Prikkende werkelijkheid (7)

 

Als kind vond ik het vreselijk dat Adam en Eva tegen het gebod van God waren ingegaan en daarom het paradijs hadden moeten verlaten. Als het paradijsverhaal werd verteld (en dat gebeurde nogal vaak op school, waarschijnlijk om ons kinderen duidelijk te maken hoezeer wij werden bepaald door de erfzonde) hoopte ik iedere keer dat het ditmaal goed zou aflopen. Goed was dat Adam en Eva niet zouden luisteren naar de slechte slang en niet zouden eten van de verboden vrucht. Maar, hoe ik het ook wenste, ze maakten steeds dezelfde fout en het ging nooit goed. Zo zag ik het toen. Ik denk daar nu anders over.
Want hoe zou het zijn wanneer Adam en Eva niet gegeten zouden hebben van de Boom van de Kennis van Goed en Kwaad en, heel belangrijk voor mij als liefhebber van de Bijbel, hoe zou de Bijbel er in dat geval hebben uitgezien? De Bijbel zou dan waarschijnlijk bestaan uit niet meer dan een paar velletjes papier, meer een pamflet of een folder dan een boek, en ook die paar velletjes papier over het ontstaan van het universum zouden door niemand worden gelezen, omdat iedereen immers zou zijn ondergedompeld in paradijselijke vrede. Geen Kain en Abel, geen Noach en de ark, geen Sodom en Gomorra, geen Abrahams offer, geen David en Goliath, geen Jona in de grote vis en geen Daniël in de leeuwenkuil, geen Jezus ook en geen Pilatus, Petrus en Judas en Paulus, geen Kerstmis, Pasen en Pesach. Al die prachtige verhalen waarvan ik zoveel houd, zouden nooit worden verteld. Wat een gemis. Dat zou pas zonde zijn!

Wat zou er overblijven van het schitterende verhaal van Jona wanneer Jona zich meteen, na de eerste oproep, gehoorzaam naar Nineve had begeven? En van de Odyssee wanneer de listige Odysseus niet de gramschap van Poseidon, de god van de zee, had opgewekt en de terugreis naar huis zonder obstakels was verlopen? En nu we het er toch over hebben: wat zou er allemaal niet zijn gebeurd wanneer mijn ouders bij voorbaat hadden geweten dat ze maar beter niet met elkaar zouden kunnen trouwen? Als ze diep en nog dieper naar binnen hadden geluisterd en hadden gewacht op die ene, die kosmische partner? Wat zou er dan van mij zijn terechtgekomen? En wat zou er nu hier op deze pagina staan? Welk mij? Welk nu? Welke pagina?

*

Ik worstel en kom boven. Dat zou de lijfspreuk van het ‘ik’ kunnen zijn. Het is een enorm gevecht om je als een eiland los te maken uit de oceaan. Of om als de listige Odysseus je richting te zoeken op het kleine scheepje over de oceaan die door de godheid wordt beheerst – de godheid aan wiens aandacht jij niet ontsnapt en die jou blijft omringen met zijn oneindige waterstromen, zijn brekers en zijn rollers. Dit is de wordingsgeschiedenis van ieder ‘ik’. En steeds weer, zolang er ‘ik’ is,  moet het ‘ik’ zich nieuw verhouden tot ‘het’, want ‘het’ kan nooit worden ingepolderd door ‘ik’.

Niet alleen in de mythen en de grote verhalen van de mensheid, ook in ons dagelijks bestaan is ‘het’ een te vrezen ‘het’. Vergis je daar niet in. Wanneer je er een goeiige macht van probeert te maken, die er speciaal voor jou is, zodat jij krijgt wat jij verlangt, kom je van een koude kermis thuis. Alles wat het onafhankelijk bestaan wil blijven voortzetten (dat staat meestal wel bovenaan in het politieke programma van het ‘ik’), krijgt het lid op de neus. ‘Het’ kan nu eenmaal niet worden ingepolderd door het ‘ik’.

Je kunt ‘het’ niet beheersen.
Dat wordt wel vaak geprobeerd, bij voorbeeld door ‘het’ te objectiveren – er een omschreven ding van te maken met een naam. Dat is wat fundamentalisten van iedere godsdienst of signatuur doen. Zij zeggen bij voorbeeld dat ‘het’ God of Allah heet en dat deze naam alleen maar hoort bij hun ‘het’, die de enige ‘het’ is, subsidiair groter, machtiger, wijzer, noem maar op dan alle andere ‘hetten’.
Je kunt ‘het’ ook niet beheersen door ‘het’ te subjectiveren, bij voorbeeld door ‘het’ te beschouwen als een onderdeel van de psyche en ‘het’ dus als het ware te annexeren.

*

Ik neem aan dat ‘ik’ niet een probleem is voor ‘het’. Maar dat weet ik niet zeker. Ik ben niet ‘het’.
Wat ik wel weet is dat ‘het’ een probleem is voor het ‘ik’. Daar kan ik over meepraten. Een tijdelijk probleem inderdaad. Maar toch: hét probleem.

Hét probleem en dé opgave.

(wordt vervolgd)

Tekening Hanneke Korteweg-Frankhuisen

Geplaatst in Hans' weblog
1 Reactie op “Prikkende werkelijkheid (7)
  1. janneke Blijdorp schreef:

    Een zeer boeiende reeks “beschouwingen” over de prikkende werkelijkheid, over “het” en “ik”, Hans. Beschouwing is denk ik niet de juiste naam voor je schrijven. Bespiegeling of reflectie ook niet; dat heeft meer met het denkapparaat te maken. Wat jij schrijft komt ergens anders vandaan, uit een andere laag, een ander wezen. Ik probeer te luisteren wat en waar het in mij resoneert.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*