Coronalezing 8 – Het actuele feit van Pesach

Ik spring van Coronalezing 5 over naar lezing 8. Dat doe ik vanwege de actualiteit. Ik heb de afgelopen week twee videolezingen gegeven over het paasfeest, de eerste over het joodse Pesach en de tweede over Pasen, zoals we dat kennen uit de Evangeliën. Ik vind het raar om de uitwerking van die lezingen pas over een volle week als het paasfeest achter de rug is op mijn weblog te plaatsen. Dus heb ik besloten om de paaslezingen (er komt ook nog een derde) voorrang te geven.

Dankzij de goede zorgen van Arthur Kleintjens en Anna Myrte Korteweg is deze lezing hier beschikbaar als podcast.

*

Deze social distancing duurt echt langer dan drie of zes of acht weken, misschien wel drie maanden, ook al willen we dat misschien nog niet weten. Een bepaalde vorm van afstand houden duurt misschien wel totdat er een vaccin is gevonden. Het betekent dat het perspectief van afgescheiden zijn, je lange tijd te moeten houden aan bepaalde regels, de ervaring van een (financiële) benauwdheid, van eenzaamheid, veel groter is dan je wenst. Dit kan, zeker ook voor de ouderen onder ons, wel duren tot volgend voorjaar. In verschillende gewijzigde vormen maar het is wat mij betreft wel het uitgangspunt.

Zoals ik het ervaar is er niet een toekomstperspectief waar je je aan vast kunt houden. Het is een perspectief van dag tot dag en het is open. En in het voortgaande voertuig waar we in zitten zijn weinig lussen waar je je aan vast kunt houden. Als je het niet in jezelf vindt of samen dat niet vindt, ontstaan er problemen. Hierin worden we allemaal beproefd om het met een Oudtestamentisch woord te zeggen. We worden ten diepste op de proef gesteld op ons ‘geworteld zijn in de aard van de geest’.
Ons sociaal gezicht, onze strevingen, het oppervlaktebewustzijn, waar we ons op richten om onze wensen te vervullen, dat geeft wel een tijdje bevrediging. Omdat daar een spel ontstaat van tekort en aanvulling, van begeerte en vervulling of niet-vervulling, maar dat werkt alleen op de korte termijn.
Daar waar de rivier van de tijd niet meer direct zichtbare oevers vindt, vertrouw je je of toe aan de fluwelen ruimte, of je wordt gek van jezelf. Het is dat wat we proberen te doen, te leven in de fluwelen ruimte met alle frustratie van dien. En daarin te ervaren dat wat in de frustratie wordt aangereikt, het nieuwe materiaal is voor het creatieve spel. Het is buitengewoon belangrijk om te zien dat frustratie niet het eindpunt is, maar het beginpunt. We zitten wat dat betreft allemaal in hetzelfde schuitje, want we hebben allemaal een persoonlijkheid die niet te genieten is. Niemand van ons is een prettig mens. Er zijn namelijk geen prettige mensen. Er zijn alleen mensen die zijn aangesloten of niet-aangesloten. En de prettige mens wordt in deze tijd over de knie gelegd.

Wij oudere mensen lopen het risico te vereenzamen. Maar gisteren sprak ik mijn oudste kleinzoon. Het was een leuk gesprek en pratend dacht ik wat is dit moeilijk voor jonge mensen die een jaar of 16 zijn en dan wordt het ook nog eens lente. Vreselijk. Ze kunnen niet swingen, niet versieren en versierd worden, al die lol, dat plezier gaat voorbij. Wat moet je dan doen? Ik kan me voorstellen dat ze een anti-coronafeestje houden en bij elkaar komen. Het is stom en kortzichtig, maar ik kan het me goed voorstellen. Het zaad moet zich toch voortplanten en dat moet nu binnenblijven! Ik heb met ze te doen, juist met jonge mensen die op zichzelf zijn en dachten: deze lente gaat het gebeuren! Ja, hoe?

Voor een heleboel groepen mensen en individuen is het een moeilijke tijd. En tegelijkertijd is het een creatieve tijd. Ik schreef gisteren aan een vriend, het is de ervaring dat je op een bootje zit op een rivier en dat de oevers steeds verder wijken. En dan wordt het bootje onderdeel van de rivier, het bootje wordt rivier en de oevers zijn geweken en er is geen criterium. En wanneer je dat aangaat, vindt wedergeboorte plaats. Opnieuw terugkeren tot een identiteit die niet de oude is en toch op de oude lijkt, dat vindt in deze paastijd plaats. Want we zitten in Pasen, niet vergeten he?

