De meester en de leerling (11)

Tekeningen Hanneke Frankhuisen

Weer wat later, in 1978, trad ik toe tot een spiritueel-psychologische groepering die Het Pad heette. Ik reisde met mijn mede-Padleden naar Phoenicia, boven New York, vlakbij Woodstock, waar het centrum was van The Path (zo ver was ik de meester nog nooit tegemoet gegaan). Een van mijn helpers (zoals de begeleiders in Het Pad heetten) in Phoenicia, en later ook in Nederland, was Barbara Brennan. Ik kreeg in Amerika twee keer per week een energetische sessie van haar. Ook wanneer zij in Nederland was kreeg ik sessies van haar en ik leerde bovendien veel van haar als ‘apprentice’, als leerling dus.
Barbara was een onderzoekster van energetische patronen met een wetenschappelijke blik, die steeds weer het bijzondere in het algemene vond. Met dat laatste bedoel ik dat zij alle ideeën en voorstellingen over karakterstructuren en fijnstoffelijke lichamen en chakra’s kon loslaten en zich kon richten op datgene wat zich nu op dit moment voordeed. Ik vond het heerlijk om met haar te werken, zowel als werker (zo werd de cliënt in het Pad genoemd) als als ‘apprentice’. Zij had het zicht, ze was benieuwd, ze was liefdevol en je kon met haar lachen – om het in een paar steekwoorden samen te vatten.

Van de vele sessies die ik met haar heb gehad, springt er eentje uit. Ik was ‘over de kruk’ gegaan (een energetische oefening waarbij het gehele lichaam onder hevige spanning komt te staan en waarbij het mogelijk is om alle weerstand te laten varen en je toe te vertrouwen aan de onwillekeurige energetische processen, waarheen die ook leiden). Ik verzette mij niet meer en ik klapte ook niet in, ik was helder aanwezig en volkomen ontspannen. In deze staat van totale ontspanning in totale spanning ervoer ik opeens dat ik als een zon was, dat het licht in mij vrijkwam en in golven naar buiten stroomde. Barbara zag het ook. Zij hielp mij overeind van de kruk. We stonden tegenover elkaar en ik merkte dat ik het licht kon bundelen en via mijn handen naar haar toe kon sturen. Het was zichtbaar licht, ik voelde het in mijn lichaam, in mijn handen, en ik zag het ook. Ik merkte dat ik vanuit de centra in mijn lichaam, in mijn gestel, de kleur kon veranderen. Ik kon rood zenden, ik kon blauw zenden, groen, roze, paars, geel. Ik zond de bundels van gekleurd licht naar haar, zij ontving ze en zond ze dan weer, soms in een andere kleur terug naar mij. Alsof wij kinderen waren en met kleuren aan het spelen waren. Ik riep: ‘Yellow’, en dan spoot er geel licht uit mijn hand. ‘Blue,’ gaf zij mij dan weer terug. Het was een fantastisch spel, ik hoefde er niet bij na te denken. Soms lieten we van twee kanten de lichtbundels tegen aan elkaar aan botsen, alsof we Jedi Masters waren.
Opeens werden we onderbroken, de deur vloog open en een vrouw stormde woedend binnen. ‘Wat is dat?’ riep ze, ’ik zit al een kwartier te wachten.’ Het was de cliënt die na mij aan de beurt was. We waren de tijd vergeten, want we waren aan het spelen. Aan het spelen met licht.

Ik vond het een kick dat we de tijd vergeten waren. Een bewijs ook dat we echt aan het spelen en ontdekken waren. Het was puur plezier en tegelijkertijd werden alle concepten doorbroken. Zoiets gebeurde toch alleen maar in films?!

Vanaf dat moment wist ik dat licht echt was. Ik had het gezien en beleefd. Ik wist nu dat bewustzijn energie was en dat zowel energie als bewustzijn aspecten van licht waren. En ik had ervaren dat de lichtkracht maximaal werd wanneer ik in de grootste spanning totaal ontspannen was.
Dat was stof tot denken. Stof tot meditatie. Niet zozeer meditatie op een kussen met mijn ogen dicht, maar met mijn ogen open in het dagelijks bestaan.

(wordt vervolgd)

Geplaatst in Hans' weblog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*