Te gast

Mijn vrouw is een ontdekkingsreizigster, altijd al geweest. Zij wil weten wat er achter de horizon ligt, hoe het zit, wat daar gebeurt in dat andere gebied. Benieuwdheid is haar levensbloed.
De intensiteit waarmee zij zich in het onderzoek stort is er met het klimmen der jaren niet minder op geworden. Ook nu nog niet, nu zij toch al een jaar of negen alzheimer heeft. Het enige verschil van mij uit gezien is dat haar onderzoeksveld sterk is verkleind en zij nu steeds weer hetzelfde onderzoekt en ontdekt. Ik zeg met nadruk van mij uit, want van haar uit gezien is het steeds een nieuw onderzoek en zijn de resultaten altijd weer verrassend.
Ik moet toegeven dat het voor mij een minder grote openbaring is dan voor haar wanneer zij na een zoektocht opgetogen vaststelt dat dit om haar heen haar huis in Zutphen is. Toch blijft de glinstering van de ontdekking ook voor mij een zekere schoonheid behouden. Ik geniet van haar vreugde, het licht dat haar opgaat en regelmatig deel ik ook haar blijdschap, wanneer zij bij voorbeeld ontdekt dat wij man en vrouw zijn – vrienden? getrouwd? geliefden? het is te mooi om waar te zijn! Ook al zijn wij aangetast door het leven, gerimpeld en gevlekt, ik ben het met haar eens: het is te mooi om waar te zijn dat wij dit nog met elkaar kunnen beleven.

Vooral ’s ochtends na het opstaan, wanneer in de slaap het bord met de aantekeningen van de vorige dag is schoon gesponst, hebben wij, zoals ik het noem, de w-gesprekken, de gesprekken over wie, wat, waar en wanneer.
Moet je nagaan, dat je wakker wordt en niet weet waar je bent en dat er dan ook nog eens naast je iemand ligt die je niet kent. Genoeg reden toch voor paniek of een verdedigingsreactie, maar dat is niet zoals Hanneke de Onderzoekster te werk gaat. Het verbaast haar wel dat dat wezen, die man, in dat grote bed naast haar ligt, maar zij constateert dan toch dat hij niet het restant van een nachtmerrie is en dat hij daar kennelijk hoort te liggen, ook al is het niet duidelijk waarom dat zo is. Het is een weten, hoe onbegrijpelijk ook, de zekerheid dat dit gebeuren klopt. De hele situatie is zo vanzelfsprekend dat zij vervolgens die man zonder hartkloppingen kan vragen wat hij daar doet naast haar in bed. En als hij zich dan tot tevredenheid heeft gelegitimeerd, wil zij vervolgens graag van hem weten wie zij dan wel is en waar zij is.
Het zijn lieve vragen die zij hem stelt, de vragen van een onschuldig kind dat verdwaald is: ‘Weet jij bij wie ik hoor?’ en ‘Weet je misschien waar ik vandaan kom?’
De oervragen: Hoe ben ik hier terechtgekomen? Hoe vind ik de weg terug? Kan jij mij helpen?

Dus vertel ik haar voor de zoveelste keer alsof het voor de eerste keer is wie ik ben, en daarmee bedoel ik wie ik ben in relatie tot haar. Ik licht toe waar wij zijn, wat de datum is, welk jaargetijde het is en in welk deel van de dag we ons bevinden. Dit stemt wel even tot nadenken. Soms wil ze dan nog iets meer weten, bij voorbeeld hoe lang wij al samen zijn, hier in dit bed en daarvoor. Als ik dan zeg: ‘45 jaar’, barst ze in lachen uit.
‘Zo lang? Dat kan niet.’
‘Waarom niet?’
‘Nou ja, hoe oud zou ik dan wel niet moeten zijn?!’
‘Jij bent 74.’
Grote hilariteit. ‘Zo oud kan ik niet zijn.’
Ik zeg: ‘Kijk maar naar mij. Zie je hoe oud ik ben? Jij bent drie jaar jonger.’
Ze buigt zich over mij heen, bekijkt van heel dichtbij mijn gezicht. De onderzoekster aan het werk. ‘Ik kan het niet zien. Ik zie alleen maar dat je blij bent.’ Blijdschap heeft geen leeftijd. Ze heeft gelijk. Ik ben blij. Alle zorgen, alles wat ik draag door de dag heen, is weggevallen, we kijken alleen maar en ik ben tijdeloos met haar.

Zij gaat gauw dood. Het kan niet anders. Alzheimer is een terminale ziekte en mijn vrouw is een terminale patiënt. Maar misschien ga ik wel eerder dan zij. Daar is geen peil op te trekken.
Hoe het ook zij, door haar ben ik gaan beseffen dat dit bestaan terminaal is. Ik wist het wel, maar toch, er is een groot verschil tussen weten en beseffen. En Hanneke heeft mij met haar ziekte het besef gebracht dat het leven met al die oneindige mogelijkheden, die eens in de toekomst gerealiseerd zullen worden, dat dat leven voorbij is. Het is niet iets dat ik eigenlijk wel weet, het is onze concrete werkelijkheid. Er is geen beloftevolle toekomst. Er zijn geen oneindige mogelijkheden. Het is NU of nooit.
Alles is eindig. En de liefde is nu of niet.

