Wassen en schrobben – verdringen (2)

Het verbaasde mij in die tijd al, dat ik er zo slecht op reageerde wanneer mannen of andere jongens avances naar mij maakten. Ik bevroor dan. Ik kon niets zeggen, niet nee zeggen, niet afweren, ik kon ook geen grap maken, terwijl ik mij meestal wel met een grap uit moeilijke situaties wist te redden.
Er was een jongen bij mij in de buurt, die behoedzaam een oogje op mij had en die toen ik een keer over een balustrade leunde quasi relaxt over mij heen kwam hangen en zei: ‘Waar kijk je naar, Kort?’ Ja, Kort keek gewoon naar wat er daar beneden gebeurde, maar wat Kort voelde was het gezwollen lid van die andere jongen, dat tegen zijn billen aandrukte en door twee lagen corduroy bij hem naar binnen trachtte te dringen, maar Kort zei niets, hij wrong zich opzij en liep weg.
Ook toen ik liftte en de chauffeur naast mij zich overduidelijk zat af te trekken, terwijl hij schuin naar mij keek en gromde, verkeerstechnisch ook een heel gevaarlijke situatie, zei ik niets, helemaal niets, terwijl ik anders toch echt niet op mijn mondje was gevallen.

Pas later, veel later, ik was al midden twintig, herinnerde ik mij opeens dat ik toen ik een jaar of zes was door een man bij ons in de straat was aangerand. Hij was een jaar of 20. Van toen uit gezien was het een man, van nu uit gezien zou ik het een jongen noemen. Hij heette Leo.
Leo nam mij mee op de fiets, ging ver weg van huis met mij een taartje eten. Hij was heel aardig en ik voelde mij vertrouwd bij hem, groot ook, we zaten te lachen terwijl we dat taartje aten. Ik zat bij hem achterop de fiets terug naar huis en toen wilde hij mij eerst nog iets laten zien in een park. Dat voelde raar, maar ik wist de weg naar huis niet, want we waren zo ver weg, dus ik ging met hem mee. Hij werd anders, vreemder, stijver, alsof we geen vrienden meer waren, en toen we een stuk in het park hadden gelopen en bij een beeld waren aangekomen, werd dat nog erger. Hij werd stil en koud, hij commandeerde en ik werd heel bang. Ik moest mijn broek laten zakken en mij vooroverbuigen. Hij kwam achter mij staan, dicht tegen mij aan en hij deed daar dingen, maar ik durfde niet om te kijken. Daarna gingen we op zijn fiets terug naar mijn straat. Ik herinner mij niet dat ik nog iets heb gezegd. Ook tegen mijn ouders heb ik niets gezegd. Ik was bang en ik schaamde mij, en als ik hem in de straat zag keek ik de andere kant uit. Een tijd later was hij verhuisd en toen was ik opgelucht. En daarna ben ik het vergeten. Verdringen heet dat.

Opeens kwam de herinnering omhoog, als een luchtbel die zich vrijmaakt uit de grond van een poel, omhoog in mijn bewustzijn. Ik begreep niet dat ik het vergeten was, want ik wist het nu alsof ik het al die tijd had geweten. Maar in de 20 jaar dat ik het vergeten was, woelde en wrikte de herinnering daar van onderuit in mij en deed mij wegkijken, liet mij me verschuilen.

Toen ging ik mij afvragen, voor het eerst, ook in de puberteit had ik mij dat niet echt afgevraagd: ‘Ben ik misschien homo?’ Ik zag dat mannen aantrekkelijk konden zijn en dat sommige mannen mij aantrekkelijk vonden. Ik werkte met groepen, ik was inmiddels een jaar of 30, en er zat een frisse, ranke jongeman, ongeveer van mijn leeftijd, bij mij in een groep en die vertelde dat hij op mannen viel. Ik vond hem aantrekkelijk, ik wilde niet met hem vrijen, ik heb dat wel even overwogen maar daar ging het niet om. Ik vond het prettig hem te zien en ik voelde mij vrij bij hem. Ik liet hem in mij toe, laat ik het zo zeggen, er was geen hekwerk, ik genoot van hem, hoe hij was. Ik vond ook dat hij lekker rook. Vooral dat laatste droeg bij tot de openheid, het begin daarvan. Die mannen van vroeger roken, in ieder geval in mijn herinnering, bedompt, alsof mijn neus het al wist voordat ik het wist. Als ik mijn neus had gevolgd, was ik niet in die auto gestapt.
Zo was er een serie van bevrijdende gebeurtenissen. Daarbij was het van onschatbare waarde dat ik Hanneke ontmoette en wist dat ik mij met haar wilde verbinden, wat dat ook van mij zou vragen. Het was noodzakelijk dat er tussen ons geen geheimen waren en dat we onze waaiers geheel openden – de waaier van het hoofd, de waaier van het hart en de waaier van de seks.
Beetje bij beetje viel een last van mij af, waarvan ik niet had gemerkt dat hij op mij drukte.

(wordt vervolgd)

Geplaatst in Hans' weblog
5 reacties op “Wassen en schrobben – verdringen (2)
  1. Anna Garssen schreef:

    Zo lief en ontroerend, zo eerlijk onthullend, zo diep verdrietig en gewoon zoals het is! Lees af en toe 6 of meer ontroerende bekentenissen en prachtig geschreven verhalen van jou en je geliefde.

    Ik huil en lach, dankjewel!

  2. Alexandra schreef:

    Hans, jouw ziele roerselen resoneren. Blijf schrijven, schrijf voort en blijf delen. Je balsemt mijn ziel.

  3. Miomi Pront schreef:

    Je haalt ook bij mij van die bubbels naar boven..;ik dacht dat ik ze nadat ik ze ooit heb uitgesproken..kwijt was.
    en het me niet meer hinderde.Als ik jou nu volg in je ervaring..en mezelf herinner zijn er toch nog ervaringen die ik in “de verdringing “heb geplaatst ;Nog niet “echt vrij” dus…dank lieve Hans

  4. Tom schreef:

    Prachtige laatste zin. Ik kijk uit naar het vervolg…

  5. Anita.hamburg schreef:

    Een heel oprecht en eerlijk verhaal…ook kleine stukjes herkenning……
    ( wat ik niet meer wist!) en nu hier ter plekke boven komen drijven….

    En wat een geschenk dat je Hanneke hebt ontmoet…..

    Dankjewel xxx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*