze precies. Zo’n kwelling, want in dat woord, als je het spreekt, herkent de ander jou, word je herkend als wie je bent. Sterker nog, ben jij het die zich herkent als wie je bent. Niet definitief, als een pasfoto, maar gebeurend, als de stroom die vanuit de bron zich oceaanwaarts beweegt.
Mijn leraar zag mij. Hij zag het woord dat in mij kiemde en hij zag mijn worsteling. Geduldig leerde hij mij het woord te spreken dat alleen gesproken kan worden op dat ene moment. Niet terug te kijken, niet te streven naar volmaaktheid, geen referentie te zoeken buiten de stroom, de lichtlijn in het gebeuren te volgen.
Woorden van liefde en woorden van besef, die door het kwaken worden doorbroken, zo gaat het nu eenmaal, tot het kwaken erin wordt opgenomen. Hij leerde mij met andere woorden het kwaken niet te vermijden, niet naar andermans perfectie te streven, maar kwakend te zijn.
Zo ben ik schrijver en spreker geworden. Er is geen vastigheid waarop ik mij, mijn werk, kan baseren. Mijn schrijven, mijn spreken, het boek dat ik nu aan het schrijven ben, mijn vriendschap, mijn leraarschap – er is geen laatste olifant of schildpad, waaraan ik zekerheid ontleen.
Ik heb geen macht. De inspiratie komt en gaat – het levend water dat de bronnen voedt. En ook de kikker vindt daarin zijn plek.
(wordt vervolgd)
PS De volgende voorleesavond is op donderdag 19 maart (zie voor nadere gegevens de Agenda hier op mijn blog). Als je het voorlezen en de uitleg wilt bijwonen, moet je je iedere keer opnieuw opgeven.
Ik ben van plan om van deze voorleesavonden een podcast te maken, maar dat duurt nog wel even. Daarom kun je via deze link alvast de eerste avond beluisteren.
Als je vragen of opmerkingen hebt, hoor ik dat graag via het mailadres dat ook op de Agendapagina vermeld staat.

Ik heb net je verhaal over de drie broeders en de wondernachtegaal teruggeluisterd, heb er van genoten en het heeft me echt goed gedaan in een onmogelijke situatie waarin ik mij al een tijd bevind, zodat ik weer verder kan; ik ben weer in evenwicht door je stem en het verhaal.
Je vroeg halverwege of je de uitleg na elk deel moest doen of niet, of dat je het verhaal eerst in het geheel zou vertellen. Ik vind het heel fijn zo als het ging. De uitleg geeft een meditatieve pauze waarin in het verhaal in mezelf kan neerdalen en ik het op een dieper niveau kan begrijpen. Zoals een diner verschillende gangen heeft waar tussen een pauze nodig is. De volgende voorleesavond 19 maart, kan ik alweer niet (Ik ben bij een ‘nachtegalen’koor en zong in de kerkdienst van Aswoensdag (18 feb) en nu ook zijn het de donderdagavonden (19 maart), waarin ons koor nu heel hard moet oefenen om alle prachtige muziek voor Goede Week en Pasen goed met lichaam en ziel te kunnen uitvoeren en ik heb een ‘commitment’daar; ik kan niet zomaar wegblijven. De harmonieen en woorden zijn ook voedsel voor de ziel, net zoals jouw verhalen. Ik ben blij dat ik het terug kan luisteren maar mis het wel, dat ik niet via ZOEM echt bij jullie kan zijn.Je stem is ouder geworden, maar ik herkende hem onmiddellijk. Licht in de stof.
Hans, wat wonderschoon! Dank. Het beeld van de duif raakt zo… Sjefke,een tortelduifje die met nest en al uit de boom was gewaaid, heeft ruim anderhalf jaar bij mij,en mijn toenmalig partner in huis gewoond. Ook de aanval van een havik heeft hij overleefd.Hij is voor mij nog steeds een wegwijzer op mijn levenspad.Je brengt hem weer zo tot leven in je verhaal, nadat hij/zij bleek later,weer hersteld voor vrijheid heeft gekozen…
Heel veel dank voor het verhaal en prachtige uitleg Hans
Dank! Ook voor de podcast!