Brief

Een paar dagen geleden ontving ik onderstaande reactie op mijn laatste blog van alweer vier weken geleden. De woorden van de schrijfster raakten mij en ik bleef ze de afgelopen dagen in mij horen. Ik zou er een kort antwoord op kunnen geven, zoals ik dat ook begin van dit jaar heb gedaan op een eerdere reactie van haar, maar ik wil er graag uitvoerig op ingaan. Daarom wijd ik deze blog eraan.

*

Hans,

Ik volg je nog steeds. Jouw stukken vind ik soms heel moeilijk te begrijpen en soms helemaal niet. Omdat ik takke rationeel ben denk ik.
Mijn lief is in januari overleden.  Twee en een half jaar na de diagnose.  Wat ik herken in je verhaal van nu is dat – zo noem ik het maar – je wil weg is. Ik had niks meer te willen, ik deed! Ik handelde, ik vocht voor beter voor hem. Mijn ego was weg. Ik wilde niks meer voor mezelf, ik was er zoveel als ik kon voor hem. Helaas was het niet te doen en na autopsie bleek hij 4 soorten dementie te hebben. (dit i.v.m. erfelijkheid, zijn broer had hetzelfde en overleed 3 weken later). Hij leed en ik kon het niet comfortabel maken voor hem. Hoe ik ook mijn best deed.
Ik ben nog steeds met regelmaat erg verdrietig. Met name om dat lijden van hem. Helaas heb ik niet de troost van een geloof of zo. Dat lukt me doodeenvoudig niet, al was het alleen maar omdat zijn hersens gewoon door die vreselijke veenbrand wegvaagden.
Hoe kan ik nog geloven in een ziel als alles wat hij was, bij leven al weg was? (sorry, beetje een droevig verhaal). Ik houd me wel bezig met boeddhisme maar over dit soort zwarigheden kan ik nergens iets vinden.

Jook

*

Beste Jook,

Dank je voor je reactie op mijn stuk. Je zegt dat je mij nog steeds volgt. Daar spreekt een aarzeling uit. Hoe lang nog? Iets spreekt je kennelijk aan, maar lang niet alles.
Dit, deze aarzeling, is niet de reden dat ik je nu antwoord. Ik antwoord je omdat je reactie mij raakt, ik vermoed omdat je verlies zo voelbaar is. Niet alleen het verlies van je geliefde, maar als ik het wel heb ook het verlies van je wereld, van betekenis en zinvolheid.
En waarom dat mij zo raakt? Ach, dat zal wel zijn omdat ik dit ook doormaak. We zijn lotgenoten. Ik heb mijn vrouw niet verloren, nog niet, aan de dood, maar ik verlies haar steeds, en ik ga ook langs de afgrond en soms niet erlangs maar erdoor.

Ik ervaar net zoals jij dat het niet meer om mijn wil gaat. Met willen bereik ik niets. Ik bereik hoe dan ook niets, ik kan Hanneke niet genezen, ik kan voor haar zorgen voor zover zij dat toelaat, maar ik kan niet sturen, naar een resultaat toe. Het enige wat ik kan doen is: ontvankelijk zijn, en nog dichterbij: gewoon doen zoals ik ben. Ja, ik noem het gewoon, maar het vraagt soms alles van mij om los te laten, niet vooruit te kijken en spelend, improviserend met haar te zijn, zoals dat voor mij het meest natuurlijk is.
Gewoon geeft het beste resultaat, leert de ervaring mij, terwijl ik dan juist niet resultaatgericht ben. Dat is een paradox; zo zijn er meer paradoxen in mijn bestaan.
Met resultaat bedoel ik dat er vrede is, en dat er communicatie is, een gevoelsverbinding, terwijl toch de woorden bijna geheel zijn weggevallen. Hierbij heb ik weinig of geen baat van theorieën, psychologische inzichten en geloofssystemen in het algemeen.
Ik vind in deze situatie nu met Hanneke, en eigenlijk in mijn gehele bestaan, geen steun in een geloof, welk geloof dan ook. Geloven doe ik ook niet in de kerk, mijn kerk is hier en in mijn kerk staat beleven centraal.
Dit is alleen maar mogelijk, ontdek ik steeds weer, wanneer ik de voorstellingen laat voor wat ze zijn, de verwachtingen en de ideologieën, en ik de werkelijkheid beleef, hoe die ook is. Ja, werkelijkheid, dat meest directe en concrete dat ik kan ervaren wanneer mijn gedachten en emoties niet de dienst uitmaken. En dan haal ik voor de zoveelste keer de Amerikaanse schrijver Philip Dick aan: Wat is werkelijkheid? Werkelijkheid is datgene wat niet verdwijnt als je ophoudt erin te geloven.

