De meester en de leerling (13)

Van Longchenpa ga ik weer even terug naar meester Van der Nol op mijn lagere school op protestant christelijke grondslag. Twee leraren, die beiden aansloten op mijn diepe interesse in (of zo je wilt obsessie met) het begin van de dingen – het begin van het universum, van het leven, van het individuele ik, van het verschil tussen man en vrouw, van het kwaad, en uiteindelijk het voor mij belangrijkste punt: het begin van dualiteit. Twee leraren die in mijn hart zijn verbonden en ook zijn verbonden door dezelfde oervraag: hoe kan eenheid worden gevonden in dualiteit?

*

Meester Van der Nol en de andere meesters en juffrouwen vertelden over het verloren paradijs. Over de liefhebbende God en de Slang en Eva en Adam, in die volgorde, en hoe de liefhebbende God een straffende God werd doordat de Vrouw en de Man door de Duivel werden verleid. Adam en Eva zondigden en omdat ze zondigden konden ze niet in het paradijs blijven. Daarom werd het ook de zondeval genoemd. Doordat Adam en Eva hadden gezondigd, was er nu een oorlog geweest, de Duitse bezetting, en deden de mensen slechte dingen. De mens was geneigd tot het kwade en had al deze ellende over zich afgeroepen.

De goede God. De Boom des Levens. De Boom van de Kennis van Goed en Kwaad. De Slang. De zondeval. De straffende God. De verdrijving uit het Paradijs. Dat was de volgorde. En daarna ging het mis. Eigenlijk meteen al, met Kaïn en Abel. Niemand was meer helemaal goed, ook koning David niet, ook de profeten niet, tot Jezus kwam.

Er was dus in het verre verleden, toen de aarde net was geschapen, door de mens, tegen de wil van God in, gegeten van de Boom van de Kennis van Goed en Kwaad, die net zoals de Boom des Levens stond in het midden van het paradijs. Hoe was het mogelijk dat ze dat gedaan hadden? Ze waren er nog zo voor gewaarschuwd.
De meesters en de juffrouwen vertelden het steeds opnieuw. Iedere keer weer hoopte ik, tegen beter weten in, dat het ditmaal anders zou aflopen. Ik wilde wel tegen Adam en Eva roepen: ‘Niet doen!’ Je mocht niet schreeuwen in de klas, dus ik riep het in gedachten. Maar hoe hard ik ook riep, ze deden het toch, Eva eerst, en daarna deed Adam het, die slappeling. Ik nam het eigenlijk Adam meer kwalijk dan Eva. Eva maakte een fout, dat kan gebeuren, maar Adam had het kunnen herstellen.

Als zij toen niet van die vrucht hadden gegeten, was het nu goed geweest. Dan had ik waarschijnlijk helemaal niet op school hoeven zitten, omdat we dan alles vanzelf hadden geweten. Dan was er geen oorlog geweest en dan hadden mijn ouders nooit meer ruzie met elkaar en dan had ik zelf geen dingen gedaan die ik eigenlijk niet wilde doen, zoals… nou ja, zoveel!
Dat was dus de erfzonde. Gelukkig dat Jezus was geboren en voor onze zonden was gestorven, ook al begreep ik niet helemaal hoe dat zat. Ik wist in ieder geval wel dat Jezus helemaal goed was, zonder een vlekje kwaad, en dat het ongelooflijk moedig was wat hij had gedaan. Dat kon je van de meeste mensen niet zeggen, behalve misschien van de koningin en natuurlijk van Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands, en misschien ook van sommige mensen in de oorlog.

*

Het is een prachtig verhaal, een waar verhaal, vind ik nog steeds. Genoeg voor een heel leven. Ik blijf het vertellen en hervertellen. Het is en blijft hetzelfde verhaal, want het is zo opgetekend, maar toch, wat heeft dit verhaal in mijn leven een ontwikkeling doorgemaakt!

*

Het werd mij al snel duidelijk dat de oplossing die de meesters en juffrouwen boden als antwoord op de oprijzende Slang, namelijk wachten op de wederkomst van Jezus Christus en je tot die tijd houden aan de regels en een fatsoenlijk leven leiden, niets voor mij was.
Daarmee kwam ik in een typisch conflict, want ik hield van de Bijbel, ik voelde aan dat veel van die verhalen echt waren, dat ze over mij en mijn werkelijkheid gingen, maar ik kon mij absoluut niet vinden in de christelijke richtlijnen en oplossingen die uit die verhalen werden gedistilleerd. Ik was, zeg ik nu, een diep religieuze en absoluut niet godsdienstige jongen, maar ik kende het verschil tussen die twee niet – dus dat gaf nogal wat problemen. Niet alleen problemen met mijn omgeving, maar ook met mijzelf, omdat ik goed wilde zijn, gewetensvol, en tegelijkertijd zo vurig en driftig was, dat ik met alles en iedereen, inclusief mijzelf, overhoop lag.

(wordt vervolgd)

Geplaatst in Hans' weblog
2 reacties op “De meester en de leerling (13)
  1. Johanna van Fessem schreef:

    Alletwee de verhalen prachtig!

  2. Janneke Blijdorp schreef:

    Die slang daar in het paradijs, is in het mooie verhaal van de schepping en het Hof van Eden, een bijzondere “verschijning”. Om het in de woorden van Longchenpa te zeggen: een bijzonder ornament in het werkelijkheidsveld.
    Voor mijn moeder was het een van de wezensvragen die ze in haar strijd om het bestaan vaak hardop uitsprak: als God, de Schepper van het al, goed is, hoe kan het bestaan van de slang dan verklaard worden? Waar kwam de slang c.q. Satan dan vandaan? Het was echt een intense worsteling voor hen. Pas jaren na haar dood begreep ik hoe intens en hoe zwaar deze strijd van haar was.
    Nadat ze zichzelf op het spoor van het leven had beroofd, heb ik haar niet meer gezien. Ze was volgens de politie te zwaar beschadigd; men raadde het ons af haar nog te willen zien. Wat we wel terug kregen was haar mooie handtas. Het was een mooie handtas; haar handtas die ze altijd bij zich droeg als ze op stap ging. Ik heb de tas een aantal jaren na haar dood nagemaakt van klei (keramiek). Er kruipt een slang uit de tas van klei. Voor mij was op dat moment helder dat de slang bezworen moest worden. Niet vernietigd of ontkend, maar geaccepteerd en opgenomen, niet als een abstract verhaal, maar in mijzelf.
    Ik kom nu langzaam op een leeftijd dat ik denk dat ik er iets van begin te snappen. Vooral dat ik het niet moet proberen te snappen. Dat het erop aan komt stil te zijn en te aanschouwen wat zich aandient. En zoals Rilke zegt: “de vragen te leven”; de vragen en de onbegrijpelijke teksten waarvan ik weet dat ze waar zijn.
    De toepassing in mijn werk vind ik een moeilijke opgave. Maar ook daar ervaar ik meer en meer dat in het nu antwoorden zich aandienen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*