Mijn joodse vriend Fred schreef dat hij het zo naar en verdrietig vond dat de seidermaaltijd niet door kon gaan met gasten. Een hoogtepunt van het jaar waarbij hij de gastheer is. De mensen komen, er wordt gelezen en gezongen. De hele geschiedenis van de uittocht uit Egypte, het achterlaten van het oude, wordt doorleefd. En dat kan hij nu alleen doen met zijn vrouw en zijn zoon. Niet met een groot gezelschap. Hij was er verdrietig over en hij had er zijn rabbijn over geschreven en de rabbijn had in een filmpje gezegd: ‘Je weet dat in Egypte bij de laatste beproeving aan het volk Israël wordt gevraagd om de deurpost met bloed van een lam in te smeren zodat de engel, zeg maar gerust de engel van de dood, voorbij kan gaan’. Toen zei de rabbijn: ‘Waarom zou dat zijn? Denk je nou echt dat God niet weet wie daarbinnen zit? Moet je daar nou een teken voor aanbrengen, zodat God het weet?’ Dat is heel joods, heel concreet.
In de midrasj, de toelichting, wordt gezegd dat het bloed niet aan de buitenkant van de deur wordt aangebracht maar aan de binnenkant van de deurpost. Het bloed is er niet voor de engel zodat die het weet, maar voor de mensen zelf dat ze weten dat ze een verbond zijn aangegaan. En daarom is het bloed aan de binnenkant. Natuurlijk weet de engel al wie wel of niet bij die andere kant, bij de nieuwe weg, behoort. Maar weet je het zelf wel?
Wat ik je nu aanraad is dat je lekker gaat koken voor 3 mensen. Zei de rabbijn. God is hetzelfde en jullie zijn hetzelfde. En dat je zo je dienst verricht. Wat daarmee wordt opgeheven is dat je goede sier maakt. Je doet het niet voor de buitenkant, maar voor de binnenkant.Ik vond het een typisch joods antwoord, een goed antwoord ook dat aansluit bij deze tijd.

De afgelopen week stond in het teken van het komende Paasfeest. Pasen is voor mij zowel het joodse Pesach als het christelijke Pasen. Beide vallen voor mij samen, terwijl ze toch ook heel verschillend zijn. Nu wil ik iets vertellen over het joodse Pasen. De volgende keer vertel ik dan iets over het christelijke Pasen, het Paasevangelie.

Ik vroeg mij gisteren af: denk ik nou dat dit echt gebeurd is? Die uittocht uit Egypte na tien plagen? En die kruisiging van Jezus? In de Egyptische geschiedschrijving is van de uittocht niets terug te vinden. Terwijl de Egyptenaren nauwgezette geschiedschrijvers waren. Ook van de kruisiging van Jezus is niets terug te vinden in de Romeinse geschiedschrijving. Terwijl ook dat zeer nauwgezette geschiedschrijvers waren. Ik schreef dit toen op:

Denk ik nu eigenlijk dat dit echt zo gebeurd is. Echt precies zo, een historisch feit? Nee, ik ben geen orthodoxe jood en ik ben ook geen orthodoxe christen en ik hoef dit dus ook niet te geloven. Maar ik geloof wel dat het echt is en dat echt het zo gebeurt. Ik geloof niet dat het echt zo gebeurd is, dat is voor mij in ieder geval niet het belangrijkst. Wat voor mij belangrijk is, is dat ik zie dat het echt zo gebeurt. Het is voor mij niet in de eerste plaats een historisch feit, het is een actueel en menselijk feit. En wat is dan het feit?

Het actuele feit is dat er een land is met een farao die de hele bevolking onder zijn macht heeft. En die een goddelijk gerealiseerd aspect, het volk Israel dat daar leeft, in slavernij houdt. Dat er een machtsstructuur, een faraostructuur is in het ik, die datgene wat het meest verheven is, tot knechtschap brengt. En voor zover dat verhevene nog een mogelijkheid krijgt om zich te manifesteren, die mogelijkheid alleen maar krijgt ten dienste van de machthebber.

