De meester en de leerling (10)

Toen ik rond mijn twintigste LSD ging gebruiken, wisten mijn buitenste ogen niet meer wat ze zagen. Mijn referentiekader begon te kraken.
Ik zie nu achteraf mijn gebruik van LSD als een leerschool, hoe primitief ook. De vormen werden ontmanteld en het licht werd onthuld. Mijn herkenningspunten losten op in de golfslag van de oneindige oceaan van bewustzijn en daarmee loste ik op en werd puur licht, wit licht, zoals we het noemden – er was geen apart bewustzijn meer, uitsluitend licht.

Ik beschouwde deze lichtervaringen als de meest essentiële ervaringen die ik ooit had gehad, maar ze bleven, wanneer ik weer terug was in de wereld van ruimte en tijd en weer mijn oude gedaante had aangenomen, toch ook iets onwerkelijks houden. Het was alsof ik een uitstapje had gemaakt naar een andere wereld, waar hetgeen ik had beleefd wel van toepassing was op deze wereld, als een metafoor, een gelijkenis, maar het was niet de werkelijkheid van deze wereld. Daarbij wist ik dat het niet een spontaan gebeuren was geweest, maar dat ik deze ervaringen had opgeroepen door een stof met een bepaalde chemische samenstelling, die mij 10 gulden per dosis kostte, tot mij te nemen. Vooral dat laatste bracht mij aan het twijfelen. ‘Als het helemaal echt was, kwam het vanzelf,’ zei iets in mij en het lukte mij niet dat stemmetje tot zwijgen te brengen.

Uitzicht vanuit het Slavenhuis op Gorée (Senegal) – foto Anna Myrte Korteweg

 

Een paar jaar later kwam ik in contact met mijn leraar Reinoud Van Vlissingen. Ik zat in zijn spreekkamer, sprak met hem en baadde mij in zijn rustige milde licht. Via Van Vlissingen kwam ik in contact met Margaretha Hofmans. Tijdens een bijeenkomst zag ik dat zij fonkelde van het licht, alsof zij uit glinsterend kristal bestond, vloeibaar kristal. Ik zag het heel even, maar ik zag het net zo duidelijk als ik het meubilair in de ruimte zag. Het was de eerste keer dat ik wakker en zonder een middel waarnam dat een mens uit energie bestond.

Steeds duidelijker zag ik nu dat mensen lichtwezens waren, meer of minder verduisterd. Ik ging onderscheiden tussen lichte en duistere mensen. Ik kocht geen auto van iemand die verduisterd was en ik ging mensen die het licht in zich opgesloten hielden uit de weg, ook als ze mooie woorden tot hun beschikking hadden. In de groepen die ik leidde en in de individuele sessies richtte ik mij erop het verdrukte licht te bevrijden.

(wordt vervolgd)

Geplaatst in Hans' weblog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*