Ik ervaar dit, deze werkelijkheid, niet als negatief. Ja, ik ben onthand en niet een beetje moe, er is een voortdurende spanning omdat uiteindelijk alles op mij neerkomt, ook als er iemand bij Hanneke is, kan ik ieder moment opgeroepen worden, zij kan zonder aankondiging vijandig worden en gevaarlijke en dwaze dingen doen en dan kan ik het op geen enkele manier, zoals jij het noemt, comfortabel voor haar maken, het is staan in de leegte, dat is werkelijkheid, maar er is in deze werkelijkheid ook nog iets anders, namelijk dat het zo is en niet anders, dat het mij niet is aangedaan, dat het mijn werkelijkheid is en dat ik tot mijn verrassing merk dat ik hier door alles heen blij ben en mij verbonden voel met de levende wezens om mij heen.
Ik geniet van het leven, ik heb veel plezier. Er is geen uitzicht, deze situatie is niet gerieflijk op te lossen, en toch: het is duister binnen licht. Hoe dat komt? Ik heb een toegewijd en meditatief leven geleid en ben mijn eigen weg gegaan, soms tegen de klippen op. Ik weet wat afzien is – dat helpt wel. Maar hoe dat dan weer komt? Ach, ik weet het niet. Ik ervaar het niet als een verdienste, meer als geluk hebben. Ik probeer mensen wel te leren om dat geluk ook te hebben. Weer zo’n paradox, want hoe kan je nou leren om geluk te hebben. En toch…
Het heeft in ieder geval niets met geloof te maken. Zo is het nu eenmaal. Ik kan het niet ontkennen, ook al begrijp ik het niet. Dus beaam ik het maar, het is het meest waar: licht is mijn laatste werkelijkheid. En daarna weet ik echt niets meer.

Je hoeft wat mij betreft niet te geloven in een ziel. Waarom zou je dat doen? En dan zeg ik weer: je kunt het toch ervaren.
Je schreef in je vorige reactie: En hij heeft tegen mij elke dag gezegd dat ie van me hield. Dat is mijn grootste troost. Dat is toch de ziel die spreekt, zijn ziel door alle chaos heen van het aangetaste brein en jouw ziel. Van hart tot hart.

Deze vormen van dementie zijn gruwelijke ziektes, juist ook doordat de verbinding tussen ziel en persoonlijkheid zo wordt aangetast. De persoonlijkheid, de omzetter in woord en daad, functioneert niet goed meer en valt ten slotte bijna helemaal weg. Maar soms opeens weet de ziel zich toch door de brokstukken kenbaar te maken. Dat zijn wonderen, zo ervaar ik het ook, heilige momenten, waarvoor ik dankbaar ben.
Een enkele keer kan ik zo’n moment oproepen door Hanneke rechtstreeks aan te spreken en haar iets te vertellen wat mij diep bezighoudt, opeens luistert zij dan, is stil en ontroerd, kijkt terug, soms zegt ze zelfs iets dat aansluit bij wat ik zeg. Het gebeurt ook weleens wanneer ik op een monoloog van haar inga alsof het een toneelstuk is waar we samen in zitten en alsof ik haar tegenspeler ben, dan kan het gebeuren dat we samen spelen, het uitproesten van het lachen, dat we samen aanwezig zijn, liefde over en weer. Ja, meestal heel kort, maar het gebeurt wel. En het is voor mij als een frisse dronk uit de bron. Voor haar ook trouwens, meen ik te merken.

