Woest en ledig (2)

Weer hartelijk dank voor de vele reacties die ik heb ontvangen, zowel hier op het weblog als via e-mail.Na die ene keer is het niet meer voorgekomen dat Hanneke mij niet meer herkende, maar ik beschouw het wel als een teken aan de wand. De oceaan blijft knagen aan de grenzen en het eiland wordt schoksgewijs verder afgekalfd. Het is aan ons om ons niet alleen geschonden te voelen, maar ons steeds weer toch toe te vertrouwen. Puur omdat dit de werkelijkheid is.

Het is er beiden: het ontnomen worden en het geven, in één beweging. Twee zielen in mijn borst, twee zielen in haar borst. De ziel die de andere hand gevonden heeft en die zo graag wil blijven vasthouden. En de ziel die niets liever heeft dan het leven volgen, waar het ook toe leidt ­– als het voorbij het licht gaat, waar de duisternis is op de vloed, en nog verder waar het woest en ledig is, en nog verder voorbij het laatste punt van herkenning en dus ook van houvast, waar niet iets begonnen is.
Zo ben ik. Zo is zij. Zo zijn wij mensen. Bouwend en voortzettend, luisterend naar onze naam, en gehoorgevend aan dat andere, voorbij alle namen, waar de vormen te niet gaan en waar toch ook het begin is van alles wat hier tot vorm is geworden en een naam heeft gekregen.

Juist daarover was ik die nacht in gedachten aan het schrijven.
Ik loop er al een tijd over te denken om iets te schrijven over mijn lievelingsverhalen uit de Bijbel, zowel uit de joodse Bijbel als uit het Nieuwe Testament. Zij zijn mij zo vertrouwd en ik heb er een eigen kijk op die ik wil verwoorden.
In gedachten was ik die nacht het eerste stuk aan het schrijven over het begin van Genesis, die eerste regels, nog voordat er wordt gezegd: ‘Er zij licht’. In de taal van de Statenvertaling: De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op de afgrond en de Geest van God zweefde op de wateren.
Waar geen omsloten vorm is, geen richting, geen continuïteit, zelfs niet de schijn van continuïteit. En toch is juist dat volgens dit oude geschrift het begin van schepping.
Chaos als aanvang van alles. Dat kenden de oude Grieken ook. Zij wisten dat het begin van de dingen niet logisch en geordend is.

Je kunt de chaos van het oerbegin zien als een begin, de eerste gevolgen van een oerknal in een ver, ver verleden, waaruit zich ten slotte dit in verhouding bijzonder geordende bestaan heeft ontwikkeld. Dan is de chaos dus iets dat achter ons ligt, een gepasseerd station in managementtaal.
Maar je kunt de chaos ook zien – en zo zie en beleef ik het – als iets dat inherent is aan het leven en dat we niet definitief kunnen bezweren. Het woest-en-ledig is in alles ingebakken, niet als een bijverschijnsel, een zwarte krent in de pap, maar als eigen aan het zijn.

Die nacht in bed dacht ik: wanneer we de chaos van woest-en-ledig trachten te bezweren en ten koste van alles willen vermijden, wanneer ons dat zou lukken, zou er ook geen herschepping meer plaatsvinden. Dan zouden we de gevangenen blijven van onze maaksels, onze afgeronde ideeën, onze protocollen, die we aan elkaar proberen op te leggen en dan zouden we verbleken tot louter consumerende en producerende schimmen, die elkaar niet meer zouden aanraken en niet meer zouden liefhebben. Het zou een geordende hel zijn. Dacht ik. We hebben de chaos, het verlies, de ondergang zelfs, nodig om niet alleen makend, maar ook scheppend te zijn, om niet alleen veilig, maar ook liefdevol te zijn. Dacht ik.

