Tussen in- en uitademing

Via via bereikte mij een condoleance bericht. Iemand had naar aanleiding van mijn laatste blog begrepen dat Hanneke was overleden. Ik was verbaasd, want Hanneke is niet overleden. Ik las mijn blog nog eens over en dacht: ‘Zou het door de foto komen van Hanneke met haar ogen dicht, zou die zijn misverstaan?’ En ik dacht: ‘Ja, waarschijnlijk, in combinatie met het tweede couplet van mijn gedicht, waarin ik mij afvraag of dit het einde is van het verhaal’. Ach, wat naar. Dan zullen wel meer mensen dat zo hebben opgevat.
Dat bleek inderdaad het geval te zijn, want weer wat later werd ik meer rechtstreeks gecondoleerd. Ik las daarop de reacties op mijn laatste blog nog eens door en zag dat ik mogelijkerwijs sommige berichten van deelneming anders had opgevat dan de bedoeling was. Misschien waren het geen blijken van deelneming omdat Hanneke was opgenomen in een verpleeghuis en ik daardoor in de rouw was. Nee, nu ik weer keek zag ik dat sommige schrijvers er vanuit gingen dat Hanneke was overleden.
Een misverstand dus. Ik vind het heel vervelend. Het spijt mij, ook al weet ik niet hoe ik het had kunnen voorkomen.

*

Ik zal iets vertellen over Hanneke, hoe het nu met haar gaat.
Ze leeft in haar eigen wereld, vaak diep in zichzelf verzonken. Maar, hoe ver weg ook, ze kan plotseling toch weer krachtig aanwezig zijn. Zij is nooit de weg van geleidelijkheid gegaan en dat doet ze ook nu niet. Als ze aanflitst is ze vriendelijk, geestig ook, dankbaar zeggen de verzorgsters, charmant zelfs, maar ze kan ook razend zijn, heel driftig, wanneer ze tegen haar zin wordt aangeraakt en vooral wanneer ze wordt verschoond. Hoe mager en fragiel ze ook is, dan kan ze hard om zich heen slaan.
Er is een voortdurende beweging in haar, een dynamiek, je kunt het ook onrust noemen, daarom ga ik vaak met haar lopen, stapje voor stapje, schuifelend, een rondje door de huiskamer, de gang op, en dan voel ik al die energie in haar golven. Wat een trilling, wat een leven!
Ze spreekt bijna niet meer, maar heeft wel op haar eigen wijze contact gemaakt met een paar van de medebewoners. Vooral met één man, daar is toch iets aan het ontstaan, zoals ik dat zo vaak heb zien gebeuren in de tijd dat we samen waren. Ik kan het geen verliefdheid noemen, maar het is wel degelijk iets van man en vrouw, iets wederzijds. Hij zorgt voor haar, ze zitten naast elkaar en hij streelt haar arm, alsof het buiten hem om gebeurt. Hij kan ook tamelijk dwingend zijn, dan slaat hij op de leuning van zijn stoel om aan te geven dat zij naar hem toe moet komen. Van de week stonden ze toen ik binnenkwam middenin de huiskamer naast elkaar. Toen Hanneke mij zag, zei ze met een heldere stem tegen mij en de man naast zich: ‘De vader’. Was ik nu haar vader en hij een vriendje dat zij aan mij voorstelde?