Soms wordt het mij gevraagd: Hoe houd je het uit?
Inderdaad, hoe houd ik het uit, want ik ben niet het verzorgende type. Mijn vrijheid is mij lief, mijn eigen ritme, mijn timing. Het is een zwaar bestaan zo scherp op de snede. En soms ga ik krom onder de last van lijstjes en verantwoordelijkheden. Het kan flink saai zijn om steeds weer dezelfde taken te vervullen en dezelfde vragen te beantwoorden. Het is nooit klaar, er is geen degelijk eindresultaat, er is geen vooruitgang en er is ook niet een beloning tussendoor of aan het eind van de rit.
Dus hoe houd ik het vol?
Misschien houd ik het wel vol omdat ik het niet volhoud. Dat is niet een spitsvondigheid maar een feit. Ik ben namelijk niet bezig om het vol te houden, zoals ik ook niet bezig ben om mijn longen en mijn hart vol te houden. Dit is mijn leven. Ik heb geen ander leven. Er is niet nog iets hiernaast. Dit is het.
Een goede vriend noemde het pasgeleden devotie, toewijding. Dat is waar. Ik ben een devotee, niet van Hanneke, maar van het leven zoals het komt, het leven dat ik dien. Er is een gegevenheid, waarover ik geen macht heb, waaraan ik mij wijd en waarbinnen ik in vrede ben. En Hanneke maakt deel uit van deze gegevenheid.
En hoe dat komt? Ik weet het niet. Het is zo.

Terwijl ik dit aan het formuleren ben, zegt Hanneke tegen mij: ‘Jij bent een soepele gast.’ Zij zegt het nog een keer. Dat betekent voor haar dat het waar is. Ik had haar niet verteld dat ik hierover liep te denken. Eens te meer merk ik dat wij zijn opgenomen in een veld, een weefsel van diepe verbondenheid, waar een gesprek plaatsvindt dat niet via logische weg verloopt.
Een soepele gast? Dat zou ik nooit over mijzelf zeggen. Daar ben ik te precies voor, maar ik vind het leuk dat ze het zegt. Echt een compliment. En ze raakt daarmee ook iets heel belangrijks.
Ze zegt iets over mij, maar het gaat niet over mij, zelfs niet over ons. Het is de soepelheid, de vloeibaarheid van het bestaan, waarbinnen wij ons met al onze weerbarstigheid voegen, hebben leren voegen, steeds weer opnieuw voegen. Wij zijn bij het soepele te gast.

En waarom we ons daarin voegen?
Mijn antwoord nu is: omdat dat het meest eigen is.
Ontspannen aanwezig, verbonden in het weefsel.

Het is nog niet klaar. Er valt meer over te zeggen. Voor het moment is het genoeg.

Geplaatst in Hans' weblog
11 reacties op “Te gast
  1. myriam kuyper schreef:

    De intimiteit tussen jullie, je humor die zo geestig is, zo van geest vervuld, je overgave aan het Leven heeft me diep geraakt. Myriam

  2. els donkers schreef:

    Ik vind het onbegrijpelijk, ongeëvenaard mooi en van een grote eenvoud hoe jullie deze levensweg met elkaar gaan.
    Scheppingskracht die vanuit de Natuur van de Geest telkens opnieuw vorm aan neemt.
    Inclusief de schoonheid en het verval.
    En zo bijzonder om hier op momenten deel in te mogen zijn.

    Liefs,
    els donkers

  3. Erica van Elk schreef:

    Grote dank voor het delen Hans.
    En wat een liefdevolle foto van jullie samen, ik ben er stil van.

  4. Loes Talma schreef:

    Dank u. Ben diep geroerd.

  5. Anita schreef:

    Lieve Hans ,

    Dankjewel voor je verhaal….wederom prachtig verwoord…ik heb niet de woorden hiervoor….maar zo ontroerend moooi….ik heb weinig te zeggen dan alleen maar proberen het in mij op te nemen…net zoals al het andere wat je zegt….(lezingen ..de leer) ….

  6. Ria3ver schreef:

    Lieve Hans, je schrijven ontroert me; hoe jullie met elkaar omgaan, ontroert me. Hoe liefdevol jij met haar bent, ontroert me; hoe liefdevol Hanneke met jou omgaat ontroert me; jij weet haar veiligheid te geven met jouw oprechte woorden. En ja, Hanneke heeft gelijk; je bent een soepele gast, anders kon je dit toch niet op deze manier. Het is inderdaad nu of niet. Veel liefs voor jullie van Ria

  7. Miomi Pront schreef:

    lieve Hans,
    ook nu weer dank ik je voor het kijken in de spiegel van jullie bestaan..waarin ik me dan bewuster herken ..ook als devotée ..en als soepele gast…maar ook soms weerbarstig..even…; met oneindige dank..voor wat is..in het erkennen en herkennen.

  8. Theo Steur schreef:

    Dag Hans, een ontroerend mooi verhaal!
    Van alles van wat ik van jou gehoord heb, zijn het jou lezingen over sprookjes die mij het meest hebben geraakt:
    De Reiskameraad, en De Wondernachtegaal. In dit verhaal van jou komen de eenvoud en de waarachtigheid van die sprookjes voor mij samen.

  9. Tine Hoitsma schreef:

    Diep ontroerd ben ik!
    Éen en al liefde voor al wat is!
    Hier en nu, steeds weer.
    Dank je wel, voor zoveel schoonheid!

  10. Peter schreef:

    Nu of niet, ja.

  11. E.F schreef:

    Oh Hans, schitterend, prachtig !


    Het is NU of nooit.
    Alles is eindig. En de liefde is nu of niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*