Het is afscheid nemen en rouwen terwijl de geliefde nog leeft. En daarna, na de dood, stopt het afscheid nemen niet. En de rouw wordt misschien wel deel van het bestaan, niet iets dat eens voorbij is, maar een besef van vergankelijkheid. Een besef dat alle verschijnselen zijn als verdampende onaanraakbaarheid (zoals de Tibetaanse wijze Longchenpa het benoemt). Je kunt ze niet beetpakken. Je kunt ze niet vasthouden. Maar er is iets dat je wel kunt doen: ook al kan je hen niet vasthouden, je kunt met hen zijn en hen liefhebben.
Dat is volgens mij wat ik aan het doen en tegelijkertijd aan het leren ben: liefhebben te midden van alle vergankelijkheid. Misschien herken jij dat ook.

Beste Jook, het ga je goed.

Hartelijke groet,

Hans


Geplaatst in Hans' weblog
6 reacties op “Brief
  1. Chris schreef:

    Hey Hans, dankjewel voor jouw openheid inderdaad…ik ben zelf buddy voor jong- en dans met dementerede ouderen in een woonzorgcentrum.
    Voor mij is het de ziel die het heft in handen pakt als voorbereiding op het volgende leven…wat dat dan ook zal zijn.
    Ik weet het ook niet maar heb wel contact met harteenergie zoals jij ook beschrijft en dat voelt voor ons beiden warm en voor mij telkens vertederend als ik na het dansen terug naar huis rij.
    Il ben blij jouw blog ontdekt te hebben…via het opzoeken van jouw boekje: Nog vele jaren
    Lieve groet

  2. Nel schreef:

    Wat moet ik zeggen ánders dan: dank aan Jook en Hans voor deze inkijk in hun leven.
    Ik lees en herlees en telkens zie ik nieuwe gezichtspunten.
    Hoe is dit mogelijk…..
    Dank…

  3. Leo Gerritsen schreef:

    Hans, dank voor je openheid

    Ik probeer een midden te vinden tussen spiritualiteit en de allerdaagse ‘werkelijkheid’.
    Als een kerkverlater (RK) vond ik, nee niet soelaas, maar een verinnerlijking van wat de verhalen in de Bijbel mij probeerden te vertellen.

    Warme groet vanuit Thailand,
    Leo.

  4. Dirk Heinrichs schreef:

    De melanoom is weer actief. Al een paar keer geopereerd. En wat nu. Jouw woorden beschrijven zo mooi het gevoel en onhandigheid waar ik en volgens mij mijn partner ook in zitten. Het niet weten. Ik voel me kwetsbaar, verdrietig en ook gezegend dat ik /wij hier in zitten en mee maken. Ervaren en vooral niet persoonlijk maken. Het vindt plaats. Dank je wel Hans. Ik heb vroeger zoveel wijsheid geput uit de boeken van Hanneke . En nu door jouw emails. Dank

  5. Emma van Santen schreef:

    Dank Je Hans , het verwoorden van Liefde en liefhebben te midden van vergankelijkheid raakt mij in wezen en ZIJN. En doet daar wonderwel iets schitteren en stromen in STILTE .
    Hoe paradoxaal ….
    Dank in dankbaar ZIJN

    • Carla schreef:

      Zeer herkenbaar de woorden van Hans
      Dank dank
      Ik kan de liefde voelen te.midden van vergankelijkheid , en krijg zo veel ‘ bespiegelingen ‘ met de aanwezigheid van de vorderende dementie bij mijn man
      Mijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*