Niettegenstaande al dat soort oplevingen is zij onmiskenbaar de wereld aan het verlaten. En ik ben met haar de wereld aan het verlaten. Dat deel van mij, dat mij met haar verbond, stapt als het ware achterwaarts terug en wordt kleiner en kleiner. Al die foto’s in ons levensalbum, al die foto’s waar wij op staan en elkaar aankijken en lopen en praten en lachen, ze verkleuren, de contouren verdwijnen, het is niet meer nu, het is herinnering, en ook die vervaagt. Het is gebrekkig gezegd, maar misschien begrijp je wat ik bedoel, misschien ken je het. Het is een loslaten, niet alleen een loslaten van haar, maar evenzeer een loslaten van mijzelf, hoe ik mij kende met haar. Ik noem het in de rouw zijn.
En juist daardoor merk ik dat er achter ‘de foto’s’ iets anders is. Iets dat niet vervaagt. Ik blijf beseffen en beleven dat we verbonden zijn. Het is voelend weten, ik kan het bij haar niet toetsen, omdat haar instrumentarium zo is aangetast dat zij zichzelf niet meer kan bezien, laat staan beschrijven.
Ik noem het voor mijzelf de verbinding van het gedeelde goud, waarop we in de loop van de tijd ons gezamenlijke bestaan van zilver, metaal en hout en bordkarton hebben gebouwd, wat ik hiervoor ‘de foto’s’ noemde. Al die bouwstenen van ons persoonlijke bestaan zijn in de loop van haar ziekte weggeslepen en verkruimeld, maar het goud is er nog steeds. Het vloeibare goud van het geheime woord, niet vast te leggen in begrippen en bijna niet apart uit te spreken.
Ik noem het goud, ik kan het ook God noemen, of Eenheid. Ik ervaar het als licht. En dat is in dit verband misschien wel het beste woord: al die foto’s in ons album waren immers alleen maar mogelijk door het licht.

Ik kom haar kamer in, ze ligt in bed, half overeind, haar ogen zijn open en ze lichten op als ze mij ziet. Maar, zoals meestal de laatste tijd, dooft het licht bijna meteen. Ze sluit haar ogen en keert naar binnen. Ik zit bij haar bed met haar hand in mijn hand – dat vindt ze prettig. En zoals ik dat dan soms doe, spreek ik voor mij uit, zoals het in mij opkomt – ook dat vindt zij prettig. Ik heb de indruk, ik kan het niet bewijzen, dat er toch een verstaan is voorbij de woorden, een zacht vloeiend ineenschuiven van haar ziel met mijn ziel.
Het is de laatste fase. Zij is aan het doodgaan. Hoe langzaam of snel dat gaat, ik kan het niet overzien, maar doodgaan is het. En ik help haar daarbij. Zo goed en zo kwaad als ik dat kan. Dat wil zeggen dat ik haar niet vasthoud. Ze mag gaan.

Ik spreek tegen haar over God, ik gebruik bij voorkeur dat woord, het woord uit haar kindertijd. Ze verstaat het en ze reageert er ook op. Ik spreek over het meest nabije van God: de adem, die alles doortrekt.
Ik zeg tegen haar: ‘Lieve schat, God ademt in en God ademt uit en daartussen ben jij er even, het restje van jou. God ademt in en God ademt uit en daartussen ben ik er even, het restje van mij. Het is alles Gods adem en jij en ik zijn er even en ik houd van jou, hier, even. Dag lieve schat.’
Zo spreek ik tegen haar. Ik voel dat het waar is, we zijn zo miniem, even gingen we op, even blonken we, we gingen samen in het opgaan en blinken en nu gaan we samen in het verzinken. En in alles is er Gods adem, die ons deed bestaan en doet bestaan, tot het bestaan ten einde is.
Als ik zo spreek, ontvouwt zich een glimlach. Haar ogen gaan open en zij lacht mij toe. Ik weet niet of zij de woorden begrijpt, ik begrijp ze zelf bijna niet, maar het gevoel dat de woorden bij mij oproept verbindt zich met het gevoel dat zij mij teruggeeft. Hierin zijn we verbonden. Dit is onze grond.
Woordeloze grond, de woorden wijzen ernaar, maar de grond spreekt uit zichzelf.

Geplaatst in Hans' weblog
21 reacties op “Tussen in- en uitademing
  1. Lida schreef:

    Dank je wel Hans, wat een liefde, het ontroert me. Lieve groet Lida

  2. Mieke schreef:

    O, zo samen te zitten in een opwellend gebed, hoe mooi…..
    Dank, Mieke.

  3. Johanna van Fessem schreef:

    Misschien kwam het door de titel van je vorige blog: ‘Het Laatste Uur’. Dat wordt altijd gezegd van het uur voordat Christus stierf aan het kruis. Het wordt gevierd onder die titel op Goede Vrijdag van 2 tot 3 uur.

