Geloven in vier à vijf delen

Ik wilde deze serie afsluiten met een persoonlijke ontboezeming. Wat geloof ik nou eigenlijk zelf wanneer ik het toch in woorden, Nederlandse woorden nog wel, probeer uit te drukken? Wat geloof ik terwijl ik weet dat geen woord het kan zeggen? Iets in die trant.
Nou, dat blijkt dus veel moeilijker te zijn dan ik had gedacht. En weet je waarom? Omdat ik inderdaad niet zoveel geloof, maar vooral omdat ik hetgeen ik wel geloof in zijn eigen waarde wil laten. Ik wil hetgeen ik ten diepste geloof niet opofferen aan een verwoording, waarbij het al heel snel ‘dit niet en dat wel’ wordt.
Ik doe mijn best.

Wat geloof ik nou bij voorbeeld over een al dan niet bestaan na de dood? Ik twijfel er eerlijk gezegd aan of het samenraapsel van herinneringen, eigenaardigheden en geneigdheden waarte­gen wij ‘ik’ plegen te zeggen in staat is de poort van de dood te passeren. Lijkwagens hebben geen imperialen, doodskleden geen zakken. De dood is een laatste muur, waar ik alles wat ik weet en kan en bezit voor moet afleggen. En wat blijft er dan over?
Deze alinea staat in mijn boekje Het lot & de liefde. Ik ben inmiddels 20 jaar ouder en ik ben nog steeds niet veel wijzer geworden. Er is veel wat ik zou willen geloven, want ik vind al die beschrijvingen van mensen die wel iets geloven, hoe verschillend ook, stuk voor stuk een eigen charme hebben, met uitzonde­ring dan van de hel en het vagevuur, want die hoeven wat mij betreft niet nog eens extra. Maar hoe aantrekkelijk ook, ik kan het niet geloven. Al die zekerheden omtrent de laatste dingen passen mij te perfect binnen het raamwerk van het menselijk denken. Als ik dan toch iets geloof, is het dat de dood het einde betekent van alle raamwerken. Dus wat mij betreft is er niets dat ik mij kan voorstellen voorbij dat laatste moment. Hoe dat eruit ziet? Als niets dat ik mij kan voorstellen!
Ook dit laatste cursieve stuk is weer uit Het lot & de liefde.

Nu heb ik van veel mensen, ook van mensen die ik hoogacht en vertrouw, vernomen dat zij na het overlijden van hun geliefden contact met hen hebben gehouden, wekenlang nog, soms jarenlang en soms ook als een voortdurend voortgaand gesprek. Ik heb geen reden om aan hun mededelingen te twijfelen, ik geloof hen, maar dat leidt er niet toe dat ik het ook zelf ga geloven. Kennelijk heb ik iets van ervaring, een kern van beleving, nodig om tot een bepaalde vorm van geloof te kunnen komen.
Zo besef ik dat het leven eeuwig is en ik geloof dan ook dat het leven niet stopt bij de dood. Over de vorm evenwel, de hoedanigheid van de voortzetting kan ik niets zeggen. Misschien is dat ook wel voor iedereen anders. Misschien zijn er verschillende menu’s. Ik weet het niet. Ik sta hier zonder voorstelling. Stil.

*

Wat ik geloof beperkt zich tot deze kant van de streep. En dan geloof ik voornamelijk in hoofdlijnen, in grote vlakken.
De eerste hoofdlijn is dat ik geloof dat alles goed is. Daarmee bedoel ik niet dat het meteen als goed ervaren kan worden. Ik bedoel dat het goed is, ook al zie en beleef ik het niet, en ik geloof dat het ten goede strekt.
Ik geloof dat ik aan het goede kan meewerken en dat ik het ook kan tegenwerken.

Vervolgens geloof ik dat we leven in God of, om het nog anders te zeggen, dat we rusten en bewegen in de oneindige ruimte van de geest. Ik geloof dit vanzelf. Ik heb het niet bedacht, het is er voor het denken.
Ik geloof dat ik en God onscheidbaar verbonden zijn, dat mijn ziel in God is zoals mijn wereld in het paradijs is.

