Puntje, puntje

Hartelijk dank voor de vele reacties die ik op mijn laatste blog heb gekregen, niet alleen hier maar ook per post, via e-mail en in levenden lijve. Het waren ontroerende reacties, dichtbij, sterkend en gewoon heel lief. Wat zijn er veel mensen die dit kennen, zo’n soort verlies, en die het met mij kennen!
Al die reacties hielpen mij ook om, zoals ik het noem, vloeibaar te blijven, terwijl ik toch van alles moest regelen. Vloeibaar en moe, zo moe als ik in jaren niet ben geweest.

Er werd mij gevraagd hoe het met mij ging. Ik hoorde mij antwoorden dat ik in de rouw was. Ik schrok van dat woord, zo groot en intens. Zo verscheurd voelde ik mij toch niet?
Nee, ik was niet wanhopig en ik voelde mij niet verscheurd, maar het woord was wel juist. Het was een onomkeerbaar afscheid, heel plotseling, een leegte die niet te vullen was, niet te begrijpen. Daarbij was ik in vrede, sereen, licht zelfs. Kracht naar kruis, heet dat. Dat krijg je de eerste dagen, dan staat alles in het heldere licht van de directe beleving. Ja, het was rouw.
Altijd de nuance zoekend voegde ik eraan toe dat ik mij ook vrij voelde, zoals ik mij lang niet had gevoeld. Dat was ook waar. De leegte was niet alleen verlies, het was ook vrijheid. Ik kon opeens middenin de nacht het licht aandoen en iets lezen, zonder dat ik met wie dan ook rekening hoefde te houden. En ik kon slapen zo lang als ik wilde.

Vloeibaar, in de rouw, moe en vrij. Dat kan je een paar keer zeggen, tien keer, twintig keer, en dan is er geen trilling meer, eigenlijk is het niet meer waar. De woorden zijn formules geworden, een ondertiteling. We knikken elkaar toe, de ander en ik, maar de woorden zijn in zichzelf verschrompeld. Ook dat is rouw.
Ik noemde het vrijheid, maar het was vooral leeg, een leegte die ik niet kon vullen en die ik eerlijk gezegd ook niet wilde vullen. Ik voelde mij heel oud, mijn brein liet het afweten, het sliep liever dan dat het overzag, en mijn lichaam was moe, te moe om zich te scheren, te moe om boodschappen te doen. Misschien wel voor het eerst voelde ik mij zo oud als ik was: 80 jaar.
Ook dat kent iedereen die in de rouw is. Niets nieuws onder de zon. Het hoort bij het menselijk bestaan, bij ons bestaan in de tijd, ons vermogen om te herinneren, de wens het goede oude voort te zetten, het hoort bij het verliezen dat eigen is aan het leven en bij het loslaten dat we leren wanneer het leven ons lief is.

Ik heb het al eerder gemerkt: de fasen van rouwverwerking van Kübler-Ross zeggen mij niets. Het is mij allemaal te schematisch en ik sluit mij niet op in dat trappenhuis van gefaseerde verwerking. Ik ontken niet, ik ben niet opstandig of boos, ik onderhandel niet, ik ben niet depressief en ik leer ook niet te accepteren. Het is veel directer: ik leef in de leegte. Dat deed ik altijd al, ik beleef het nu, het is actueel. Zoals je ’s nachts in de woestijn ontelbare sterren ziet flonkeren. Het is onloochenbaar. Ze zijn er. Het is leeg, en toch zijn daar die lichten die mij aanschouwen zoals ik mijzelf niet kan zien.
Alsof er een wind gestaag door mij heen waait. Er is een immense ruimte met daarin de verzameling van elementen, van kenmerken die ik mijzelf noem. De ruimte is oneindig veel groter dan alles wat ik mijzelf noem. De voortdurende wind heeft mij ontbloot en slijpt mij bij, tot voorbij mij, tot oneindige ruimte.
De ruimte is oneindig veel groter dan wat er oprijst in de ruimte. Oneindig veel groter dan mijn bewegingen en gedachten. Soms loop ik kakelend door de leegte, in een soort dronkenschap, met mijn gedachten spreek ik tegen mijzelf, met woorden tegen anderen, maar meestal is het stil, is er de ruimte en de wind.

Zo is mijn bestaan. Ik ga dagelijks naar Hanneke toe en zit dan een uur of iets langer bij haar. Ook zij slaapt veel. Het is voor ons beiden een grote overgang. Wat mij aan haar opvalt is dat ze niet opstandig is en ook niet depressief, zij is vaak wel ver weg, vaker ver weg dan toen ze nog thuis was. En wat ik heel opvallend vind: zij heeft mij geen keer gevraagd of zij weer met mij mee mag naar huis. Ik vind het niet alleen opvallend, ik ben er ook dankbaar voor. Zij geeft mij niet het gevoel dat ik op enige wijze schuld heb, bij haar in de schuld sta. Dat heeft zij nooit gedaan, zij was er altijd trots op dat haar lot, aangenaam of onaangenaam, haar lot was. Zo krachtig, op zichzelf, moedig, en dat is zij ook in deze gebroken toestand nog steeds.

Ik zit aan haar bed, ik houd haar hand vast, zij kijkt mij aan met die herkenning die zich niet meer naar buiten, naar mij, uitdrukt, maar die ik wel in haar zie glimpen – een lichtje dat zich in haar terugtrekt. Ik kan dat lichtje niet volgen naar binnen, maar ik kan wel met haar zijn.
Terwijl ik daar zit, schrijf ik een gedichtje. Een paar regels komen zo mijn hoofd in, daarna is het vooral knutselen. Ik lees haar voor wat ik heb opgeschreven:

Ik zie de bomen de bomen aan
die voor het raam staan
bij jou mijn lieve vrouw en
zie hoe zij in stil vertrouwen
zich door niets laten bewegen
dan de wind en de regen.

