Reisgenoten (1)

Voor Hank van de Griendt

Ik zal een jaar of acht zijn geweest toen ik voor het eerst besefte dat mijn leven bijzonder was. Er ging iets geweldigs gebeuren, wist ik. En ik was niet de enige die dit wist, mijn vriendjes wisten het ook. We gingen reizen maken, avonturen beleven met duikboten en diepe meren en gouden steden in Zuid-Amerika. Achter de hoge muren van Clingendael stond een geheimzinnig vervallen huis met een betegelde kelder. Daar gingen we heen, ik en mijn vrienden. In de verte blaften de honden van de bewakers. Dit was het begin. Het hield nooit meer op. Het werd grootser en grootser. En we bleven vrienden. Ook dat wisten we.
Ik dacht lange tijd dat alle kinderen, alle jongens in ieder geval, het leven zo beleefden, behalve dan de doetjes en de bangerikken. Maar er zijn ook kinderen, weet ik nu, die veel meer rustig zijn, tevreden met hoe het is, of meer gezagsgetrouw, of gewoon ook slaperiger.

Toen, rond die tijd, begon mijn weg. Zeg ik nu. In het paradijs, het tijdeloze, is er geen weg. De slang sprak, er kwam een nieuw perspectief en er opende zich een weg.
Er was een belofte die ik zou vervullen. Ik ging op stap met de anderen die ook zo’n lokroep hoorden. Dat waren mijn vrienden, in ieder geval mijn reisgenoten. We gingen het avontuur in. Ik werd wereldreiziger, dichter, dierenarts, egyptoloog. Een paar jaar later leidde mijn weg mij door het vulkanische land van de kunst en de politieke actie. We gingen mensen redden, de mensheid. We gingen de waarheid spreken in een wereld van leugens. Weer wat later ontdekte ik de wenkende vreugde van de verboden middelen. We gingen plezier hebben, plezier maken, goddelijk genieten. We gingen oplossen in het heldere licht en eenworden met alles wat was. De weg ging verder en we gingen werelden scheppen met onze gedachten, want wat je denkt dat ben je. We gingen voelen, we gingen ons overgeven, we gingen in liefde leven. We gingen. We gingen. We gingen.

*

Ik kijk terug op mijn levensreis. Dat doe ik vaak de laatste tijd. Het hoort bij de leeftijd natuurlijk.
Ik zie mijn leven nog steeds als een weg. De doeleinden zijn gewijzigd, vele malen, en liggen nu niet meer ergens in de verte. Er hoeft niet meer iets bereikt te worden. Rust en ontspanning zijn de leidraad. De zich onthullende treedt mij vooral in de dingen van de dag tegemoet. Niet het zoeken staat centraal, maar het begroeten. Het is meer verwondering dan verwachting. En liefde heeft het laatste woord.
Op deze weg heb ik nogal wat mensen ontmoet. Met een enkeling ben ik het grootste deel van mijn leven opgetrokken. Sommigen zijn ongemerkt uit het zicht verdwenen. Van velen, de meesten, heb ik afscheid genomen, onderweg neem je steeds afscheid.

(wordt vervolgd)

Geplaatst in Hans' weblog
3 reacties op “Reisgenoten (1)
  1. Arthur schreef:

    Wat ben je, eigenlijk al weken (maanden?!), op dreef zeg! Nu weer ‘even’ in een paar streken een heel leven geschetst. Heerlijk.

  2. Maarten schreef:

    Mmm, wat een fijn begin. Laat maar komen dat vervolg.

  3. Peter schreef:

    Mooi, Hans, ik ben nieuwsgierig naar het vervolg!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*