Ik besef dat dit nogal een idioot geloof is, want als ik om mij heen of naar binnen kijk, is dit alles helemaal niet in harmonie en in vrede, en toch geloof ik dat dit God is, de oneindige ruimte van de geest, deze wereld, jij en ik.
Ik geloof dat God heel anders is dan ik mij vroeger voorstelde en dan ik mij überhaupt kan voorstellen. Ver voorbij namen en vormen. Niet te classificeren. Niet apart te benoemen. Ik begrijp er niets van. Maar ik geloof wel dat dit God is. Dit onwrikbare leven waarbinnen ik, hoe tijdelijk ook, besta.
Ik geloof trouwens niet dat God God heet.

En ja, dan geloof ik nog iets. Een geloof dat door ervaring is versterkt.
Soms verlies ik het bewustzijn en vergeet ik dat dit hier, dit alles, de levende God is. Ik word raar, een vreemdeling van mijzelf en mijn wereld. Op zich is dat niet zo gek. Waarom zou het vergeten geen onderdeel uitmaken van het totale patroon van weten?! Maar wat mij wel verbaast en ook dankbaar stemt, is dat ik niet tot in de eeuwigheid steeds verder weg zak in een donker moeras en dat er in al dat wegglijden een keerpunt is. Ik word niet steeds eenzamer en steeds meer gespleten, maar ik ontwaak weer uit het vergeten. De nevel trekt uit mij weg, en alsof het voor de eerste keer is zie ik met frisse ogen: ongelooflijk, dit alles is expressie van Eenheid en ik ben daar deel van.
Niet de gespletenheid wint, maar ook de gespletenheid is opgenomen in Eenheid en zingt daar zijn partijtje mee.

Maar hoe komt het nu dat ik dit weer zie en beleef?
Soms gebeurt het uit eigen beweging, een spontane opstanding zogezegd, maar vaak ook gebeurt het doordat ik word geholpen. Dan is er dus hulp. Hulp van mensen, van dieren ook, van boeken, van muziek, van de natuur, en Hulp, on-middel-lijke hulp, die zich over mij ontfermt. Ik heb vele malen ervaren dat ik uit mijn duisternis werd opgeheven. En ik geloof nu ook dat het mogelijk is, dat er Hulp is.
Ik hoef niet alles alleen te doen, er is een liefdevolle Kracht die mij tegemoet komt en die mij wekt, aan mij rammelt en mij wakker kust, mij woorden geeft en troost, waardoor de omsluiering wijkt. Er is persoonlijke Hulp, toegesneden op mij, op mij met mijn kwaliteiten en mijn gekkigheden. Genadevolle Hulp.

Ook dat kan ik niet bewijzen. Zoals ik ben qua karakter zou ik liever hebben dat die Hulp er niet was en dat ik niet zou geloven dat die Hulp er was, want ik ben nogal gesteld op mijn autonomie en ik vind het liefst zelf mijn weg als ik verdwaald ben, bij voorkeur zonder TomTom, maar ja, ik kan er niets aan doen, er is daar in mij het geloof dat er een Oog is dat mij ziet, puur zoals ik ben, en een Stem die tegen mij spreekt en een Hand die mij leidt en daar kom ik niet vanaf, van dat geloof, en ik kan het ook niet bewijzen.

Dus daar sta ik in deze volmaakte werkelijkheid het onvolmaakte te beleven en te ontwaken tot volmaaktheid in een voortdurend spel van ervaring. Terwijl daar ook die tegenspeler is, de Hulp, de Leraar, de Vroedvrouw.

Er is nog meer wat ik geloof, maar dit is wel het belangrijkste. Hoewel, nee, deze hoort er ook nog bij, bij het tere ongrijpbare gevoelsweten dat steeds weer opwelt: wij, de mensen, de dieren, de planten, de dingen, wij hier, iedere cel, danst in het licht en is verbonden door liefde. Liefde is de primaire motivatie die ons doordringt en met elkaar verbindt.