Toen vroeg ik mij af wat dat voor mij zou betekenen. Ik stelde mij voor hoe dat woest en ledig er voor mij in de praktijk zou uitzien. Toen werd het concreet. Wat er allemaal met mij, mijn geliefden, de wereld zou kunnen gebeuren. Syrië, de Holocaust, al die nachtmerries, die voor veel mensen werkelijkheid zijn en zijn geweest. Verlies, verlorenheid, ziekte, lijden, dood, armoede, uitstoting, aftakeling. Allemaal gruwelijke dingen die kunnen gebeuren en die niet buiten te sluiten zijn.
Ik heb in mijn boek Zonder Einde een mooi hoofdstuk geschreven over angst en de vreze des heren. Ik lees dat nog weleens, want het is goed geschreven en het is ook waar, maar toch is er een groot verschil tussen die letters en de ervaring van verlorenheid, waarin alles kan gebeuren, waarin alles kan afglijden en alle vormen van lijden mogelijk zijn, in volstrekte machteloosheid.

Duisternis boven de afgrond. Kan het korter worden gezegd?
Wat dan gebeurt en wat ook die nacht bij mij gebeurde is dat angst oprijst. Angst voor het onmetelijke en onbeheersbare. Angst die dan bijna het laatste is wat ik ben. Er is alleen nog maar dat puntje in de duisternis, niet een puntje van licht, ook niet een puntje van ik, maar een punt dat anders is dan het duister en de afgrond, een punt dat richting heeft en zich uitstrekt naar liefde en licht, waar het weet van heeft, maar dat het niet bezit. Beter kan ik het nu niet zeggen. En dit zich uitstrekkende punt kan niets anders doen dan bidden.
Voor mij is ten slotte, daar in dat eerste begin van zowel mijn eigenheid als mijn wereld, bidden het enig mogelijke. Bidden als aanbieden. Aanbieden van mijn gedachten, niet alsof ze het laatste woord zijn, maar alsof de gedachte, hoe donker ook, uiteindelijk een kelk is. Precies het zeggen zoals het is, zonder iets mooier te maken, en daarin ontvankelijk zijn voor de geest Gods, die ook daar is.
Dat is bidden in de leegte.

En daarin, schrijvend in mijn hoofd, biddend en vervolgens een kopje thee drinkend, kwam mijn vrouw de kamer in en zei: ‘Ik weet niet meer waar ik ben, ik weet niet meer wie ik ben en ik weet ook niet meer hoe die man heet die naast mij ligt.’ Het was geen klacht, het was een constatering. Die direct aansloot.

Zij is zo anders dan ik. Haar lijden is zo anders dan het mijne. En toch, zo verbonden.
Woest en ledig. Lotsverbondenheid.

(wordt vervolgd)

Geplaatst in Hans' weblog
7 reacties op “Woest en ledig (2)
  1. Inge Prevoo schreef:

    sprakeloos ontroerd door je kwetsbare woorden

  2. Miomi Pront schreef:

    Stil gevallen…in eerbied…ontvangend wat je deelt..dank Hans

  3. Petra Bos schreef:

    Lieve Hans,

    Wat mij het meest ontroert is, dat de persoon die niet meer weet waar of wie ze is uiteindelijk toch zo ten voeten uit de Hanneke is die ik ken. Onderzoekend en analyserend. Wonderbaarlijk.
    Verder kan ik bijna niet wachten op jouw interpretatie van je lievelingsbijbelverhalen. Je bent zo‘n oorspronkelijke, beeldende verteller, die de grote verhalen altijd weet terug te vertalen naar onszelf en de weg die we gaan.
    Duisternis boven de afgrond, daarin zit alles samengebald, dan rijst angst op. Ja Hans, dat ken ik ook, dat kennen we allemaal. Wat geef je daar toegankelijk weer welk antwoord jij daarop geeft.

    Hartegroet,
    Petra

  4. Marina Klaas schreef:

    Zo helder en zo mooi verwoord. Pure poëzie.
    Ontvankelijk te blijven voor de Geest Gods.
    Je geeft me een prachtig antwoord op wat bidden is. Dank je.

  5. Bob Halmingh schreef:

    Wat ongelooflijk goed verwoord.
    Dank je, Hans.

  6. Nel schreef:

    Wat ongelooflijk mooi en intens. Dank!!

  7. lida schreef:

    Dag Hans, wat is dit mooi en ontroerend. Het raakt me en inspireert me. dank je wel Lida

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*