Dat is voor mij een actueel feit dat ik in mijzelf ken en dat ik ook in mijn werk met mensen steeds tegenkom. En ik heb ook gezien bij mensen dat het geheel, de omvattende eenheid, deze faraostructuur niet gedoogt, dat de natuur het niet toestaat. Dat de natuur, de aard van de mens, van binnenuit, van onderuit in opstand komt. En dan volgen er slagen en plagen op individueel terrein. En tijdens die plagen is het mogelijk dat het machtscentrum, het ik, zegt: ja, ik laat het volk Gods gaan, ik laat datgene wat het licht volgt, gaan. Je ziet dat dit gebeurt. Er komt een klap, er volgen nare dingen, en je beseft tot bovenin het hoofd van farao, dit kan zo niet gaan, ik zal een andere weg moeten gaan. Dat is een actueel feit. Dat is echt. Uit het nu.

En als de schok is uitgedreund, zie je dat de machthebber weer op de oude weg probeert door te gaan en de repressie zelfs nog iets versterkt. En dan komt er weer een slag. Dat is niet een straf, maar consequentie van zo-zijn. En dan komt er weer een slag en weer een slag. En eigenlijk hoop je in dit drama dat de farao ook kan blijven bestaan en dat die tenslotte in een eenheid gaat leven met het lichtvolk, met de lichtkrachten. Maar de realiteit van het verhaal is dat dat niet kan. Dat er werkelijk gebogen en losgelaten moet worden. En dat er anders een scheiding plaatsvindt, een afscheid.

Dit doet zich individueel voor maar ook als gemeenschap. In de laatste honderden jaren hebben we slag na slag gekregen met de wereldoorlogen. Met rampen die verspreid over de wereld hebben plaatsgevonden. Met de goelags, met de concentratiekampen. En dan komt er weer een inzicht en dat inzicht wordt omgezet in nieuwe machtsmaatregelen en dat het oude zich voortzet. En ik zie deze coronacrisis in die lijn. Dus, nogmaals, niet als straf maar door hoe wij met ons gedrag, door ons zo zijn, door ons hardnekkig doorgaan op ons pad, wat wij als plaag hebben opgeroepen. Het is niet een vreemd iets dat gebeurt. Het is een vreemd iets in verhouding tot onszelf en het is iets dat beantwoord kan worden vanuit onszelf, vanuit onze lichtkracht.

Dan zie je, wanneer de slagen ernstiger en ernstiger worden, dat zich gaandeweg gemeenschappen losmaken uit het systeem van Egypte. Die aangeven aan zichzelf en anderen: wij staan hiervoor in. Wij maken geen deel uit van die totale massa, mogelijk alleen ten behoeve van, maar wij horen niet in het repressiesysteem. Daar horen we niet bij.
Dit gebeurt ook intern, in jezelf. De slagen, de somberte die je mogelijkerwijs soms voelt, dat wat oprijst en waar je een antwoord op moet geven, het gebeurt in deze tijd, het gebeurt met jou, met mij en met ons. Er ontstaan ‘onzen’ die met elkaar een weg zoeken, waarbij het volgens de Thora zo is, dat de weg die dan gezocht en gevonden wordt, niet direct naar het beloofde land voert, maar eerst leidt in de woestijn, in de leegte. Het afscheid van het oude repressiesysteem, van de oude vormen, van oude zekerheden, het afscheid van het slavenhuis met goede sociale voorzieningen, het afscheid daarvan leidt in de leegte, waar regels niet direct klaarliggen. Er moet een tijd door de woestijn worden gegaan voordat wetten worden gevonden – de Thora, de geboden, de eigen regels. Ook individueel gebeurt dit. Hoe? Ik heb hierover gesproken en geschreven. Ik noem het yoga, meditatie, dienstbaarheid, kringvorming. Dat zijn de patronen die ik onderken.
Maar als je op weg gaat, zijn er een paar dingen die belangrijk zijn. Een van die dingen wil ik eruit lichten.

Er staat in Exodus 12:15: Zeven dagen moeten jullie Matsoth niet-gegiste broden eten, maar reeds op de eerste dag moeten jullie alles wat gisting kan veroorzaken weggeruimd hebben uit jullie huizen.