Niet doorvertellen. Niet zeggen dat ik het zeg, want ik zal het ontkennen als ze het vragen.
Natuurlijk zal ik het ontkennen, want de woorden kunnen het niet vangen en het is niet zoals ik het zeg. Ik geloof het. Dus nodig mij niet uit om in een praatprogramma een en ander nog eens te komen toelichten.

Het prille weten geeft mij geen enkele zekerheid. Het is wat ik ben, daar beneden, diep in mij, voordat ik de dingen op een rijtje heb staan.
Het is het begin van mijn eigen beweging, van datgene wat ik alleen tot uitdrukking kan brengen, ja heus, ik alleen, de enige die hier is op deze wereld in dit moment op deze plaats.

In mijn geloof sta ik alleen. In het geloven ben ik verbonden met al die andere onzekere wezens, die hier leven in God, opgenomen in Genade, en het toch zelf moeten zien te redden.

Het prille weten geeft mij geen enkele zekerheid, maar ik stik en bederf wanneer ik mij ervan afwend. Dat geloof ik niet, ik weet het zeker.

Geplaatst in Hans' weblog
10 reacties op “Geloven in vier à vijf delen
  1. henk schreef:

    Tja, wat moet ik hierop nog reageren. Kijk, de essentie is de liefde. Als je dan ook nog het besef hebt van onvoorwaardelijke liefde en vanuit die liefde de stervende mens kunt laten gaan en bij leven afscheid kunt nemen en dat de ander de ruimte krijgt en neemt om het leven los te laten, om de andere tijd in te gaan, dan is geloven geen geloven meer, maar een zekerheid. Liefde krijgt op dat moment iets goddelijks. Het is te doen en er is een begaanbaar pad daarna. Voor beiden. Hier en in de andere tijd.

  2. Frederik schreef:

    Wow, mooi.
    Wat een mooi lied, het zingt met mij mee sinds ik het gelezen heb.
    De vorige aflevering, daar bleef ik op kauwen als op een koan: “wat is het beste? En wie ziet dat dan?”.
    Gek genoeg zie ik “het goede” makkelijker.
    Dankjewel.

  3. Marina schreef:

    Dankbaar ben ik dat je dit weer zo prachtig weet te verwoorden. Zo precies, zo open, zo persoonlijk zo verhelderend en helpend.
    “maar ik stik en bederf wanneer ik mij ervan afwend”, Ja
    Dank jullie wel.

  4. Inge schreef:

    Hier houd ik van Hans,
    Zo echt jij,
    Zo echt Hans,
    Zo jouw Korte weg,
    Zo ook de tekeningen van Hanneke,
    Zo waar, zo eerlijk, eenvoudig en intens.

  5. Tine Hoitsma schreef:

    Dank, dank, ontroerend door herkenning van wat ik zelf geloof, weet, leef en beleef.
    Ook Hanneke dank voor haar blije frisse tekeningen.

  6. Jozien schreef:

    Prachtig onder woorden gebracht! Teer, origineel, openend, veranderlijk en zeer invoelbaar!
    Met de nodige humor ook.
    Kortom helemaal des Hans’
    Vooral de eerste tekening van Hanneke vind ik erg ontroerend.
    Beiden bedankt!

  7. alied schreef:

    Wat weer en prachtige artikelen-serie lieve Hans.
    Jij kan als geen ander beschrijven wat ook in mij ten diepste leeft.
    En je tekeningen lieve Hanneke, ontroerend prachtig, en zo passend bij hetgeen Hans schrijft.
    Dank beide daarvoor !!

  8. Gab schreef:

    zo ìs het ook en zo is het óók, geloof ik ; )

  9. Anita schreef:

    Dankjewel Hans…

    Niet te vangen door woorden…gelukkig maar…
    Mooie tekening✨…

  10. Peter schreef:

    Nou, dat heb je toch maar weer mooi opgeschreven, Hans! Ik moet vooral glimlachen bij “Natuurlijk zal ik het ontkennen, want de woorden kunnen het niet vangen en het is niet zoals ik het zeg.” Zoals wat in de Tao en op andere plaatsen is geschreven. Dat de weg die kan worden beschreven de weg niet is. Ik moet ook denken aan Sonny Boy Williamson. Dank je.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*