    Ik had niet opgemaakt uit je vorige blog, dat Hanneke overleden was, maar wel dat het heel heel dichtbij was.
    Maar ze is er nog.

  4. Lexa de Swaenen schreef:

    Wat mooi, het verbinden in het woordenloze.
    Ondanks dat er loslaten is klinkt het als een diep samenzijn.
    Dat raakt me.
    De openheid.
    Dank.
    Lexa

  5. Monique schreef:

    Ik herken het allemaal. Mijn mam is vorige week overleden in de zorginstelling, onze momenten van samenzijn in die laatste weken voelden net zo. Dank voor het delen Hans, zo mooi verwoord.

  6. Carin Barendregt schreef:

    Wat ontroerend mooi hoe je jullie eeuwig verbonden zijn beschrijft. dank je wel . lieve groet. Carin

  7. Saskia schreef:

    Lieve hans, dank voor deze poëzie… t ijs van mijn volharden smelt ervan. In t verlies van de ander gaat ook een stuk van jezelf verloren; het tussenstuk dat je deelde….zo waar, zo verdrietig.

  8. Marijke schreef:

    Geraakt, door de verbondenheid die blijft, op welke wijze dan ook. De rijke grond is er nog steeds. Intussen speelt het Oyster Duo – Nicolas Schwartz op double bass en Anna Federova op piano ‘Prayer’ van Ernest Bloch. ‘Stolen Pearls’ heet de opname. Alle goeds en warmte samen.

  9. Helly schreef:

    Beste Hans, dank voor de prachtige woorden over God en de ´ruach’ waardoor wij er mogen zijn! Ook ik had de conclusie getrokken dat Hanneke ´ niet meer in ons leven ´ was maar jullie ‘ zijn ´ er nog …samen ´ Een voorbeeld ! Helly

  10. Frans van den Akker schreef:

    Het eeuwige spreekt hier door de tijdelijkheid, wat me ontroert. Dank je

  11. Malou schreef:

    Zo ontroerend en liefdevol…
    Het omarmen van het verzinken, vind ik TROOST
    voor alle mensen. Heel veel sterkte

  12. Bea Mulder schreef:

    Zo oneindig lief Hans.

  13. Desiree schreef:

    De verbinding van het gedeelde goud..
    Ben geraakt door deze tedere blog.

  14. Jozien schreef:

    Zo mooi, zo teer, zo waarachtig!

  15. Nel schreef:

    Zó mooi dit…..dank je zeer!!!
    Wat een schoonheid schuilt er in deze woorden….

  16. Peter de Leeuw schreef:

    Wat beschrijf jij deze sitiuatie mooi. Ik schreef het al eerder. Jalouzie is een slechte eigenschap. Ik moet het toegeven. Ik benijd je. Hoe je omgaat met dit langdurige rouwproces en hoe jij dit proces op een wijsgerige wijze onder woorden weet te brengen. Hiermee steun je vanuit jouw eigen verdriet ook nog eens jouw lotgenoten. Geweldig !

  17. Sonja schreef:

    Lieve Hans,
    veel dank weer voor het delen van jouw mooie gedachten, die je vat in prachtige woorden.
    Ik ben zeer geraakt.
    Sonja

  18. Martha schreef:

    Zou dit ’tussen’, de ziel kunnen zijn, of de geest, de ingeblazen ruach, of nog iets anders?

    • Els W schreef:

      Bewonderenswaardig hoe door de geest bewogen, je je zo bijzonder en fijnzinnig uitdrukt.
      Deze “columns” kunnen verzameld, een prachtig boek worden, dat ook nog eens velen tot steun kan zijn.

  19. Jobi van Veen schreef:

    Dag Hans,

    De grond spreekt uit zichzelf

    Luister Jobi

    Warme groet

  20. Ben Mentink schreef:

    Prachtig Hans, zoals je beschrijft hoe jullie samen zijn tussen de in- en uitademing in.
    Ik glimlach ook en ben stil.
    Ben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*