Zij kijkt mij aan terwijl ik spreek. Weer is er even dat licht in haar ogen. Er is niets extra’s. Zoals ik over mijn moeder schreef toen zij haar laatste dagen in ging: Zij doet niets meer voor het goede doel.
Een klop op de deur, een verzorgster komt binnen, ze vertelt dat ze Hanneke niet heeft kunnen verschonen omdat Hanneke woedend werd en van zich af sloeg. Ik ken dat, zo gaat het meestal, zij doet niets meer voor het goede doel en ze wil niet gedwongen worden. Misschien kan ik het met de verzorgster doen? Ik help Hanneke overeind, spreek tegen haar, neem haar in mijn armen en houd haar stevig vast. Ik denk: ik ben haar wind en haar regen. Zij schreeuwt het uit, zij houdt niet van wind en regen, maar legt toch haar hoofd tegen mij aan. De verzorgster verschoont haar zo goed mogelijk.
Bij het weggaan zegt ik: ‘Dag lieverd.’ Zij zegt: ‘Puntje, puntje.’

Zo is het. Puntje, puntje.

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Hans' weblog
16 reacties op “Puntje, puntje
  1. Wouter schreef:

    Prachtig, Hans

  2. Hanneke schreef:

    Ach ach wat ontroerend, vooral puntje, puntje.

  3. Saskia schreef:

    Ik zoek naar woorden voor jou. Ik voel vooral dankbaarheid, liefde en verstilling. Wonderlijk mooi, herkenbaar en bemoedigend hoe je je beleven met ons deelt. Mijn hart en goede wensen voor jou en Hanneke.

  4. Janneke Blijdorp schreef:

    Dank je wel voor je mooie en indringende vertellen hoe het nu met je gaat Hans:
    in de rouw én dankbaar;
    dankbaar dat Hanneke je niet vraagt haar mee naar huis te nemen.
    verblijvend in de leegte en oneindige ruimte tegelijkertijd;
    lichtende sterren die je zien zoals je jezelf nog nooit gezien hebt.
    Zorg goed voor jezelf.
    Lieve groet

  5. Bas van Beers schreef:

    Dag Hans,

    Gisteren hebben we de verjaardag van mijn moeder gevierd. 88 jaar. Zwaar dement, maar nog steeds zoekend met haar hand naar de hand van mijn zoon, haar kleinzoon, zoekend met haar ogen naar die van mijn dochter, haar kleindochter. Ze leeft nu al jaren in een fantastisch verzorgingshuis. Medicatie afgebouwd, ze mag zichzelf zijn. Grappig genoeg is bij mij de medicatie juist opgebouwd, opdat ik mezelf eindelijk kan zijn sinds een kleine 2 jaar. Midden 50 moet je daar dan voor worden.

    Ik snap heel goed je opluchting, de leegte die zich vult met rouw. Tachtig jaar en weer in vrijheid mogen leven, LAT-en met Hanneke in het tehuis….. Het voelt als winter, met de lente in aantocht.

    Lieve groet,

  6. Nel schreef:

    Ik kan niet uitdrukken wat het in me oproept behalve dat er onmiddelijk ontroering in me opkomt bij de precieze woorden waarmee je omschrijft wat er gebeurt. Dank hiervoor!

  7. Mieke schreef:

    Lieve Hans, wat een volle leegte, het schittert van echte naakte werkelijkheid…..

  8. Nelle schreef:

    Prachtig!
    Ook al zit ik niet in eenzelfde situatie komt het toch heel diep bij mij binnen. Alsof ik zo alles herken, alsof het ook over mij gaat. Ik word er diep door geraakt.

  9. Silvia schreef:

    Ik ken jullie niet persoonlijk. En voel me toch zo verbonden dat ik een traantje moet wegpinken. Zo liefdevol, zo echt. Steeds weer, hoe jij over jullie mooie band samen schrijft. Wat lees ik je blogs graag. Dank voor het verwoorden en delen!

  10. Frans van den Akker schreef:

    Ontroerend, dank je Hans

  11. Johanna van Fessem schreef:

    Zoveel dank voor jullie beiden. Zoveel dank voor al je schrijven.
    Zoveel laten dragen door het Al.
    Zoveel pijn , zoveel genade.
    Zoveel zoetheid, zoveel schade
    Zoveel liefde
    Liefde, groter dan het Al.

  12. Marcelle Niland schreef:

    Wat ontroerend en herkenbaar, vanuit de korte tijd dat ik met mensen met een vorm van dementie werkte. Die helderheid die zich soms ineens weer aandient. Waarachtig leven…

  13. Martha schreef:

    Jeetje Hans, dat ‘puntje puntje’ lijkt precies een weergave van de essentie van Hanneke’s (en wellicht van jullie) leven nu. Ongelooflijk soms bij Alzheimer, die helderheid door de mist heen.

  14. Jozien schreef:

    Lieve Hans,
    Wat breng je alles weer precies onder woorden.
    Je wijst ons een weg, maar bent niet na te doen. Alleen jij doet het zo.
    Ik ben blij en dankbaar dat je heel afgestemd bent, naar haar toe en naar jezelf.
    Dat is wie jij bent.
    Ik hoop dat de rust je goed doet! Liefs

  15. Sarie schreef:

    Mooi en ontroerend, dank!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*