Je gaat dus op weg met ongegiste broden en je bereidt je voor op het op weg gaan door geen gist meer te gebruiken. Toen ik me begon te verdiepen in de kabbala, las ik een schrijver die zei: wij mensen zijn steeds erop gericht om daar waar ons voedsel ligt, waar bevrediging van onze honger ligt, om daar zoveel mogelijk gist aan toe te voegen, zodat het zo groot mogelijk wordt. Als je het land Egypte wilt verlaten, zei hij, moet je de gist achterlaten. En dat is niet alleen de gist van zoveel mogelijk en zo groot mogelijk en van voortdurende groei, maar ook de gist van de emotionaliteit. Je emoties moeten weer gevoelens worden. Je idealen moeten weer gedachten worden.

Alles wat te groot is, wat over deze situatie heen gaat, moet gistloos worden. De relatie met de mensen om je heen precies zoals die is. Niet te mooi, ook niet te lelijk. In balans, zonder gist. Dat is de opdracht die je steeds weer hebt. Dus ook als je een beetje somber wordt, word je een beetje somber en niet wanhopig. En als je een beetje de pest hebt aan iemand die te dichtbij komt, dan heb je een beetje de pest daaraan en zeg je: iets verder af graag. Wanneer je weg wilt gaan uit Egypte, is alle opwinding daarover uit den boze. Je gaat eigenlijk uit de verzekerde continuïteit de discontinuïteit in, individueel en sociaal. Je gaat zoals staat in Exodus 12:11:

…jullie lendenen omgord, schoenen aan de voeten, stok in de hand, in haast zullen jullie het eten, een pesachoffer is het voor de Eeuwige.

Stok in de hand, schoenen aan de voeten. Wonderlijk, geheel op je qui-vive zijn. Steeds bereid om datgene wat opkomt te beantwoorden. Zoals de I Tjing het zegt: zonder rust en zonder haast. Dat vind ik een goeie term. Hier staat ‘in haast’ maar ik pas het aan: ‘zonder rust en zonder haast’, op je qui-vive. Je bent ontspannen en je kunt elk moment weg gaan. Het is die houding waarin de gezwollenheid van de gist ook geen macht meer heeft.
Je weet dat er een stem is die klinkt, een beginstem die je leidt die je, zoals ik het noem, het proces van liefde en creativiteit inleidt. Die is er steeds weer. Die komt van binnenuit en van buitenaf, daar waar jij je binnenste met iemand buiten je verbonden hebt. Van je geliefde, van de mensen waar je van houdt, van de mensen op je pad.

En dan is er nog een ding. Dat vind ik geestig en ik hoop dat jullie het ook geestig vinden.
Terugkijkend zeg je: zij die Egypte verlieten, ze namen afscheid van Egypte en de farao en gingen de woestijn in. Wat ik in een toelichting las: zij die Egypte verlieten waren de joden. Dus niet de joden die goed waren verlieten Egypte, nee, zij die de weg volgden, die hun innerlijke waarheid volgden, daarop vertrouwden, dat waren de joden.
In plaats dat er eerst een omgrensde broederschap is, krijgt de broederschap vorm en vindt plaats in het gaan. Er zijn geen joden voordat ze Egypte verlaten hebben, en degenen die achterbleven waren geen joden meer maar Egyptenaren, ook al stamden ze af van Ruben of van welke andere zoon van Jakob dan ook.
Zo zijn wij ook, je bent alleen dit paasmens wanneer je gaat zoals je geroepen wordt en zoals je van binnenuit geleid wordt.

Tot zover.

 

Deze lezing is weer zorgvuldig uitgeschreven en geredigeerd door Liny Bosland en Joan Galama. Hartelijk dank.

Geplaatst in Hans' weblog
2 reacties op “Coronalezing 8 – Het actuele feit van Pesach
  1. Hans Willem de Wolff schreef:

    Beste Hans,

    Ik kreeg een beeld bij het lezen van dit stuk van bergbeklimmen boven de mist uit naar een volstrekte helderheid, wat ben ik blij met dit schrijven.

    Dank je wel,

    Hans Willem de Wolff

    • Loes Jacobs schreef:

      Dag Hans,
      Wat verhelderend het beeld dat de mens de neiging heeft overal gist toe te voegen, ook aan je gedachten en gevoelens. Nou daar was ik gisteren flink mee bezig toen mijn partner geen Paasontbijt had verzorgd ,terwijl ik daar op hoopte maar niets had gevraagd! Het helpt om te kijken naar je eigen actualiteit. Daar gaat het inderdaad om .
      Waar ben ik nu gist aan het toevoegen en hoe kan ik de gist achterlaten? Een goede vraag om mezelf regelmatig te stellen.
      Hartelijke groet
      Loes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*